45e jaargang (bladzijde 155) nr.4 / IN: Periodiek HKM
Dit is de tekst zonder afbeeldingen. Zie voor afbeeldingen de papieren editie.
Nieuwe boeken in de bibliotheek van de HKM
Arie de Zwart als schrijver
Auteur: Piet Gentenaar
De verzamelde werken van Arie de Zwart
Uit het periodiek van de Historische Kring Maarssen
Jaargang 14 t/m 41
Op 4 oktober jl. vond de eerste Arie de Zwart-lezing plaats. Wij staan hier graag nog even stil bij de vraag waarom wij de lezingenreeks zo genoemd hebben. De keuze voor de naam van deze lezingenreeks is ingegeven door de grote verdiensten van Arie de Zwart voor de HKM. Hij was niet alleen een vruchtbaar auteur - zie de grote hoeveelheid artikelen die hij schreef voor ons Periodiek - maar hij heeft ook gedurende een groot aantal jaren een belangrijke, ook bestuurlijke rol gespeeld binnen de Historische Kring Maarssen. In deze bijdrage schenken wij bijzondere aandacht aan zijn werk als schrijver. Uitgangspunt daarbij is het lijvige boekwerk dat hij op zijn tachtigste verjaardag ontving van de Historische Kring met daarin een verzameling van (bijna) alle artikelen die hij in de loop van vele jaren geschreven heeft in het Periodiek. Het eerste artikel verscheen in 1987 en zijn laatste bijdrage was in 2014.
Variatie in onderwerpen
Bladerend door het boek valt als eerste op dat Arie een grote verscheidenheid aan onderwerpen behandelde. Er past natuurlijk ook veel onder de brede noemer van ‘de geschiedenis van Maarssen’. We spreken dan over ruim honderd gepubliceerde artikelen, een aantal daarvan op zichzelf staand, maar ook veel series van drie, vier of zelfs vijf delen. Hij was zeer geïnteresseerd in de periode waarin de Huydecopers in Maarssen en omstreken hun sporen hebben nagelaten en de omgeving hebben vormgegeven. Hij schreef graag over hen en over de ontwikkeling en geschiedenis van de buitenplaatsen. Hij heeft daar zo’n 15 artikelen aan gewijd. Zijn feitenkennis was fenomenaal; jaartallen, plaatsen, namen. Arie was een lopende encyclopedie. Zijn veelzijdigheid blijkt wel uit het feit dat hij ook 27 artikelen schreef over straten, wijken, bruggen en waterwegen in Maarssen, 12 stukken over bekende personen, 8 over religieuze onderwerpen, 21 over de algemene geschiedenis van Maarssen en ook nog eens 8 artikelen over het onderwijs. We zijn dan nog niet eens over de honderd… Hij schreef ook over middenstand en fabrieken, verenigingen en kunst.
Visie, doel en vorm
Arie was leraar en pedagoog in hart en nieren. Hij schreef altijd vanuit een daarop gebaseerde visie. Hij wilde onderwijzen, vormen en zijn vergaarde kennis delen met de lezer. Hij zocht bewust of onbewust altijd naar middelen om de op die visie gebaseerde doelen te bereiken. Een belangrijk doel was voor hem dat de leden van onze Kring, zijn lezers dus, er iets aan moesten hebben, er iets van mee moesten nemen. Hij deed er in zijn schrijfwerk dan ook alles aan om dat te bewerkstelligen. In het interview dat Rob Franse met hem had in het begin van 2017 (Periodiek 2017-2) vertelt Arie hoe hij geprikkeld werd tot schrijven en hoe hij zijn betrokkenheid bij en enthousiasme voor het beschrijven van de historie van Maarssen ontwikkelde.
Om ondubbelzinnig duidelijk te maken wat hij wilde overbrengen, was hij altijd op zoek naar de beste stijl en vorm voor zijn teksten. Eerst schreef hij voor zichzelf het verhaal op en dan moest het geschikt gemaakt worden voor de lezer. Daar schreef hij tenslotte voor. Na al die inspanning is het dus begrijpelijk dat de artikelen van Arie opvallend makkelijk te lezen zijn. Zijn schrijfstijl kenmerkt zich door het gebruik van redelijk korte, vaak enkelvoudige zinnen (met weinig bijzinnen dus) en niet te veel informatie in een zin. De structuur van zijn verhaal is altijd logisch en goed te volgen. Soms zet hij met een korte inleiding de lezer op het goede been, maar vaak valt hij ook met de deur in huis. Veel van zijn artikelen worden afgesloten met extra informatie in de vorm van ‘Noten’. Arie wilde graag veel informatie delen, maar realiseerde zich ook dat het vermelden van een teveel aan details in de tekst deze minder prettig leesbaar zou maken.
Voorbereiding
Zoals gezegd ging Arie niet over één nacht ijs bij het produceren van zijn teksten. Hij deed natuurlijk archiefonderzoek bij het RHC in Breukelen, las alles wat los en vast zat en gebruikte informatie die anderen binnen en buiten de Kring voor hem verzamelden. Hij haalde bijvoorbeeld basisinformatie uit Maarssense publicaties als De Magneet, Kijk op Maarssen en uit diverse dag- en weekbladen, om die informatie dan uit te breiden en te verdiepen. Ook inspireerden artikelen uit oudere uitgaven van het Periodiek hem om een onderwerp bij de kop te pakken. In het proces van voorbereiding maakte hij heel veel aantekeningen en krabbelde hij ieder stukje papier vol met zaken die het onthouden waard waren. Soms was een interview de bron voor informatie en Arie schroomde dan niet om stevig door te vragen. Hij wilde de dingen precies weten en deze ook verifiëren en liet daarbij niets aan het toeval over. Het schrijven van een artikel was voor hem altijd een uitdaging.
Arie had helemaal niets met computers of andere digitale tekstverwerkers. Hij leverde de eerste versie van zijn teksten handgeschreven aan, en die werden door Bert de Ruiter uitgetypt; die kon zijn handschrift goed lezen. Na de eerste lezing hiervan paste hij veel aan in de structuur en bracht hij menige stijlcorrectie aan. Hij was zeer kritisch op zijn teksten en trouwens ook op die van anderen. Hij vond dat teksten van een ander niet altijd aan zijn kwaliteitscriteria voldeden. In samenwerking met een coauteur teksten opstellen mondde dan ook niet zelden uit in stevige discussies. Zijn credo was: we schrijven voor onze lezers! De afbeeldingen die Arie zelf aanleverde voor zijn artikelen kwamen veelal uit tijdschriften of kranten en het was soms erg lastig deze technisch geschikt te maken voor publicatie in het Periodiek.
Arie wilde zich graag in stilte voorbereiden. Soms ging het gezin naar een huisje in Drente of Limburg. De familie ging dan fietsen, terwijl Arie zich omringde met informatie en aantekeningen om een tekst te construeren. Die stilte had hij nodig om zich te concentreren, zei hij altijd. Deze gedrevenheid, met bijbehorende discipline, was kenmerkend voor hem. Het resultaat van al deze inspanningen zien we terug in dat dikke boek met al zijn teksten. Het geeft een prachtig beeld van de bijdrage die Arie de Zwart als schrijver geleverd heeft aan de Historische Kring Maarssen en van wat hij de lezers van het Periodiek gegeven heeft.