46e jaargang (bladzijde 6) nr.1 / IN: Periodiek HKM
‘Den zonderlingen wensch’ van Willem van Rennenberg
Auteur: Tineke Barneveld
In Periodiek nr. 4 van 2018 vertelde ik over de zoektocht naar het graf van Adam van Lockhorst in de kerk van Oud-Zuilen. Bij die zoektocht in februari 2000 werd echter niet het graf van Van Lockhorst gevonden, maar de zeer oude grafzerk van Willem van Rennenberg. 1) Nu heeft de naam Van Rennenberg in de geschiedenis van de Nederlanden een slechte naam. De naam wordt vaak onmiddellijk gelinkt aan ‘het verraad van Van Rennenberg’. George van Lalaing, graaf van Rennenberg (1536-1581), was door Willem van Oranje tot stadhouder benoemd van de noordelijke gewesten. Hij steunde de opstand tegen koning Philips II en schaarde zich aan protestantse zijde. In 1580 liep de graaf echter over naar Spaanse zijde, hetgeen hem in de geschiedenis een zeer slechte reputatie heeft bezorgd. Tegenwoordig worden zijn handelingen door historici veel genuanceerder bekeken.
De Willem van Rennenberg in dit artikel is echter de grootvader van George van Lalaing, de Van Rennenberg ‘van het verraad’.
Wie was Willem van Rennenberg?
Vrijheer en edelman van aanzien Willem van Rennenberg (1470-1545) is van groot belang geweest voor de bouwgeschiedenis van Slot Zuylen. In de Lage Landen was er in de Middeleeuwen een groot binnenlands conflict dat met tussenpozen duurde van 1350 tot 1490: de Hoekse en Kabeljauwse twisten. De oorlog ging vooral over de macht en de erfopvolging in het graafschap Holland en het ging er regelmatig heftig aan toe.
Frank van Borselen erfde in 1422 de voorloper van het huidige Slot. Veel plezier had hij niet van zijn erfenis, want in datzelfde jaar werd het huis door de Utrechtse Hoeken met de grond gelijk gemaakt. De restanten hebben ongeveer honderd jaar braak gelegen. Toen Van Borselen in 1470 overleed, had hij geen wettige nakomelingen en de grond en de puinhopen kwamen via via in handen van de vooraanstaande familie Van Culemborg. Graaf Willem van Rennenberg was op 37-jarige leeftijd getrouwd met Cornelia van Culemborg. Cornelia erfde in 1510 de ruïne van kasteel Zuylen, en haar echtgenoot Willem nam de herbouw voortvarend ter hand. In 1528 stond er weer een belangrijk gebouw dat werd omgeven door een slotgracht en dat in 1536 zelfs werd opgenomen in de lijst van ridderhofsteden.
Van Rennenberg overleed in 1545. Hoezeer hij verknocht was aan Zuylen is beschreven in het tijdschrift ‘Buiten’ waarin op 28 maart 1908 stond: ’Willem van Rennenberg overleed op 18 juli 1545 op Zuylen, waar hij bijna onafgebroken met zijne vrouw gewoond had en hij had den zonderlingen wensch te kennen gegeven, dan op drie plaatsen begraven te worden: zijn hart in de kapel van Zuylen, zijn ingewanden in die van Westbroek en zijn lichaam in de abdij van Oostbroek, buiten de Witte Vrouwenpoort te Utrecht.’
Er bestaat een ooggetuigenverslag van de uitvaart van Van Rennenberg. De abdis Vrouwe Henrica van Erp van het Vrouwenklooster meldt: ’Anno 1545 fterf Willem Grave van Rennenborch, op ’t Huys tot Zuylen, den 11 Julii. Hy wort gebalfemt. Syn Hert begraven tot Zuylen in de Capel. Syn Ingewant te Weftbroeck, ende ’t Lichaem tot Ooftbroeck begraven, op ten 23 Julii voornoemt. Ick ginge met ons Joffren ftaen voor onfe Poort aen de Steen-wech; ende wachte mit ons Capellaen, die ’t Cafuvel aen had, mit een Wy-quaft in fyn hant, ende twee van de jongfte Jofferen droegen ’t Cruys ende ’t Wieroock. Ende wy ginghen buyten die Vrenckpoort, ende bleven ftaen by de Wagen-wech, daer men na Ooftbroeck vaert, fo langh dat al die Wagens voorby waren. Doe ginghen wy wederom’.
