400
700
900
De schilders van de Vechtstreek. Kunst uit de Vechtstreek Deel 5
Versteegh, Jaap

De schilders van de Vechtstreek. Kunst uit de Vechtstreek Deel 5

46e jaargang (bladzijde 20) nr.1 / IN: Periodiek HKM

Genre

  • Historie

Subject

  • Schilderkunst

Plot

Kunst uit de Vechtstreek Deel 7

Kunstnijverheid in de Vechtstreek

Jaap Versteegh

In een zo aantrekkelijk en welvarend gebied als de Vechtstreek, waar in de loop der eeuwen veel kunstenaars actief zijn geweest, is vanzelfsprekend ook de kunstnijverheid tot bloei gekomen. Men kan in dit verband denken aan architectuur, interieurontwerp, industriële vormgeving, fotografie, grafische vormgeving, modeontwerp en edelsmeedkunst. Dit zijn allemaal kunstdisciplines waarbinnen gewerkt wordt aan de esthetische vormgeving van functionele voorwerpen zoals gebouwen, meubels, kleding, drukwerk en dergelijke.

Zijde van Zijdebalen
Een opvallend voorbeeld van kunstnijverheid in de Vechtstreek uit de zeventiende eeuw was de zijdefabriek gevestigd langs de Vecht ten noordwesten van Utrecht, bekend geworden onder de naam van de ernaast gelegen lusthof Zijdebalen. De zijdenijverheid maakte in de Republiek van 1650 tot 1730 een grote bloeiperiode door. Terwijl de handel in ruwe zijde zich beperkte tot Amsterdam, verwerkte men het ruwe product in kleinere plaatsen als Haarlem en Utrecht, voornamelijk omdat de arbeidskrachten daar goedkoper waren. Bovendien waren er bruikbare rivieren zoals het Spaarne en de Vecht die waterkracht konden leveren voor het aandrijven van de grote molens waarmee de ruwe zijde op grote klossen werd gewikkeld. De initiatiefnemer van de zijdefabriek bij Utrecht was Jacob van Mollem (1623-1699). In 1681 verkreeg hij een concessie voor het bouwen van een zijderederij in een landelijk gebied ten noordwesten van Utrecht waar vanouds veel boomgaarden en moestuinen waren. Kort na de bouw van de fabriek liet Van Mollem ernaast een buitenplaats bouwen die hij de naam Zijdebalen gaf. Door de florerende handel kon zijn zoon David van Mollem (1670-1746) de tuin van deze buitenplaats uitbouwen tot één van de rijkste van Nederland. In 1717 kwam zelfs Tsaar Peter de Grote hier kijken, niet alleen naar de tuin, maar ook naar de voor die tijd inventieve fabriek en de grote hoeveelheid personeel; meer dan honderd en sommige bronnen spreken zelfs van wel duizend werkkrachten. De tijden veranderden echter en honderd jaar later was het succes voorbij. In 1816 werd de fabriek gesloten. David van Mollem had in zijn testament laten vastleggen dat het lustoord gesloopt moest worden als het niet meer in handen van de familie kon blijven. Het terrein werd weer in gebruik genomen als tuindersgrond. Later vestigden zich op deze plek langs de Daalsedijk voorbij de Rode Brug onder andere de broodfabriek van Lubro en houtzagerij Jongeneel. Tot voor kort had hier de popmusicus Kyteman zijn studio Kytopia. Momenteel wordt er nieuwbouw gerealiseerd.

