44e jaargang (bladzijde 103) nr.3 / IN: Periodiek HKM
De wandeling van De Pijper in 1916, een terugblik
Deel 1
Auteur: Ria Tijhuis
Dit is de tekst zonder afbeeldingen: zie daarvoor de papieren editie.
Inleiding
In 1916 maakte de heer Jan de Pijper (1865-1938), kruidenier aan Langegracht 45, een wandeling door Maarssen en alles wat hij daarbij tegenkwam, noteerde hij in een schrift. Dit cahier is bewaard gebleven en is in 2005 in bewerkte vorm door Hans Sagel uitgebracht als Deel 1 van de Historische Reeks Maarssen. Nu, 101 jaar later, maken we de wandeling van De Pijper opnieuw om te zien wat er zoal veranderd is. Afbeeldingen van toen worden vergeleken met de huidige situatie. Dit eerste deel van de nieuwe rubriek ‘Terugblik op …’ beschrijft het startpunt van de wandeling van destijds, het station en de draaibrug over het kanaal.
Voor het gevoel van de meeste Maarssenaren vormt het Amsterdam-Rijnkanaal de grens tussen Maarssen en Maarssenbroek. Historisch gezien klopt dit niet. Tot in 1857, toen beide gemeentes samengevoegd werden, werd de grens gevormd door de Maarssenbroeksedijk. Het station bevond zich dus toen al op Maarssens grondgebied, net als het gebied waarop de latere wijken Antilopespoor, Bisonspoor, een deel van Kamelenspoor en het bedrijventerrein tussen de Hoge Brug en de Maarssenbroeksedijk gebouwd zouden worden.
In 1843 werd door de Nederlandse Spoorwegen het traject Utrecht-Amsterdam over een afstand van 28 km. aangelegd en op 18 december van dat jaar werd in Maarssen het station geopend. Het gebouwtje op de afbeelding heeft De Pijper in 1916 ook gezien. Het werd in 1890 gebouwd. Het was van het zogenoemde type ‘Harmelen’, gebouwd op een eilandperron. Het station was door middel van een draaibrug en via de Stationsweg verbonden met het dorp.
Het Amsterdam-Rijnkanaal werd in 1892 in gebruik genomen om de scheepvaartverbinding tussen Amsterdam en de Rijn te verbeteren. Het heette toen overigens nog Merwedekanaal. Dit kanaal met de draaibrug veroorzaakte voor de boeren en burgers uit Maarssenbroek die op Maarssense voorzieningen aangewezen waren, een wachttijdenprobleem. Dit gold natuurlijk ook andersom voor bijvoorbeeld de bestellers van het postkantoor aan de Raadhuisstraat die postzakken naar het station moesten brengen of daar ophalen.
Door het plan om het kanaal te verbreden ontstond rond 1930 ook de behoefte aan vaste bruggen. In 1938 werd de draaibrug buiten werking gesteld en vervangen door een vaste oeververbinding, de ‘Maarsserbrug’. Voor de boeren die landerijen hadden aan de overkant van het kanaal bleken de opritten van de nieuwe brug te steil en te lang voor de soms hoogbeladen wagens. Oudere lezers zullen zich wellicht nog de pont-transbordeur herinneren, die tijdelijk in gebruik is geweest, een ‘bak’ die onder de brug hing en waarmee paard en wagen naar de andere kant werden gebracht.
Anno 2017 is het gezicht vanaf de Oostkanaaldijk op het station onherkenbaar veranderd (zie afbeelding 2). Mocht Jan de Pijper hier nu hebben gestaan, dan zou hij zich enkele malen in de ogen gewreven hebben. Het kanaal is een stuk breder geworden. Het stationsgebouwtje uit 1890 was in 1979 al vervangen door een gebouw dat wordt omschreven als ‘een paraplustation met rustieke overkapping op een smal eilandperron”. Inmiddels is dit ook verdwenen en in 2003 is het enorme gebouw verrezen dat wordt omschreven als “een groot kantoorpand met een ingebouwde passerelle over de sporen”. De op afbeelding 1 nog zichtbare lege polder is bebouwd met tegenover het station het Marc’s gebouw en daarachter het winkelcentrum Bisonspoor.
Afbeelding 1: Station en Merwedekanaal. Originele ansichtkaart in bezit van erven Nico van Tricht.
Afbeelding 2. Het stationsgebouw en Amsterdam-Rijnkanaal vanaf hetzelfde gezichtspunt anno 2017. Foto Ria Tijhuis.