44e jaargang (bladzijde 144) nr.4 / IN: Periodiek HKM
Boer en boerin Kool wonen al ruim 90 jaar in Maarssenbroek
Auteur: Rob Franse
Er zijn mensen die dit niet geloven. Die denken dat Maarssenbroek pas sinds 1973 bestaat. Fout! Maarssenbroek bestaat al eeuwen en heette vroeger ook al Maarssenbroek. Ook toen woonden en werkten er mensen. Het waren er alleen niet zo veel als nu.
Boer en boerin Kool hebben het allemaal met eigen ogen zien gebeuren en het van dichtbij meegemaakt. Beiden zijn geboren op een boerderij in Maarssenbroek en zijn daar tot op de dag van vandaag gebleven. Hun vaders waren er ook al boer. Heel Maarssenbroek bestond uit boerderijen en weilanden. Ze wonen nog steeds op een erf; hun erf. Nog altijd hebben ze uitzicht op de weidegronden. Maar in de tussentijd is er wel heel veel veranderd. Met een beetje fantasie zie je een parallel met het stripverhaal van Asterix en de Romeinse Lusthof (het kleine Gallische dorpje dat bleef bestaan terwijl het werd omringd door een moderne Romeinse nederzetting). Ooit behoorden ze tot de vele boerenkinderen in Maarssenbroek, later tot de boeren en eigenlijk zijn ze in hun hart nog steeds boer en boerin. De allerlaatste boer en boerin van Maarssenbroek. En jawel, ze leven nog steeds op hun boerderij.
De eerste herinneringen van de boer en de boerin gaan terug naar hun kindertijd, zo rond 1932. De tijd waarin ze lopend door het weidegebied van Maarssenbroek naar school gingen. Via de draaibrug over het Amsterdam-Rijnkanaal kwamen ze uit op de huidige Stationsweg. Jawel, lopend. Er was toen een draaibrug over een veel smaller kanaal van slechts 35 meter breed. Die draaibrug bleef soms heel lang open, omdat er toen nog veel sleepjes waren (een sleepboot die soms wel vijf andere boten voorttrok). Het was een landschap met weilanden, slootjes en boerderijen met merendeels melkvee. Een gebied dat voor school en boodschappen aangewezen was op het dorp Maarssen. Aan de oostkant lagen het spoor en het kanaal en aan de westkant lagen weilanden zo ver het oog reikte. Er was nog geen sprake van een A2!
Het was ook de tijd dat Maarssenbroek een polderbestuur had. Een tijd waarin eens per jaar gejaagd werd op eenden en hazen; een tijd zonder waterleiding en een tijd waarin je vanaf het boerenland in Maarssenbroek uitzicht had op de Dom van Utrecht. Het was ook een tijd met weinig welvaart - het waren de crisisjaren - waarin toch al wat moderniseringen plaatsvonden. Zo werd in 1937 de draaibrug vervangen door de Maarsserbrug (korte tijd heeft er nog een roeiboot gevaren op de plek van de oude draaibrug) en waren er de eerste voorbereidingen voor de A2 (het afgraven van heel veel veen). Moderniseringen die natuurlijk stil kwamen te liggen tijdens de Tweede Wereldoorlog.
Het was in april 1949 dat boer Henk Kool, als tweede van drie zoons, verhuisde vanuit de ouderlijke boerderij op de Haarrijnweg nr. 5 naar Haarrijnweg nr. 7, waar hij in mei van datzelfde jaar gezelschap kreeg van zijn bruid Ali Floor, die afkomstig was van de boerderij Ora et Labora even verderop in Maarssenbroek. Ora et Labora lag op de plek waar nu het Niftarlake College staat. Nummer 7 was zowel een boerenwoning als de vergaderplaats van het polderbestuur van Maarssenbroek. Het was een ideale plek om te wonen voor het jonge stel, omdat hij zo z’n beide werkzaamheden perfect kon combineren. Hij was namelijk zowel melkveehouder, samen met zijn jongere broer Jan, als machinist van het gemaal.
Een melkveehouderij in Maarssenbroek was hard werken. Rond de boerderij op nr. 5, waar de jongste broer bleef wonen, hadden ze dertien hectare en een eind verderop nog eens veertien hectare. Dat betekende bijvoorbeeld dat je koeien moest verweiden. Dat deed je ‘los’ voor je uit, over het spoor en over de dijk. Zo kon het gebeuren dat er een koe met een poot klem kwam te zitten op de onbewaakte overweg. Die had je ook niet zo maar los; daarvoor moest je een speciaal ijzer ophalen bij de dichtstbijzijnde boerderij. In de tijd van de stoomtreinen, die niet al te vaak reden en die je goed zag aankomen, was dat tot daar aan toe, maar toen het later drukker werd op het spoor, toen de diesels kwamen, werd het spannender. Ook het feit dat je in een ‘broek’ boerde, gaf extra werk. Niet alleen vanwege de vele slootjes en de waterhuishouding maar ook omdat er veel voor koeien oneetbaar bentgras groeide wat je moest uitsteken. Bedenk daarbij dat de eerste melkmachine pas in 1956 kwam en de eerste tractor in 1959 en je snapt wat ik bedoel met hard werken.
