45e jaargang (bladzijde 52) nr.2 / IN: Periodiek HKM
Kunst uit de Vechtstreek Deel 2 [zie opmaak Periodiek 1 2018]
De huizen langs de Vecht
Auteur: Jaap Versteegh
Al eeuwen wordt de Vechtstreek geprezen om zijn schoonheid, niet alleen vanwege de mooie natuur, maar ook om de mooie huizen die men er kan vinden. In de loop van de tijd hebben diverse kunstenaars zich door veel van deze prachtige bouwwerken laten inspireren. Dat begon al rond 1600 met Hessel Gerritsz en zette zich voort in de daarna komende eeuwen met kunstenaars als Roelant en Geertruyd Roghman, Jacobus Storck, Jan van der Heyden, Daniel Stoopendaal en Petrus Josephus Lutgers.
Nijenrode
Hessel Gerritsz (1581-1632) wordt wel gezien als een van de belangrijkste Nederlandse cartografen van de zeventiende eeuw. Hij begon in Alkmaar als leerling van de fameuze Willem Bleau, die tien jaar ouder was. Veel van zijn gravures en kaarten werden in de atlassen van Blaeu, Janssonius en anderen opgenomen. In verband met kunst uit de Vechtstreek zijn echter vooral zijn verbeeldingen van de vier jaargetijden rond het kasteel Nijenrode bij Breukelen interessant. Deze prenten, gemaakt rond 1610, zijn gedetailleerde etsen naar David Vinckeboons, voorzien van onderschriften in het Latijn. Er is van alles op te zien. Er worden werkzaamheden verricht, mensen lopen door de omringende tuin, het is een levendig geheel daar rond kasteel Nijenrode.
Dit kasteel, dat dateert uit de dertiende eeuw, was ook het onderwerp in een aantal schilderijen van Jacobus Storck (1641-1692). Als schilder specialiseerde hij zich in rivier- en stadsgezichten, vrijwel steeds met schepen op de voorgrond. Storck maakte deel uit van een kunstenaarsgezin. Hij was de middelste van drie zonen van de kunstschilder Jan Jansz Sturck, wiens naam later werd veranderd in Storck. Van de oudste zoon Johannes (circa 1630-1673) zijn, voor zover bekend, geen werken bewaard gebleven. De jongste zoon was Abraham Storck (1644-1708). Deze was evenals Jacobus marineschilder en met hem deelde hij een voorkeur voor het weergeven van schepen. Van deze twee broers wordt het werk van de jongste het hoogst aangeslagen, zoals blijkt uit de opmerking van schilder en biograaf Arnold Houbraken (1660-1719), die in zijn werk ‘De groote schouburgh der Nederlantsche konstschilders en schilderessen’ uit 1718 in zijn tekst over Abraham ook diens oudere broer Jacobus vermeldt met de tekst: ’Deze had ook een Broeder die Ryngezigten en binnenlandsche vaartuygen schilderde, dog zoo konstig niet.’ Toch worden de schilderijen van Jacobus Storck tot op heden redelijk gewaardeerd, ook in het buitenland. Bij veilinghuis Bukowskis in Stockholm werd in de zomer van 2017 nog een schilderij van Jacobus Storck, voorstellende kasteel Nijenrode gezien vanuit het zuidoosten, verkocht voor € 35.000,-.
Broer en zus Roghman
De Amsterdamse schilder en graficus Roelant Roghman (1627-1692) kwam eveneens uit een kunstenaarsfamilie. Hij was een zoon van de graveur Henrick Lambertsz. Roghman en Maria Jacobs Savery. Zijn moeder kwam uit de kunstenaarsfamilie Savery. Roelant Roghman werd opgeleid door zijn beroemde oudoom Roelant Savery, hofschilder van de keizers van het Heilige Roomse Rijk Rudolf II en Matthias, die van hun residentie in Praag een centrum van maniëristische kunst hadden gemaakt. Roelant Roghman zou ook bij Rembrandt in de leer zijn geweest, maar bewijs daarvoor ontbreekt. Volgens de eerdergenoemde Arnold Houbraken waren Rembrandt en Roghman wel goede vrienden. Bij het grote publiek werd Roghman bekend door een reeks van ca. 200 prenten van kastelen en buitenplaatsen in Holland en Utrecht (1646-1647). In 1990 verscheen een mooi boek getiteld ‘De kasteeltekeningen van Roelant Roghman’ door Wouter Th. Kloek, oud-conservator van het Rijksmuseum. Maar Roelant Roghman was tevens een zeer bekwaam etser. Samen met zijn zuster Geertruyd maakte hij een serie realistische landschapsprenten (ca. 1645-1648), die onder de titel ‘Plaisante Landschappen ofte vermakelijcke Gesichten na 't Leven geteekent door Roelant Rogman’ werd uitgegeven. Een van de leukste prenten uit deze serie toont de ophaalbrug bij Maarssen. Alhoewel al meer dan 400 jaar oud, is deze voorstelling nog steeds zeer herkenbaar.
Jan van der Heyden
In dit gezelschap van schilders is Jan van der Heyden (1637-1712) een opvallende figuur, aangezien hij vooral bekend is als uitvinder. Terwijl zijn beroepsgenoten mooie schilderijen maakten en weinig geld verdienden, combineerde Van der Heyden het schilderen met een studie van de werktuigbouwkunde. Hij ontwierp een betere straatverlichting (1669) voor de stad Amsterdam. Het initiatief werd ook in andere steden nagevolgd, onder andere in Haarlem en Groningen. In 1673 ontving Jan van der Heyden 93 gulden van het stadsbestuur van Den Haag voor het ontwerpen van de eerste Haagse straatlantaarn.