St. Lukas in Maarssen
Halverwege de negentiende eeuw werd in heel Noordwest-Europa de kunstnijverheid sterk gestimuleerd door de Arts & Crafts Movement. Geïnspireerd door Engelse kunstenaars als William Morris en Walter Crane wilde men binnen deze beweging een artistiek tegenwicht bieden aan de sterke industrialisatie om de ambachtskunsten weer de waardering te geven die ze in vroeger tijden ook gekregen hadden. Dit leidde onder meer tot een sterke toename van de productie van kunstzinnig aardewerk, ook in Utrecht. In de Utrechtse buurt Rotsoord ontstond zelfs een heus Keramiekkwartier, bestaande uit de faience- en tegelfabrieken Holland (1894-1918) en Westraven (1844-1963). Aangezien beide fabrieken echter niet aan de Vecht maar aan de Vaartse Rijn gevestigd waren, vallen ze hier buiten beschouwing. De Kunstaardewerkfabriek St. Lukas (1909-1933) daarentegen verdient hier wel aandacht. Het bedrijf, dat bekend stond om de fraaie lusterglazuren die in goud- en zilverkleuren werden aangebracht, was aanvankelijk gevestigd in het centrum van Utrecht, maar verhuisde in 1927 naar Maarssen. Daar werd het gevestigd aan de Westkanaaldijk langs het Merwedekanaal en onder de naam N.V. Kunstaardewerkfabriek St. Lukas Maarssen werd gestart met grootschalige productie en 27 werknemers. De hoofdmoot van de in Maarssen gebruikte decoraties bestond uit geschilderde, zwarte plantenmotieven op een rode ondergrond. Helaas ging het al snel bergafwaarts met de fabriek. Nadat de fabriek in de vooroorlogse hoogtijdagen nog internationaal gerenommeerde en kostbare producten had afgezet, werd in de crisisjaren vooral goedkoop en eenvoudig aardewerk gemaakt dat alleen nog nationaal of regionaal verkocht werd. In 1933 kwam het tot een definitief faillissement.

Carel Lion Cachet in Vreeland
Rond 1900, gelijk met de bloei van de kunstnijverheid, nam het aantal sierkunstenaars in Nederland sterk toe. Eén van de bekendste en meest succesvolle was Carel Adolph Lion Cachet (1864-1945). Hij woonde van 1901 tot aan zijn dood in 1945 in het achttiende-eeuwse buitenhuis Schoonoord te Vreeland, gelegen schuin tegenover de ophaalbrug over de Vecht. Ik heb al eerder aandacht aan hem besteed in mijn artikel over de religieuze kunst in de Vechtstreek naar aanleiding van zijn inrichting van het gereformeerde kerkje aan de Nigtevechtseweg in Vreeland. Lion Cachet was in veel meer disciplines thuis. Hij batikte, was houtgraveur, ontwierp behangselpapier, tapijten, sieraardewerk, meubels, bankbiljetten, affiches en was ook boekbandontwerper. Hij bezat bovendien naast artistieke kwaliteiten tevens goede sociale vaardigheden. Hij wist in zijn carrière een groot netwerk op te bouwen bestaande uit ondernemers en handelslieden. Deze contacten kwamen hem goed van pas toen in de tweede helft van de negentiende eeuw de intercontinentale scheepvaart een stormachtige ontwikkeling doormaakte. In samenhang met de bouw van diverse luxe passagiersschepen dienden er complete ontwerpen voor het inrichten van salons gemaakt te worden. Hier heeft Lion Cachet een grote bijdrage aan geleverd met zijn interieurontwerpen voor de Stoomvaart Maatschappij Nederland (S.M.N.), haar dochterondernemingen de Koninklijke Pakketvaart Maatschappij (K.P.M.) en ook de Java-China-Japan-Lijn (J.C.J.L.). Bij de meeste Nederlanders is hij toch vooral bekend geworden als de vormgever van de herinneringsborden die hij ontwierp naar aanleiding van de inhuldiging van Koningin Wilhelmina in 1898 en ter gelegenheid van de eerste verjaardag van Prinses Juliana in 1910. Deze twee fraaie art nouveau-bordjes werden in grote oplage geproduceerd en sieren tot op heden veel woningen.

