46e jaargang (bladzijde 31) nr.1 / IN: Peiodiek HKM
Elsenburg, de verdwenen buitenplaats Deel 7
Elsenburg III, een grandioos huis
Auteurs: Jan Simonis
Hans van Bemmel
Jaap Kottman
In deel 6, verschenen in Periodiek 2018-3, werd onder andere een beschrijving gegeven van het voornaamste vertrek van Elsenburg III, de grote ‘Saal’. In dit deel 7 wordt de beschrijving van het buitenhuis voortgezet door middel van een wandeling door alle vertrekken van de woonverdieping.
Een wandeling door het huis.
Door veilingbiljet en plattegronden van het huis te combineren, is het mogelijk een ‘wandeling’ door Elsenburg III te maken en zo een indruk te krijgen van de indeling van het huis en de inrichting van de vertrekken. Op de plattegrond van de woonverdieping is de wandeling met pijlen en letters weergegeven. Elk vertrek van het huis is met een hoofdletter (A, B, C enzovoort) aangegeven. Bij de beschrijving van een vertrek wordt telkens verwezen naar de desbetreffende letter.
Het huis wordt, aldus het veilingbiljet, aan de zijde van de grote vijver betreden via een ‘Capitaale Welgeordineerde (goed ontworpen, volgens goede regels) Dubbele Stoep, van Blaauw Arduin-Steen’ aan weerszijden voorzien van ijzeren leuningen. Op de plattegrond staat hier vermeld: ‘Syde naar de Groot(e) Vyver’. De voorkant van het huis, de entreezijde, lag dus - gezien de ligging van de vijver - aan de ‘landzijde’, niet aan de kant van de Vecht.
De trap leidt naar een dubbel bordes dat toegang geeft tot de ‘Vorstelijke Vestibule, belegd met extra groote fraaije Marbere Plaaten, bezet met dito Plinten, en de Zy Muuren nevens de Zoldering, Koepelsgewyze ongemeen prachtig en kostbaar Gestucadoord’. 1)
Vanuit deze vestibule (het voorhuis) komt men naar links gaand in een ‘Capitale Zy Kamer (zie C), fraaij Behangen, Gestucadoord en in dezelve een groot Spiegel met een Vergulde Lyst, en een Engelsche Schoorsteen met een overschone / Wit met Geel Ingelegde Egyptische Marbere Mantel, daarop in Communicatie (aansluitend), volgende een Kamer insgelijks Behangen en Gestucadoord (zie D, de biljartkamer), in dezelve een Spiegel, en een Schoorsteen met een Marbere Mantel, uit welke men komt in een Perystyle (zuilengalerij), door Capitale Colommen ondersteund wordende / welke van boven is Gestucadoord en van voren met Yzere Balusters voorzien’ (zie E).
Vanuit deze zuilengalerij komt men dan in de ‘Saal’ (zie de beschrijving in deel 6 van deze reeks) die wij verlaten via de deur in de linker lange wand. Deze dubbele deur geeft toegang tot een brede gang (zie G) waarin zich ‘een secreet (toilet), Cabinetje en geheime Trap naar boven’ bevinden. Rechts achterin de gang bevindt zich een deur die toegang geeft tot een slaapkamer (zie H), maar die volgens de plattegrond eveneens gebruikt werd als ‘winter Eetkamer’. Ook deze kamer is fraai behangen, voorzien van een Engelse schouw met marmeren mantel en een grote spiegel met vergulde lijst.
Verlaat men deze kamer via de tegenover gelegen deur, dan komt men in een ‘Royaal Proper Geboiseerde (met houten betimmering) Eet-Zaal (zie I), van boven Koepelsgewyze Gestucadoord, in dezelve een Engelsche Schoorsteen, met een overschoone Witte Statuaire (gebeeldhouwde) Marbere Mantel, allerkonstigst en zeer uitvoerig met Beelden, Paarlen en ander Cieraad uitgewerkt / ook twee Bufet-Kasten, en twee extra groote Spiegels met Vergulde lijsten, uitkomende door eene Porte Brisée met groote Spiegel-Glasen, in de Vestibule (…)’.