Een zonderlinge wens!
Was die wens van Van Rennenberg inderdaad zo zonderling? Naar onze eenentwintigste-eeuwse maatstaven komt de regeling ons nogal bizar voor: een stoffelijk overschot her en der verspreid begraven… Waar komt de eigenaardige gewoonte een lichaam in stukken te verdelen vandaan? Dit vindt zijn oorsprong in het koninklijk begrafenisritueel. De gescheiden begraving begon al in de vroege middeleeuwen en hield verband met de reliekenverering van heiligen. Koningen en keizers waren door God uitverkoren en dus was ook een vorstelijk graf, net zoals bij heiligen, een plaats van verering. Wanneer een vorst ver van huis stierf, was repatriëring van het lichaam niet altijd mogelijk en dus werd het hart, dat als wezen van de persoon werd beschouwd, overgebracht naar het vaderland. Het hart was het orgaan dat het meest verbonden was met de ziel.
Een andere reden om het lichaam van een vooraanstaande edele te verdelen is om aan te geven wat het grondgebied was dat hij onder zijn beheer had. Zo is het hart van de Engelse koning Richard I Leeuwenhart begraven in Rouen in Normandië, en zijn lichaam in Anjou. Het hart van de Schotse koning Robert the Bruce ligt in de abdij van Dunfermline, en zijn lichaam in de Melrose abdij.
1 December 1530: de Nederlanden zijn in rouw. Landvoogdes Margaretha van Oostenrijk, tante én opvoedster van keizer Karel V, sterft in haar paleis in Mechelen. Naar Bourgondisch-Habsburgse gewoonte wordt haar stoffelijk overschot ‘verdeeld’. Margaretha’s lichaam werd begraven in Brou (Zuid-Frankrijk), haar hart werd bijgezet in het klooster van Brugge, en haar maag en ingewanden werden bewaard in een loden kistje in de oude St. Pieterskerk in Mechelen.
Ook in latere eeuwen werd het gescheiden begraven van lichaamsdelen in ere gehouden, zij het soms ook met een ander motief: De beroemde componist Frederic Chopin stierf in 1849 aan tuberculose. Hij werd begraven op het kerkhof Père-Lachaise in Parijs, terwijl zijn hart wordt bewaard in de Heilig Hartkerk in Warschau, Polen. Chopin stond erop dat zijn hart afzonderlijk begraven zou worden, uit angst levend begraven te worden. De laatste woorden van Chopin: ’The earth is suffocating. Swear to make them cut me open, so I won’t be buried alive’.
Terug naar Willem van Rennenberg
In de oude, in 1652 afgebroken kapel in Zuilen bevonden zich grafkelders die bij de bouw van de nieuwe kerk bewaard zijn gebleven. In de aanbestedingsstukken lezen wij immers: ’Werden aan Mr. Lambert aanbesteet: het afbreecken van den capel, schoonmaken van graven, van den fondamenten, ’t verleggen van den dooden, ’t opmetselen van den fondamenten tot op een voet boven d’aerde’. Het is waarschijnlijk dat in de kerk ook enkele vooraanstaande sloteigenaren hun laatste rustplaats hebben gekregen.
Toen Willem van Rennenberg op 18 juli 1545 was overleden, werd zijn lichaam gebalsemd en volgens afspraak werd dit begraven in de abdij van Oostbroek, zijn ingewanden in de kerk van Westbroek en zijn hart in de kapel van Zuylen, dat wil zeggen in het heel oude Romaanse kapelletje, daterend uit omstreeks 1200. Dit is de voorganger van de huidige kerk die er nu staat aan de Vecht, die gebouwd is in 1652 door Adam van Lockhorst. Toen de abdij van Oostbroek werd afgebroken in 1580 werd ook Willems lichaam bijgezet in de kerk van Zuilen.
