42e jaargang (bladzijde 53) nr.2 / IN: Periodiek HKM
Ooggetuige tragische gebeurtenis bij de Vecht
Deel 1
Door: Wally Smits
Het blijft nog steeds een goede zaak om stil te staan bij de droeve tijden die Nederland heeft mee moeten maken tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens de wederopbouw ebde de belangstelling weg om na een tijdje weer volop terug te keren en te blijven. In 1990 heb ik geprobeerd om de periode 1940 - 1945 voor Maarssen te beschrijven. 1) Een dertigtal mensen uit Maarssen e.o. heeft aan dit boekje zijn medewerking verleend. Een enkel relaas is door latere informatie verduidelijkt of in een ander daglicht komen te staan. Onderstaand stukje werpt een nieuw licht op de gebeurtenissen bij de Vecht op ‘Bevrijdingsdag’ 1945.
Hoewel de capitulatie van de Duitse strijdkrachten op zaterdagochtend 5 mei om 8 uur zou ingaan, was dat bericht niet bij iedere betrokkene bekend. De commandant van de Binnenlandsche Strijdkrachten (BS) in Maarssen, Busse, was wel op de hoogte en gaf zijn manschappen, gegroepeerd in pelotons, op vrijdagavond opdracht om zonder tegenbericht op zaterdagochtend naar de hen aangewezen plaatsen te gaan om bruggen en dijken te beschermen tegen Duitse sabotagepogingen. Dit leidde op een aantal plekken tot confrontaties met Duitse troepen die of van niets wisten of niet van overgeven wilden weten. Maarssen was bij deze schermutselingen niet uniek. Vele tientallen incidenten ontsierden de Bevrijdingsdag in Nederland. De ‘eerste’ bevrijders kwamen pas op 7 mei Maarssen binnen, maar toen was het dorp al in diepe rouw gedompeld.
Eén van die plekken waar het verkeerd liep was de plaats waar de Boezem in de Vecht uitmondt. Ik zal eerst vermelden wat ik naar aanleiding van verklaringen en onderzoek gereconstrueerd heb in mijn boekje uit 1990 en vervolgens de lezing van een onderduiker naar voren brengen. 2) Een groep van de BS had opdracht gekregen om vanuit Maarssenveen de Vecht over te steken ter hoogte van de Machinekade en vervolgens naar het Haarrijnkanaal te gaan om te voorkomen dat de Duitsers de dijken zouden opblazen. Na een paar uur bij de Haarrijn te hebben gewaakt, bleek daar geen gevaar te duchten, dus ging men weer op de terugweg. Aangekomen bij de Amsterdamse Straatweg stuitten ze op een groep Armeniërs die bij het zien van de bewapende BS-ers in dekking gingen. Zonder een schot te lossen bereikten de BS-ers de Vecht waar ze tijdens de oversteek plotseling onder vuur werden genomen. In de paniek die toen ontstond kapseisde de boot en verdronken Wim van der Kooij, evenals de evacués Paulus Theofilus Lindhout en Alexander Constantijn Lindhout. Ik schreef verder dat de rest van de groep op het droge werd geholpen door een oorlogsprofiteur en dat een NSB-er nog een poging heeft gedaan om de gezonken jongens op te duiken. Hier kom ik hieronder op terug. De overgebleven mensen werden, eenmaal aan de oever geklauterd, opgepakt door Duitse soldaten die hen dwongen weer naar de overkant te varen waar ze door Armeniërs werden overgenomen en langs de Amsterdamse Straatweg onder bedreiging van bajonetten naar de ‘Wolfshoek’ werden gebracht waar ze de hele middag werden opgesteld om later te worden gefusilleerd. ’s Avonds werden ze naar de Sandersschool gebracht waar ze hun persoonlijke spullen moesten inleveren. Pas zondagochtend werden ze alsnog vrijgelaten.
In 1996 kreeg ik van de heer Mooren uit Haelen een brief waarin hij beschreef wat hij gezien had op de bewuste dag. De brief is zo gedetailleerd dat ik volsta deze te citeren met hier en daar een toevoeging via een noot.
“In mei of juni 1945 moesten we uit Roermond vluchten, want ze hadden twee mensen van ons gegrepen die in Amsterdam wapens zouden afhalen, men stond hen echter achter de deur op te wachten. 3) Frenken en Reulen werden toen gearresteerd en zo moesten we allemaal op ons adres in Roermond vluchten. 4) Later vernamen we uit de krant in Maarssen dat ze gefusilleerd waren. Eerst ben ik enige dagen bij de familie Stoker op de Machinekade geweest. Later zijn we bij de familie Horio op de Herengracht geweest. We hebben tijdens die barre winter geprobeerd om via de rivieren in het zuiden te komen, wat echter mislukte. Bij terugkomst in Maarssen kwam ik zelf bij de familie Beljaars op de Machinekade terecht. Mijn vriend Paul Colbers is enige tijd later via het IJsselmeer naar Friesland gegaan, waar de evacués uit Roermond waren ondergebracht.
