44e jaargang (bladzijde 155) nr.4 / IN: Periodiek HKM
De Maria Dommer Stichting 1943-1972 Deel 2
Auteur: Michel van Schaik
De periode na de viering van het eeuwfeest van de Maria Dommer Stichting in 1943 kenmerkte zich door grote veranderingen en nieuwe beleidskeuzes. Na het vertrek in 1957 van de Zusters van O.L. Vrouw uit Maarssen stond het bestuur voor grote uitdagingen. In dit artikel wordt deze periode beschreven tot en met de eerste vijf jaar na de opening van Huize Maria Dommer op 3 juni 1967.
De periode 1943-1959
De Zusters van O.L. Vrouw uit Amersfoort verzorgden gedurende deze periode tot in 1957 ouden van dagen in ‘Huize Hoornoord’ aan de Langegracht. Zelf woonden zij in het pand Langegracht 51, thans nog steeds ‘De Nonnerie’ genoemd, welke naam herinnert aan hun verblijf daar. Naast de verzorging van ouden van dagen hadden de zusters ook een bewaarschool en een meisjesschool. Van 1943 tot en met 1948 werkten zij tamelijk zelfstandig. Hoewel het werk onder het bestuur (de Regenten) ressorteerde, had dit bestuur betrekkelijk weinig invloed op ‘Het Maria Gesticht’. In 1948 werd het bestuur - onder voorzitterschap van Mgr. A.E. Rientjes - weer actief en besloot het zich meer op de hoogte te houden van het aannamebeleid ten aanzien van de vrouwelijke ouden van dagen.
Toen in 1950 de subsidiëring van kleuterscholen een feit werd, ontstond de wens om de bewaarschool en de meisjesschool onder een parochieel schoolbestuur te brengen. Op 1 januari 1951 vond de overdracht plaats. In de notulen van de Regentenvergadering van 8 mei 1951 staat onder andere het volgende: “(…) zodoende hebben de Regenten met niets anders van noode dan alleen de behartiging der belangen van het Maria Gesticht, waarvoor zij oorspronkelijk zijn aangesteld.” In deze vergadering waren aanwezig Mgr. Rientjes en de regenten J. van Veldhuizen en J. van Rijn. In 1952 beschikte het Maria Dommer Fonds nog over voldoende financiële middelen om aan het schoolbestuur een lening van f 1.200,00 te verstrekken voor de bouw van de Mgr. Dr. A. Ariënsschool. Deze r.k. jongensschool stond in de Schildersbuurt tegenover Huize Maria Dommer. Zelf bewaar ik goede herinneringen aan de jaren op deze school. Op de plek van de Ariënsschool is al vele jaren een appartementencomplex gerealiseerd.
Wrijving
In 1954 nam pastoor Jansen het voorzitterschap over van Mgr. Rientjes, die met emeritaat ging. Midden jaren vijftig begon er enige wrijving te ontstaan tussen het bestuur van het Maria Gesticht en de Eerwaarde Moeder Overste van het zusterhuis. Deze onenigheid ging onder meer over de vraag wie eigenaar was van de inboedel van het zusterhuis en het Maria Gesticht. Intussen waren er nog steeds zes dames in het Maria Gesticht waarvan enkelen zich hadden ingekocht en anderen f 80 in de maand moesten betalen. Er waren moeilijkheden over de financiën. In 1957 lieten de Zusters van O.L. Vrouw uit Amersfoort het bestuur van het Maria Gesticht weten dat zij het zusterhuis in Maarssen wilden opheffen omdat er niet voldoende roepingen meer waren. Op 1 augustus 1959 vertrokken de Zusters van O.L. Vrouw uit Maarssen na er meer dan een eeuw hun zegenrijke werk te hebben verricht. Deze congregatie heeft een grote rol gespeeld bij de ontwikkeling van de zorg voor ouden van dagen en van het onderwijs in de gemeente Maarssen.