Theo van Hoytema in Weesp
Lion Cachet was niet de enige sierkunstenaar die rond 1900 binnen verschillende artistieke disciplines actief was. Hetzelfde gold voor de graficus Theo van Hoytema (1863-1917). Hij verwierf in Nederland faam met zijn illustraties van kalenders en van kinderboeken. In 1891 verscheen zijn eerste prentenboek Hoe de vogels aan een Koning kwamen. In 1893 kwam een tweede prentenboek uit naar een verhaal van Hans Christiaan Andersen, Het lelijke jonge eendje. In 1895 verscheen Uilengeluk, een coproductie met zijn vrouw Tine die de teksten schreef. Dit boekje, uitgegeven door de firma C.M. van Gogh, werd een internationaal succes. Behalve illustrator was Theo van Hoytema tevens een begaafd meubelontwerper. Er is een catalogus bewaard gebleven met de titel Meubelen vervaardigd in de fabriek der firma Van Wijngaarden & Co. te Weesp en versierd door Th. Van Hoytema. Hierin waren afbeeldingen van stoelen, banken, kamerschermen en kapstokken opgenomen. Van Hoytema’s bemoeienis met deze meubelen betrof vooral de versiering middels houtreliëf. Hij verzorgde de tekeningen op de houten panelen, in het bijzonder voorstellende vogels, en ook het grote snijwerk, waarna een medewerker van de timmerfabriek het gedetailleerde snijwerk voor zijn rekening nam. Het leverde prachtige resultaten op van art nouveau-meubelkunst, die Van Hoytema echter niet het gewenste succes brachten. Hij bleef vooral bekend als graficus.

Nico Jesse in Nieuwersluis
In het begin van de twintigste eeuw kwam de fotografie als vorm van kunstnijverheid op. In de Vechtstreek zijn diverse fotografen actief geweest, zoals de uit Amsterdam afkomstige Jacob Olie (1834-1905), een pionier op het gebied van de fotografie. Na de Tweede Wereldoorlog was één van de meest spraakmakende fotografen Nico Jesse (1911-1976), bewoner van Over Holland. Jesse was van oorsprong arts en begon al op jonge leeftijd serieus te fotograferen. Na de oorlog vestigde hij zich als huisarts in Ameide, maar naast zijn artsenpraktijk bleef hij actief als fotograaf. Zijn eerste fotoboek Utrecht as it is/Zó is Utrecht kwam uit in 1950 en drie jaar later bracht uitgeverij Bruna het fotoboek Vrouwen van Parijs uit. Dit werd zo’n groot succes, dat Jesse besloot zijn huisartsenpraktijk te verkopen en zich geheel op de fotografie te concentreren. Samen met vrouw en kinderen vestigde hij zich op het landgoed Over Holland in Nieuwersluis, waar hij veel bevriende kunstenaars ontving en grote feesten gaf. Dat moge blijken uit de volgende anekdote: Afgelopen jaar nam ik met mijn kunsthandel deel aan een kunstbeurs, waar ik onder meer een groot bronzen beeld van een lakei in livrei van de Utrechtse beeldhouwer Pieter d’Hont (1917-1997) exposeerde. Tot mijn verbazing kwam hier op een gegeven moment een man van middelbare leeftijd naar mij toe die wees op het beeld en stralend zei: ‘Dat ben ik!’ Het bleek dat hij tijdens zijn studententijd als lid van het Utrechts Studenten Corps vaak was gevraagd als lakei te fungeren op de uitbundige partijen die Nico Jesse regelmatig op Over Holland organiseerde. Samen met diverse andere kunstenaars was Pieter d’Hont hier meerdere malen te gast en kennelijk dusdanig onder de indruk van deze ‘livreier’ dat hij hem vereeuwigde in brons als een herinnering aan de schitterende feesten op deze buitenplaats aan de Vecht.

Jan Taminiau in Baambrugge
Zo is de Vechtstreek om verschillende redenen altijd in trek gebleven onder kunstenaars. Een bekend hedendaags kunstenaar die zich in de Vechtstreek heeft gevestigd is de modeontwerper Jan Taminiau (1975) die kleding ontwierp voor zowel koningin Máxima als Lady Gaga en tegenwoordig internationaal furore maakt. In Baambrugge aan de rivier de Angstel, een zijarm van de Vecht, heeft hij zijn atelier gevestigd in een voormalige boerderij, omgeven door grazende koeien in groene weilanden. Niettegenstaande zijn wereldwijde succes blijft ook voor hem dit eeuwenoude Hollandse landschap zijn aantrekkingskracht behouden. Evenals vele kunstenaars voor hem heeft hij behoefte aan de eenvoudige schoonheid van het vlakke rivierenland. Zo vreemd is dat natuurlijk niet; het is tenslotte schoonheid van alle tijden.