46e jaargang (bladzijde 28) nr.1 / IN: Periodiek HKM
Doornburgh, drie ontdekkingen in één map
Auteur: Wally Smits
Maar al te vaak stuit je tijdens onderzoek naar een bepaald onderwerp op gegevens waarvan je op dat ogenblik geen gebruik maakt. Je maakt misschien een aantekening en gaat vervolgens verder met waar je mee bezig was. Zo gebeurde het dat ik, tijdens een speurtocht naar gegevens over een huis in Oud-Maarsseveen, stuitte op een paar ’kleine’ gegevens over de buitenplaats Doornburgh. Deze heeft de laatste tijd uitgebreid in de belangstelling gestaan, dus denk je al snel dat alles over dit buiten langzamerhand wel bekend is. Bij nader inzien bleek dat echter niet het geval te zijn. We weten wel het bouwjaar van het oorspronkelijke Doornburgh, maar zoals bij vele buitenplaatsen is er daarna ook nog een versie 2 en soms zelfs een versie 3 van de buitenplaats gekomen. Zo weten we bijvoorbeeld van Doornburgh niet precies wie de eigenaren in de tweede helft van de achttiende eeuw waren en wanneer de bouw van het huidige pand heeft plaatsgevonden. Dit hiaat werd ingevuld door mijn vondst in het archief Dorpsgerechten Maarsseveen en zelfs meer dan dat. 1) Er kwamen nog twee verrassende gegevens boven water.
Eigenaren
Op 15 mei 1772 liet de weduwe van Samuel Ximenes Pareira, Rachel de Pinto, wonend in Amsterdam, als ’weduwe en boedelhoudster’ het huis Doornburgh overdragen aan buurman Jan Elias Huydecoper. Onder één inventarisnummer hebben we het gehele eigenarenbestand van Doornburgh in het vierde kwart van de achttiende eeuw gevonden. Gaan we één ingebonden map verder terug, dan blijkt dat Samuel Ximenes Pareira op 2 november 1767 Doornburgh heeft gekocht van de marineofficier Johan Cornelis Baron d’Ablaing tot Nieuwerkerk etc. voor het bedrag van f 7000,00. 2); dit in tegenstelling tot de gegevens in het boek Plaatsen aan de Vecht en de Angstel, waar in de lijst van eigenaren gesteld wordt, dat het gedurende bijna de gehele achttiende eeuw in Joodse handen was. 3)
Turkse Tent
Het wordt nog interessanter. Bij de beschrijving van het over te dragen huis staan de gebruikelijke zinssneden. Getransporteerd werd ’de hofstede genaamt Doorneburgh met deszelfs heere huijsinge, tuijnmanswooninge, stallen en koetshuijs …’. Tot zover niets opvallends. Ook de daarna genoemde ’Copel’, de theekoepel, die later verplaatst werd naar het aan de overkant gelegen Bolestein, wekt geen verbazing. Wel valt de daarna genoemde ’Turkse Tent’ op, zowel in de akten van 1767 als in 1772. Wat was dat voor bouwwerk? 4) Om dat te verklaren moeten we terug naar het jaar 1683.
Het Ottomaanse Rijk was al een paar eeuwen bezig om delen van Midden-Europa te veroveren. In 1683 stonden de Ottomanen zelfs voor de poorten van Wenen, de hoofdstad van Keizer Leopold I. Een coalitie onder leiding van de Poolse koning Jan Sobieski wist de Turken op de vlucht te jagen. Zij lieten alles achter, hun complete oorlogsuitrusting inclusief hun legertenten. Deze ranke tenten met een puntdak werden volgens zeggen als oorlogssouvenir meegenomen.