Ooit was er in de kerk van Westbroek een raam met de afbeelding van Van Rennenberg en zijn graf met ingewanden. Het raam is helaas vernietigd maar de Utrechter Aernout van Buchell (1565-1641) tekende het venster om de herinnering voor het nageslacht te behouden. Onderin de tekening van een rechthoek staat te lezen: ’Hier leyt begraven het ingewant vande eedelen welgebore heere heeren Willem burchgrave tot Renneberch……zuylen westbroek’.
Bekend is dat aan de muur van de kerk van Oud-Zuilen een houten rouwbord heeft gehangen met de volgende tekst: ’Int jaer ons Heeren MVCXLV den XVIII dach in julio is so aflijvigh geworden den edelen en waelgeboren Heeren H. Willem Vrijgraef zu Rennenbergh H. tot Zuylen ende Westbroek ende heer tot Oldenhoornen, daert hart in dese Capelle of is begraven, ende het ingewant in de Westbroek, en het lichaem tot Oostbroek. God heb de Ziele’. Boven het rouwbord houdt een engel het wapenschild vast. Bij een zeer grote brand in de oudejaarsnacht van 1847 werd het interieur van de kerk vernietigd en is waarschijnlijk ook het rouwbord verloren gegaan.
Vondst van de grafsteen in de Slotkapel van Oud-Zuilen
Toen in januari 2000 de elektrische vloerverwarming in de kerk moest worden vernieuwd, werd van de gelegenheid gebruik gemaakt om te zoeken naar het graf van de stichter van de kerk Adam van Lockhorst, die overleden was in 1656. Volgens de literatuur zou Van Lockhorst begraven zijn in een grafstede ’vóór den dorpel van het choor’. Natuurlijk begon men daar het onderzoek. Na het verwijderen van de vloerplanken werd een vloer aangetroffen van grijze plavuizen, echter geen grafzerk. Men vond veel puin en op veel plaatsen werden op ongeveer 20 cm onder de grijze plavuizen rode plavuizen aangetroffen. Tot grote verrassing werden vlak daaronder funderingsresten van het vroeger op deze plaats gebouwde Romaanse kapelletje gevonden. Van een grafsteen was echter nog steeds geen sprake.
Het onderzoek werd enkele meters verderop voortgezet en na enkele sonderingen trof men stukken hardsteen aan. Een zwaar beschadigde grafsteen werd gevonden: de grafzerk van Willem van Rennenberg! De steen heeft een afmeting van 100 x 200 cm en is 25 cm dik. De rechter onderhoek ontbreekt. In het midden van de steen is een groot familiewapen van Van Rennenberg afgebeeld met twee zogenaamde ‘kepers op de vlucht’. 2) In medaillons komen op drie (van oorsprong vier) hoeken vier wapens voor. Aan de vier randen van de steen is te lezen: ’Hier leit begraven / het hert vanden Eedelen Heere, Heer Willem / Vrye Grave Tot Renne- / berch Heer van Zuylen ende Westbroeck en Oudehoern’.
De steen was in zeer slechte conditie en van opnemen was dus geen sprake. Alles is zorgvuldig uitgemeten en gefotografeerd en daarna is de grafrust van Willem van Rennenberg, herbouwer van Slot Zuylen, niet verder verstoord en is de kerkvloer weer gedicht.
Noten
1. Dit artikel is (nagenoeg geheel) eerder gepubliceerd in de Nieuwsbrief van Slot Zuylen in april 2018.
2. Keper is een term uit de heraldiek en een keper lijkt op de nok van een huis; het is een symbool van ‘hechtheid’.
Informatie opgraving: J. van der Teems en Jacques F. Peeters.