Naast deze grote eetkamer ligt een slaapkamer (zie J), voorzien van lambrisering, fraai behangen en gestukadoord met een ‘Engelsche Schoorsteen met een alderfraaist gewerkte Agate Marbere Mantel met Witte Rozetten opgelegd en twee extra groote Spiegels met Vergulde Lysten (…)’. Bijzonder in deze kamer - het staat rechts bovenaan de tekening apart vermeld bij aantekening A - is ‘Een draaijkaggel welke in 2 kamers bestookt kan worden.’ De andere kamer die verwarmd kan worden door de ‘draaijkaggel’, is het naastgelegen ‘Groot Cabinet’ (zie K), eveneens fraai behangen, gestukadoord en voorzien van een zwart/wit geaderde marmeren Engelse schoorsteen met spiegel.
Vanuit dit Groot Cabinet komt men in een kamer die weer in de gebruikelijke termen wordt omschreven (behangen, gestukadoord, voorzien van grote spiegel enzovoort), maar die volgens de plattegrond een ruime badkamer is (zie L) en volgens aantekening B, rechtsboven op de plattegrond, voorzien is van een ‘Ledancie (waterafvoer) waar in Een Waterbat’ (bad). 2) De tekening vermeldt dat het ‘waterbat’ van warm water voorzien wordt door een stookketel met pomp! De beschrijving en de tekening geven de indruk dat het gaat om een bad verzonken in een verhoging. 3) Een modern bad, want het hoeft niet meer met de hand - met emmers - gevuld en geleegd te worden. Dat gebeurt door middel van een warmwatertoevoer en -afvoer. Het blijft echter een raadsel waarom dit toch luxueuze en moderne bad niet vermeld wordt in het veilingbiljet. Hoogstwaarschijnlijk is de badkamer nooit gerealiseerd. Wellicht heeft men er om bouwtechnische redenen van afgezien, omdat de zware badkamer stevig gefundeerd moest worden, hetgeen op de etage onmogelijk was.
Vermeldenswaard is dat men in kasteel Heeze mede om dezelfde reden de badkamer op de begane grond heeft moeten bouwen. Via een speciaal trappenhuis kon men ongezien vanuit de slaapkamer op de eerste etage de badkamer gelijkvloers bereiken!
Achter de badkamer ligt een ‘zeer fraaije en welgeordineerde Boeken Kamer (zie M), Koepelsgewyze Gestucadoord, waarin een Engelsche Schoorsteen met een Zwart Geaderde Marbere Mantel, en rondom Betimmerd met propere Boeken Kasten, met Kopere Gevlogte Deuren van binnen Gevoerd met Groene Zyde (…).’ Naast de bibliotheek ligt volgens het veilingbiljet nog een fraai behangen en gestukadoorde kamer (zie N) die weer uitkomt in de vestibule. Het veilingbiljet wijkt hier af van de plattegrond want daar staan twee kamers getekend: een ‘kleerkamer’ en een spreekkamer. Dat kan duiden op een afwijking van het plan bij de bouw of op een verbouwing die later heeft plaatsgevonden.
Vanuit de vestibule/het voorhuis onder een ‘Roijale Poort’ doorlopend, komt men dan in een ‘bij Uitstek welgeordineerde Gang, alsmede met schone Marbere Plaaten belegt /en met dito Plinten bezet / alsmede de Muuren en Zoldering met Nissen en verder Cieraden overheerlijk Gestucadoord’ (zie O). Via een dubbele deur in deze gang komt men in een groot portaal (zie P) belegd met marmer waarin zich aan de ene zijde nog een portaaltje, een secreet en een geheime trap naar boven bevinden (zie Q), en aan de andere zijde een ‘ruime welgeordineerde en gemakkelyke trap, met een ongemeen fraay Gewerkte Leuning met Balustres (zie R), zo naar boven als naar beneden gaande (…).’