In nr. 7 lag het nieuwe gemaal voor de polder Maarssenbroek, een gemaal met een verticale schroefpomp en een capaciteit van 35 m3 per minuut. Dat was eigenlijk te weinig. Zo heeft het gemaal ooit drie weken lang dag en nacht moeten draaien om de polder weer droog te krijgen. Iedere avond moest er gebeld worden met de PUEM om toestemming te krijgen voor de nachtstroom. Het oude gemaal aan de overkant van het kanaal (!) bij Herteveld moest in die tijd vervangen worden vanwege de verbreding van het kanaal. Henk Kool werd door het polderbestuur uit 33 sollicitanten gekozen als machinist (voor 16 uur per week). Iets wat hij dertig jaar lang zou blijven doen. Inmiddels staat er een dubbel vijzelgemaal met een capaciteit van 2 x 100 m3 per minuut. De Maarssenbroekers van nu zijn dus wel verzekerd van droge voeten.
Het waren vruchtbare tijden in een vruchtbaar gebied. Werken als veeboer, als machinist van het gemaal, als maaltijdverzorgers van het polderbestuur dat daar vergaderde (paling moest er komen, want dat was een polderbeest!), als hulp bij de jacht met schuit en polsstok en als ouders van vijf - nog steeds - gezonde dochters. Dochters die net als hun ouders in Maarssen op school gingen, maar dan wel met de fiets over de Maarsserbrug in plaats van lopend over de draaibrug. En het leven zou nog beter worden toen er in 1960 een grote Ford Customeline 6 cilinder werd aangeschaft.
Veranderingen houd je niet tegen. In 1965 werd al het land verkocht aan een projectontwikkelaar. De polder Maarssenbroek zou veranderen in een moderne en grote woonwijk. Het zou uiteindelijk nog tot 1973 duren voordat de zandopspuitingen begonnen. Daarna ging het hard. Men begon met de bouw van Bloemstede en Boomstede aan de zuidkant, maar stukje bij beetje kwamen zand en bebouwing richting de Haarrijn om pas op zo’n dertig meter van de Haarrijngrens te stoppen. Die laatste dertig meter tussen Zwanenkamp en de Haarrijn is het laatste stukje ‘oud’ Maarssenbroek. En daar wonen dan ook die laatste oer-Maarssenbroekers.
Overigens is er nog een mooi verhaal over de verkoop van het land in 1965. De overdracht zou plaatsvinden bij een notaris die zetelde aan een gracht in Amsterdam. De broers hadden een auto en konden rijden. Maar het centrum van Amsterdam? Kort voor Amsterdam zijn ze gestopt bij een cafeetje en hebben daarvandaan een taxi genomen. Ik noem dat gezond boerenverstand…
Het echtpaar Kool woont er nog steeds. Aan het keurig opgeruimde erf kun je goed zien dat het hier een boerenfamilie betreft. Keurig bijgewerkte grasranden, afrikaantjes in onkruidvrije perken en aangeharkt grind. Vanuit de lichte woonkamer kijk je aan drie kanten naar buiten. Het uitzicht zelf is bijna een reis door de tijd. Naar het noorden kijk je uit op weilanden en een grote boerderij. In het oosten ligt de ouderlijke boerderij, en in het zuiden de laatste huizen van Zwanenkamp. Van hoe het ooit was naar hoe het nu is. Over een geasfalteerd pad (pas sinds 1978 kunnen ze met de auto bij de boerderij komen) is het winkelcentrum in het vlakbij gelegen Zwanenkamp eenvoudig te bereiken; wel zo gemakkelijk.
Het bewegen gaat, zeker bij hem, moeilijker maar de hoofden zijn nog 100% bij. Niet alleen wanneer het gaat over vroeger, maar ook wanneer we het hebben over actuele zaken in deze wereld. En ze hebben er meningen over. ‘Boeren’ was vroeger best een zwaar beroep maar wat ze heden ten dage vreselijk vinden is de enorme hoeveelheid regelgeving. Ze moeten er niet aan denken dat ze daarmee zouden moeten werken. Zo komt het gesprek op ‘wat kunnen we van u leren en wat heeft het leven u geleerd?’. Samengevat komt het erop neer dat ze gelukkig zijn met al het moderne comfort. Dan moet je denken aan de waterleiding (tot 1956 hadden ze een regenput), de melkmachine in 1956, de tractor in 1959 en de auto in 1960. Maar ook een winkelcentrum dichtbij en de mogelijkheden van het huidige verkeer, waardoor de vijf dochters met aanhang en kleinkinderen hen goed kunnen bereiken. Het leven heeft zich aan hen van de goede kant laten zien.