De periode 1959-1972
Het bestuur van de Maria Dommer Stichting zag zich voor de vraag gesteld hoe de doelstellingen van de stichting in de toekomst moesten worden verwezenlijkt. Daartoe werd de mogelijkheid onderzocht het Maria Gesticht te moderniseren en zusters bereid te vinden de verzorging van de bewoners op zich te nemen. Dit bleek uiteindelijk niet mogelijk te zijn. Besloten werd de bewoners over te plaatsen naar andere bejaardentehuizen en het Maria Gesticht definitief te sluiten. De vraag bleef echter hoe de Stichting - mede in het licht van de sterk veranderende maatschappelijke verhoudingen - haar taak het best kon vormgeven. Het plan rijpte een geheel nieuw bejaardentehuis te gaan bouwen, waarin bejaarden van alle gezindten konden samenwonen, zowel mannen als vrouwen. Verder zou men de verzorging van de bewoners niet meer door zusters maar door hiervoor opgeleide leken laten geschieden. In verband met de vele werkzaamheden die de realisering van dit initiatief met zich mee zou brengen werd het bestuur, dat bestond uit pastoor Mgr. A.M. Jansen, de heren J.G. van Rijn en J. van Veldhuizen, uitgebreid met de heren J.D.G. Kuijper, B.C.J. de Mol, M.F.M. van Seumeren en Th.E.E. van Schaik.
Inmiddels was Maarssen uitgegroeid tot een middelgrote gemeente, geïndustrialiseerd en voorbestemd tot leef- en woongebied voor vele tienduizenden mensen binnen de Randstad Holland. De gemeente Maarssen, belast met de vele problemen verbonden aan deze uitgroei en demografische ontwikkeling, zag geen mogelijkheden om met voorrang de noodzakelijke aanpak van het bejaardenprobleem betreffende huisvesting en verzorging ter hand te nemen. De Maria Dommer Stichting die meer dan 120 jaar in Maarssen werkzaam was geweest, was als het ware van nature de aangewezen partij om in deze het initiatief te nemen. Het bestuur van de stichting nam hierin dan ook het voortouw en ontwikkelde plannen voor een nieuw bejaardentehuis. Dit getuigde van visie in een tijd die gekenmerkt werd door woningschaarste leidend tot inwoning op grote schaal. De demografische ontwikkeling liet een groeiend aantal ouderen zien. Door afname van de zuigelingensterfte steeg de levensverwachting, maar de resterende levensverwachting na pensionering bij 65 jaar, zeker bij mannen, steeg niet significant. Deze jaren van wederopbouw kenmerkten zich door soberheid die mede afgedwongen werd door de gevoerde geleide loonpolitiek.
De bouw
Het was in deze maatschappelijke context dat op 28 oktober 1960 de meerderheid van de gemeenteraad besloot medewerking te verlenen aan de door de Maria Dommer Stichting ingediende plannen. Eind 1961 werden de weilanden tussen de Diependaalsedijk, de Ariënslaan en de Vondelstraat aangekocht. Deze waren eigendom van de heer C. Spelt en zijn zoon C. Spelt jr. Dit gevoelige gebied, met een deel-servituut van Doornburgh en Goudestein waarop ontheffing moest worden verleend, werd uiteindelijk de aangewezen bouwplaats voor Huize Maria Dommer. Na vele veranderingen van de originele plannen, geëist door de overheid, en na bijna eindeloos wachten op de uiteindelijke bouwvergunning, kon medio 1965 met de bouw worden begonnen. Voor de realisering van het plan werd architect J. Abma uit Amsterdam ingeschakeld. Er moest een ontwerp komen, passend in het Vechtlandschap met haar eigen atmosfeer. Dit leidde ertoe de bebouwing laag te ontwerpen; hoofdzakelijk twee bouwlagen en het hoofdgebouw met drie bouwlagen. De bouw werd aanbesteed aan aannemersbedrijf Van den Engel. Op 14 mei 1966 werd de eerste steen gelegd door mevrouw U. Tellegen-Veldstra, gedeputeerde van de Staten van Utrecht. Op 8 mei 1967 kwamen de eerste bewoners al binnen en op 26 juni daaropvolgend was Huize Maria Dommer volledig bezet met de nieuwe bewoners.