Tot zover de beschrijving van de woonverdieping van het huis, maar het veilingbiljet geeft ook informatie over de tuin van Elsenburg en de bijgebouwen. Aan de tuin en bijgebouwen van Elsenburg III zullen wij – tezamen met de tuinen van Elsenburg I en II – apart aandacht besteden in deel 9 en 10 van deze reeks.
Een grandioos huis
De drie beschreven bronnen (zie ook deel 6 over Elsenburg III in Periodiek 2018-3) laten zien dat het huis Elsenburg van Jan de Witt niet alleen ‘grandioos’ was qua grootte en architectuur, maar dat dit eveneens gold voor het interieur. Het huis droeg op deze wijze bij aan het ‘aensien ende respect’ van/voor de eigenaar. 4)
Die prestigieuze werking ging al uit van de grote dubbele trap naar de voornaamste verdieping van het huis, de bel-etage, de woonverdieping. Een dergelijke monumentale trap paste goed bij het grote huis dat maar liefst 22 kamers en kabinetten omvatte, verdeeld over vier bouwlagen (onderhuis, woonverdieping, slaapverdieping en zolderverdieping). 5) Het huis onderscheidde zich niet alleen door de grootte, maar ook door een ‘plattegrond die rijker van aanleg is dan die van enig ander buitenhuis.’ De imponerende ruimtelijke structuur - en daarmee ook de ruimtelijke ervaring van het huis - werden bepaald door de twee eerder beschreven hoofdassen. 6) Op de eerste as lagen twee grote representatieve ruimten: de entreehal (het voorhuis) en de eetkamer, allebei in de bijzondere vorm van een koepelzaal. Vooral de entree, de eerste indruk van het huis, was van groot belang voor de representativiteit. Deze vestibule was belegd met extra grote marmeren platen en voorzien van marmeren plinten. Muren en plafonds waren, zoals het veilingbiljet vermeldt, ‘koepelsgewijze ongemeen prachtig en kostbaar gestucadoord’. De vestibule was voorzien van een ‘royale poort’ die toegang gaf tot een centrale ruimte die eveneens rijkelijk gedecoreerd was. De entree was opvallend groot, duidelijk bedoeld als exclusieve ontvangsthal, en had niet langer mede de functie van bewoning of plaats voor bijeenkomsten.
Ook de eetkamer van Elsenburg III moet indruk gemaakt hebben op de bezoekers. Niet alleen de grootte van het vertrek droeg daaraan bij, maar ook de van glas voorziene dubbele entreedeuren, het fraaie stucwerk, en in het bijzonder de Engelse schoorsteen met ‘Beelden, Paarlen en ander Cieraad uitgewerkt.’ Niet zomaar een functionele schoorsteen, maar één waaraan, net zoals bij de entreehal, bijzondere aandacht was besteed en die ook bedoeld was om de aandacht van de bezoekers te trekken. Het valt op dat in het veilingbiljet van elke kamer een beschrijving gegeven wordt van de daar aanwezige schoorsteen. Schoorstenen of schoorsteenmantels werden in die tijd meer dan andere interieurelementen als beeldbepalend ervaren en de moderniteit van de schoorsteenmantels werd belangrijk gevonden. In het veilingbiljet wordt telkens uitdrukkelijk vermeld dat het een ‘Engelsche’ schoorsteen betreft. Dit type schoorsteen, aan de zijkanten gesloten, met lage stookopening, trapeziumvormige plattegrond en geheel of gedeeltelijk ingemetseld in de muur, kwam in de tweede helft van de achttiende eeuw in de mode. Een destijds modern schoorsteentype dus en daarom waarschijnlijk ook - gezien de veelvuldige vermelding - een goed verkoopargument. 7) Het huis, ontworpen in neoklassieke stijl, was ‘modern’ en voldeed aan de nieuwe smaak van de tijd. ‘Modern’ was op zich al representatief!