Nu het geval dat zich aan de Vecht afspeelde. Eerst zag ik een ‘verpleegster’ op een fiets langs de Vecht in de richting Breukelen fietsen en achter op de bagagedrager had ze een koffertje, zag wel dat haar houding eigenaardig was. Een poosje later stond ik met de jongste dochter van Beljaars achter het huis. Van achter de Vecht werd ook op ons geschoten, kogels kwamen tegen de muur terecht en (ik) trok haar toen mee achter het huis. Ik zag toen ook een Duitse militair op het bruggetje staan, dit was waar de Boezem in de Vecht komt. Enige dagen eerder hebben Armeniërs een loopgraaf gemaakt achter het huis van de buurman van Beljaars, heb nog een keer bij hun gestaan, heb echter geen wapens gezien, de volgende dag waren ze echter weg. Er zijn nadien ook geen militairen meer daar gezien. De loopgraaf is misschien door het wassende water verlaten. Doordat toen de kogels bij ons tegen de muur insloegen, zijn we ook naar binnen gevlucht. Ik zag dat uit het bootje op de Vecht mensen te water gingen. Het schieten van de andere kant van de Vecht was zo hevig dat we niet voor de ramen gingen staan. Toen het schieten ophield keken we weer voorzichtig door de ramen. Ik zag die dikke Duitse militair langs de Vecht heen en weer lopen. Aan de andere kant van de Vecht zag ik tegen de oever drie mensen liggen.
Een vrouw in verpleegsteruniform zwaaide met een witte doek die juist boven de oever uitstak naar de Amsterdamse Straatweg, twee andere personen lagen plat tegen de oever gedrukt. Ze zijn later in de richting van de Amsterdamse Straatweg gelopen met de handen in de lucht. (Ik) ben vervolgens weer achter het huis gegaan om beter te kunnen kijken. (Ik) zag tegelijkertijd die Duitse militair weer op het bruggetje staan en hoorde toen ook mensen achter de loods van de familie Stoker. Toen ik een eindje daarnaartoe ging, zag ik toen voor mij bekende mensen met wapens staan en gaf hun te verstaan dat die Duitse militair nog op het bruggetje stond en ze niet tevoorschijn moesten komen. Op de Vecht was het toen stil, ong. 10 minuten later kwamen 5 of 6 Duitse militairen op rijwielen aan onze kant naar de Vecht kijken, ze keken wat rond en verdwenen toen. (Ik) ben toen achter de loods van de familie Stoker gaan kijken om hen te waarschuwen dat de kust veilig was, maar er was niemand meer. (Ik) heb niet gezien dat deze mensen nat waren. (Ik) heb niet gezien dat die NSB-er naar de mensen dook in de Vecht, vlakbij woonde wel een NSB-er (…). 5) Welke militairen vanaf de Amsterdamse Straatweg schoten naar de Vecht weet ik niet met zekerheid. Twee dagen later werden de verdronken mensen opgedregd.”
Het lijkt mij duidelijk dat mijn oorspronkelijke versie wel enige correctie verdient. De Armeniërs waren hoogstwaarschijnlijk niet bewapend omdat ze voor de Duitsers niet de meest betrouwbare partners waren, dus de lezing dat de BS-ers door de Armeniërs met bajonetten naar Wolfshoek werden gedreven is niet meer houdbaar. Mooren heeft bij de Armeniërs ook geen wapens gezien. Het verhaal dat het tweetal ‘foute’ Nederlanders op de valreep toch nog een goede daad verrichtte staat door het relaas van de heer Mooren ook op losse schroeven. Dat de overlevenden onder dreiging weer terug moesten zwemmen naar de Straatwegkant van de Vecht lijkt mij ook niet meer houdbaar; ten eerste kwam van die kant het geweervuur en aan deze kant van de Vecht zag Mooren alleen een dikke Duitse militair. Wim van der Kooij werd begraven op de begraafplaats achter de Nederlandse Hervormde Kerk en de gebroeders Lindhout zijn begraven op de begraafplaats aan de Amsterdamse Straatweg (zie afbeelding 1 en 2). Ook nu het verloop wat duidelijker is geworden, doemen weer nieuwe vragen op zoals wie de dame op de fiets was en wie de mannen waren die Mooren na de schietpartij op de Machinekade zag. Wellicht dat hier in de toekomst nog duidelijkheid over komt.
Noten
1. V. Smits, Maarssen 1940 - 1945, Maarssen 1990
2. Zie Smits, Maarssen 1940 - 1945 p.176
3. Dit moet zijn 1944 (zie noot 4)
4. Het zou Jacobus Frencken en Albertus Reulen tekort doen om ze alleen maar te noemen. Beide heren waren in de omgeving van Roermond actief betrokken bij het Verzet. Ze deden mee aan overvallen op het gemeentehuis van Haelen op 18 februari 1944, het gemeentehuis van Venhuizen op 28 maart 1944 en het gemeentehuis van Heiloo op 12 mei 1944. Tien dagen later werden ze opgepakt in de Van Breestraat te Amsterdam door de Landwacht. Overgenomen van de site WO2Slachtoffers.nl
5. Aangezien ik in mijn boek de namen van ‘foute’ Nederlanders niet heb willen noemen, laat ik dat ook nu achterwege.