Op 3 juni 1967 werd het huis officieel geopend door burgemeester H.J. de Ruiter. Dat betekent dat Huize Maria Dommer, nu Woonzorgcentrum Maria Dommer, dit jaar 50 jaar bestaat en de Maria Dommer Stichting 182 jaar en deze is daarmee de oudste stichting op het gebied van de ouderenzorg in Maarssen! De Magneet van 9 juni 1967 deed onder de kop “Maria Dommer - een thuis dicht bij huis” als volgt verslag van de opening:
“In tegenwoordigheid van vertegenwoordigers van de plaatselijke sociale instellingen, raadsleden, de stichting Bejaardenzorg Maarssen, Leger des Heils, de geestelijkheid, R.K. Kerkbestuur en vele, vele andere genodigden, heeft burgemeester H. J. de Ruiter zaterdagmorgen Huize Maria Dommer, waarin 130 bejaarden een thuis hebben gevonden, officieel geopend. Het wegtrekken van een doek, dat tot dusver het door C. Cels in 1835 geschilderde portret van freule Maria Dommer aan het oog onttrok in de hal van het nieuwe bejaardencentrum, vormde de finale - akte tot deze opening, waarop zo lang gewacht is. Het schilderij heeft jarenlang in het zusterhuis op de Langegracht gehangen, maar verhuisde sedert het vertrek van de zusters naar Amersfoort, naar het Aartsbisschoppelijk museum in Utrecht. Thans is dit levensechte portret een sieraad voor Huize Maria Dommer, dat op katholiek initiatief gesticht werd en huisvesting biedt aan bejaarden van alle gezindten. Mevrouw U. Tellegen-Veldstra, zag het bejaardencentrum liever als een “thuis dicht bij huis”. Tot dusver reisde men stad en land af om bejaarden “geplaatst te krijgen en op te bergen”. Daarom is de blijdschap, aldus mevr. Tellegen, des te groter, nu de bejaarden - want bejaard zijn is een natuurlijke zaak - van Maarssen, ongeacht hun overtuiging een tehuis hebben gevonden. Met zekere verwondering mogen we terugdenken aan Maria Dommer, die eeuwen geleden dit oekumenisch denken al in zich droeg en in dit licht bezien prees gedeputeerde mevr. Tellegen de openheid van de stichting Maria Dommer, geheel in de geest van de stichteres. Namens het provinciaal bestuur verklaarde mevr. Tellegen verheugd te zijn, dat Maarssen zijn eigen bejaardenprobleem binnen eigen grenzen gaat oplossen en zij sprak de wens uit, dat de gehele Maarssense bevolking ogen en hart steeds wijder open zou stellen voor deze mooie bejaardenzorg-taak, waarvan Huize Maria Dommer het middelpunt zou kunnen zijn. Wat de wereld van vandaag verontrust, aldus mevr. Tellegen, zal alleen verminderen wanneer men dichtbij huis het vraagstuk van gemeenschapszin weet op te lossen, “opdat het einde goed zal mogen zijn.“
Bij de opening memoreerde burgemeester De Ruiter het begin en de voorgeschiedenis van Huize Maria Dommer, waarin het alle moeite had gekost de autoriteiten ervan te overtuigen, dat dit bejaardenhuis makkelijk alleen door bewoners uit Maarssen bezet zou kunnen worden. Het bejaardenhuis zou geen streekcentrum worden. Voorzitter dokter B.C.J. de Mol memoreerde in zijn openingswoord de ontstaansgeschiedenis van Huize Maria Dommer. Ook sprak hij onder meer over het door René van Seumeren ontworpen gevelreliëf. Dit reliëf werd gebeeldhouwd door zijn assistent Theo Heutink. Deze was gedurende de bouw ook in functie als bouwopzichter en daarna als chef technische dienst. Het reliëf brengt de schepping in beeld en eindigt zinvol bij de zevende dag. Nu staat dit reliëf als monument in de tuin aan de Ariënslaan. Ook haalde De Mol de inwoning aan van vele bekende Maarssenaren en vergeleek dit met een zondvloed die gekeerd moest worden.