Lodewijk XIV speelde in dit geheel overigens een voor West-Europa bedenkelijke rol. Hij steunde de Turken tegen zijn aartsvijand Leopold. Het cynisme van de geschiedenis wil dat zowel het hierna kwakkelende Ottomaanse rijk (dat Hongarije moest afstaan aan Oostenrijk, vandaar dat hierna gesproken wordt van Oostenrijk-Hongarije) als het nu machtige keizerrijk Oostenrijk-Hongarije het uithielden tot in het begin van de twintigste eeuw. Toen stortten beide bijna tegelijkertijd in elkaar. Voor ons is interessant, dat na de nederlaag van de Ottomanen een enorme belangstelling ontstond voor hun cultuur, of liever gezegd, datgene wat men erop projecteerde. Vooral in het Frankrijk van Lodewijk XIV was vrijheid van denken niet gangbaar. De andersdenkenden, zoals Voltaire en Montesquieu, situeerden hun denkbeelden vaak in het oosten of in het Ottomaanse Rijk. In deze tijd werden dan ook de sprookjes van Duizend-en-een-nacht in het Frans vertaald.
Deze Turkomanie ging echter grotendeels aan onze Republiek voorbij, uitgezonderd de kortstondige mode om in de strakke Franse tuinen bij een klein aantal buitenplaatsen een zogenaamde Turkse Tent te plaatsen op een kruispunt van twee laantjes. Wat past er nu beter in een Franse tuin dan een rank bouwwerkje met een puntdakje, de Turkse Tent? De bekende (thee-)koepels stonden vaak aan de rand van de tuinen aan de Vecht. We zien de Turkse Tent omstreeks 1740/50 op prenten van de buitenplaatsen Zijdebalen en Huis Ter Meer. We weten nu dat hij ook bij Doornburgh stond, maar moeten het noodgedwongen doen met de Turkse Tent van Huis Ter Meer, omdat er geen afbeeldingen van de tuin van Doornburgh bestaan uit die tijd met een Turkse Tent erop. Helaas was de tijd van de Franse tuin bijna voorbij en dus ook van onze Turkse Tent. In de loop van de achttiende eeuw moest de tuin speelser worden met beekjes en doorkijkjes en was er geen plaats meer voor strakke paden. Tegelijk met de Turkomanie viel ook voor onze Turkse Tent het doek.
Onbewoonbaar verklaard
De derde verrassing vinden we bijna achterin de map, waar de secretaris van het Gerecht Maarsseveen Jacobus van Someren, op 10 juli 1773 een certificaat uitgeeft, waarin schout en schepenen verklaren dat Doornburgh dusdanig was verouderd, dat het zonder gehele vernieuwing door de tegenwoordige eigenaar niet te bewonen was. Op dat ogenblik is men al bezig met het bouwen van een nieuw huis dat bijna voltooid is. Ik ga ervan uit dat dit ook het einde betekende voor de Turkse Tent. Dit is prachtige informatie voor diegenen die precies willen weten wanneer het huidige huis gebouwd is, maar wat voor zin had het om deze informatie via een certificaat te laten vastleggen?
Het antwoord vinden we in hetzelfde archief Dorpsgerechten, alleen een aantal jaren eerder. 5) In 1766 vraagt Arie Volkertsz de Wildt uit Oud-Maarsseveen korting op de belasting voor het dubbele huisgeld en het haardstedegeld. Zijn voorhuis is een bouwval en moet herbouwd worden. Hij vraagt die korting voor maar liefst 75 jaar en zijn aanvraag wordt gehonoreerd. Het certificaat is dus bedoeld om vermindering van belasting te krijgen. De ambachtsheer laat de door hem benoemde schout en schepenen een certificaat opstellen om minder belasting te hoeven betalen, belasting die geïnd wordt namens de ambachtsheer door dezelfde schout. Ook toen bestond er toch een vorm van rechtvaardigheid.
Noten
1. RHCVV Dorpsgerechten. Inventarisnummer 1471
2. RHCVV idem 1470
3. E. Munnig Schmidt E. en A.J.A.M. Lisman. Buitenplaatsen aan de Vecht en Angstel, Alphen aan de Rijn, 1997 Tweede druk.
4. Het navolgende is gevonden op internet en zonder bronvermelding overgenomen.
5. RHCVV Dorpsgerechten. Inventarisnummer nr. 1470