Een andere uitvinding van Jan van der Heyden was de verbetering van de brandweerpomp in 1672. De burgemeesters van Amsterdam waren onder de indruk en in elk van de zestig wijken werd zo’n nieuwe spuit opgesteld. Jan van der Heyden kreeg in 1697 bezoek van tsaarPeter de Grote, die tevergeefs probeerde hem over te halen mee te gaan naar Rusland. De uitvinder verkocht hem wel een aantal brandspuiten à 385 gulden per stuk.
Als schilder had Jan van der Heyden een voorliefde voor stadsgezichten, vaak composities van verschillende stadsdelen, waarbij hij zijn architectonische kennis gebruikte. In deze werken blonk Van der Heyden uit door zijn technische beheersing van het perspectief. Ook zijn nauwkeurigheid in het schilderen van de planten en struiken of de stenen muren, waarvan de voegen minutieus zijn bestudeerd, en waarbij hij mogelijk gebruik maakte van stempels om sneller te kunnen werken, geven zijn werk een bijzondere waarde. Deze werkwijze paste hij onder andere toe in zijn schilderijen van de buitenplaatsen Herteveld en Goudestein bij Maarssen. Dat deze beide buitenplaatsen door Jan van der Heyden zijn geschilderd komt door de verwantschap van de eigenaren van de twee buitenplaatsen. Goudestein was, zoals bekend, in het bezit van de Amsterdamse burgemeestersfamilie Huydecoper, die via de vrouwelijke lijn was geparenteerd aan Dirck van Zinnick. Deze Amsterdamse juwelier liet in navolging van zijn zwager Huydecoper eveneens een buitenplaats aan de Vecht bouwen, Herteveld genaamd. Evenals Huydecoper liet ook hij dit huis schilderen door Jan van der Heyden. Dit schilderij van Herteveld hangt momenteel in het Louvre in Parijs, maar er bestaat een prachtige kopie, geschilderd door Johannes Huibert Prins (1757-1806) die zich nog in een Nederlandse particulier collectie bevindt 1). Dat de schilderijen van Van der Heyden internationaal nog steeds worden gewaardeerd, moge blijken uit het feit dat in 2011 bij Sotheby’s in New York één van zijn olieverfschilderijen werd verkocht voor $ 158.000,-. Het was nota bene een gezicht op de buitenplaats Goudestein!
De Zegepraalende Vecht
Niettegenstaande deze fraaie schilderijen heeft de Vechtstreek zijn bekendheid als het mooie gebied waar veel rijke kooplieden uit Amsterdam hun buitens en heerlijkheden lieten bouwen vooral te danken aan ‘De Zegepraalende Vecht’. In dit boekwerk uit 1719, bestaande uit 102 gravures vervaardigd door Daniel Stopendaal (1672-1726) , worden meerdere buitenplaatsen uit de Vechtstreek in hun volle glorie getoond. In veel gevallen zijn ook de symmetrische tuinen met hun geschoren heggen en de imposante bijgebouwen afgebeeld. Het boekwerk werd goed verkocht en beleefde meerdere herdrukken. In 1790 was er een heruitgave onder de titel ‘De Vechtstroom, van Utrecht tot Muyden verheerlijkt’. Een heruitgave in 1807 vond plaats in het verzamelwerk ‘Hollandsche Arkadia’. In de tweede helft van de twintigste eeuw volgde nog minstens tweemaal een heruitgave. De populariteit van Stopendaals prenten wordt nog eens onderstreept door de vele kopieën die er in de loop der jaren van zijn gemaakt, niet alleen in Nederland, maar ook in het buitenland met onderschriften in het Engels, Frans en Duits.
P.J. Lutgers
Enigszins vergelijkbaar met ‘De Zegepraalende Vecht’ is het in 1836 uitgegeven boek ‘Gezichten aan de rivier de Vecht’ met een serie topografische litho’s door P.J. Lutgers, voorstellende de buitenplaatsen en dorpen van Nederhorst den Berg tot aan Zuilen. De tekenmeester, schilder en lithograaf Petrus Johannes Lutgers (1808-1874), wonende in Loenen aan de Vecht, was als landschapsschilder gespecialiseerd in riviergezichten. Naast zijn werk als uitvoerend kunstenaar gaf hij ook tekenlessen. Nicolaas Bastert was één van zijn leerlingen, evenals de kinderen Quarles van Ufford. Op Gunterstein, het kasteel van de familie Quarles, bevindt zich dan ook een mooie collectie werken van Lutgers. Hij had naam gemaakt met romantische vergezichten, al dan niet gefantaseerd met bergen en kerkjes in de verte. Onlangs heb ik nog een tweetal aquarellen van Lutgers ontdekt met voorstellingen van de Hervormde kerk in Maarssen. Zijn grootste faam verwierf Lutgers echter met aquarellen en schilderijen naar bestaande buitenhuizen. Deze zette hij vervolgens om in steendrukken, welke hij liet bundelen tot prentenboeken, zoals het genoemde ‘Gezichten aan de rivier de Vecht’. Later volgden nog vergelijkbare boeken van voornamelijk landhuizen en buitenplaatsen uit de regio’s Haarlem, Utrecht en Leiden, allemaal inspelend op hetzelfde gegeven; dat het aan het water zo mooi wonen is.
Noten
1. Met dank aan Steven de Clercq