Ook staat te lezen dat een ongedwongen rondgang door het gebouw leerde dat mej. Eefje van `t Veld van de Nassaustraat (88 jaar in hetzelfde huisje gewoond) de oudste bewoonster (90) van het bejaardenhuis was. Veel bekende ouderen uit Maarssen hadden inmiddels hun intrek genomen in Huize Maria Dommer, zoals de families Beutener, Van Fulpen, Zwanink, Ter Wee, mevr. Gabriël, zuster Ten Cate, Feddema uit Oud-Zuilen, echtpaar Menke, Delfgou, Van de Griendt en vele anderen. Voor goed en gevarieerd eten stond de 25-jarige chef-kok J.B. van Beek garant. Als directeur van Huize Maria Dommer werd zuster G.A.B. Haverkamp (Nederlands Hervormd) benoemd. In een interview met De Magneet van 17 februari 1967 staat dat zij alle bejaarden op de lange wachtlijst minstens één keer en soms zelfs twee keer heeft bezocht. Hieruit bleek al dat de realisatie van Huize Maria Dommer in een grote behoefte voorzag. Een goed wachtlijstbeheer was al vanaf de start een belangrijk item geworden. Verder viel het haar op dat in Maarssen de burenplicht vooral ten opzichte van de bejaarden goed werd nageleefd. Grote vrijheid en respect voor de privacy van de bewoners in Huize Maria Dommer stonden voorop. Er werden geen bezoekuren ingesteld en er was ook geen sluitingstijd `s avonds. Verder vond Haverkamp het dagelijks gezamenlijk koffie drinken van groot belang voor de sociale verhoudingen. Bij de opening van het bejaardenhuis was het personeelsbestand 18 fulltime medewerkers op 127 bewoners. De personeelsbezetting was echter nog niet geheel compleet en werd dan ook wel aan de krappe kant geacht.
In 1971 was er reeds sprake van verdergaande vergrijzing en konden sommige bewoners niet meer zelfstandig op hun kamer wonen. Om deze bewoners toch voldoende te kunnen blijven verzorgen, werd een ziekenafdeling geschikt gemaakt. Het aantal plaatsen kwam hierdoor op 140. Het personeelsbestand nam ook toe in lijn met de intensiever wordende zorg.
Slot
De statuten van de Maria Dommer Stichting werden aangepast aan het besluit van het bestuur tot het stichten van een voor iedereen toegankelijk/openstaand bejaardenhuis, gebaseerd op het gedachtegoed van Maria Dommer en onder erkenning van de behoefte van de gehele Maarssense gemeenschap. Het bestuur deed dit in het besef van de noodzaak te zijner tijd ook niet-katholieken inspraak bij het beheer en het bestuur te verlenen. Op 21 juni 1969 werd een bestuurlijke adviescommissie ingesteld bestaande uit niet-katholieke leden. Deze commissie woonde elke bestuursvergadering bij en werkte mee aan de besluitvorming binnen het bestuur van de Maria Dommer Stichting. In deze commissie namen deel de dames C. van Kerkevoort en A.H. Ris-Markenstein en de heer J. Cosijn. Op 15 september 1973 werd een belangrijke stap genomen en het bestuur ‘opengebroken’ en konden ook niet-katholieken deel uit maken van het bestuur. Vanaf dat moment namen deze drie leden van de adviescommissie zitting als lid van het bestuur van de Maria Dommer Stichting.
Bronnen.
Bestuurlijke informatie over de Maria Dommer Stichting na 1835.
Herdenking van 15 jaar Huize Maria Dommer in 1982.
De Brug. ‘Uit de geschiedenis van Maarssen’ d.d. 24 juli 1964.
De Magneet. ‘Huize Maria Dommer – een thuis dicht bij huis’ d.d. 9 juni 1967.
Levensverwachting en pensioenen. Wikipedia en CBS
www.historiën.nl/ouderenzorg in Nederland door de eeuwen heen.