Voor de tweede as van het huis geldt dezelfde representativiteit. Deze as verbond de derde representatieve ruimte van het huis, de ‘Saal’, met het monumentale trappenhuis dat opwaarts toegang gaf tot de tweede verdieping (de slaapverdieping) en de zolder en afwaarts leidde naar het grote onderhuis. Dat de ‘Saal’ geheel in stuc was uitgevoerd, niet alleen het plafond maar ook de wanden, is bijzonder te noemen. In de achttiende eeuw beperkte de toepassing van gestucte gedecoreerde wanden zich in het algemeen tot voorhuizen, gangen en trappenhuizen. In de tweede helft van de eeuw doet zich echter een enkele uitzondering voor op deze gewoonte en is er ook in een woonvertrek sprake van een gestucte wandgeleding. 8) De kleine stuczaal van Goudestein in Maarssen uit 1753 is een voorbeeld van een dergelijke uitzondering op de regel. Het geldt ook voor de geheel in stuc uitgevoerde ‘Saal’ van Elsenburg, die ook uitzonderlijk is door de toepassing van het kostbare soort imitatiemarmer ‘scagliola’ en door de veelheid aan kleuren. 9). De uitvoering van de ‘Saal’ van Elsenburg is ook modern, in die zin dat zij aansluit ‘op de laat achttiende-eeuwse ontwerptrant van een lage strakke paneellambrisering en vakken daarboven.’ 10) Na 1800 nam het aantal geheel in stuc uitgevoerde ruimten toe.
De toepassing van kunstmarmer in plaats van natuurmarmer was niet minderwaardig, integendeel. Men volgde opnieuw het klassieke voorbeeld, want bij de Romeinen was kunstmarmer erg geliefd bij de decoratie van het interieur. Ook in de renaissance werd het gebruik van kunstmarmer als vorm van decoratie aanbevolen. Er lagen geen kostenoverwegingen aan het toepassen van imitatiemarmer ten grondslag - bepaalde soorten kunstmarmer waren zelfs duurder dan natuurmarmer - maar de marmerimitatietechnieken boden de mogelijkheid om patronen en kleuren van zeldzame gesteenten na te bootsen. 11)
Welke aanknopingspunten biedt de beschrijving van het huis nu voor het antwoord op de vraag wie de architect was van Elsenburg III? In deel 8 zullen wij op deze vraag ingaan.
Noten
1. ‘Koepelsgewijs gestucadoord’ wil zeggen dat de aansluiting tussen wand en plafond niet haaks verloopt, maar door middel van een ‘koof’. Dat is een gebogen vlak dat de overgang vormt van wand naar plafond.
2. Met dank aan Ton Simonis voor het ontcijferen en duiden van aantekening B: ‘Ledancie waar in Een Waterbat’.
3. In het boek In weelde baden, de badkamer in het Nederlandse interieur (2012) door Natasja Hogen wordt een beschrijving gegeven van de badkamer van kasteel Heeze die sterk doet denken aan Elsenburg. Hogen is bouwkundige en architectuurhistorica. Zij zegt dat de oudste nog compleet overgebleven badkamer in Nederland (1797) te vinden is in kasteel Heeze. Het is een sleutelgatvormig verzonken bad van zwart marmer met witmarmeren cirkels op de badrand, die oplichten bij het schijnsel van de kaarsen om te voorkomen dat men in het bad valt. De beschrijving zou zo maar kunnen gelden voor de plattegrond van de badkamer van Elsenburg…
4. Zie Johan de Haan. ‘Grote Huysen’ en hun interieur in Groningen en Drenthe in de zeventiende eeuw. In: Y. Kuiper en B. Olde Meierink (red.). Buitenplaatsen in de Gouden Eeuw (2015). Uitgeverij Verloren, Hilversum. p. 238 e.v. In deze bijdrage wordt de vraag behandeld, welke elementen in het buitenhuis bijdroegen aan de gezochte representativiteit van het huis.
5. Op de plattegrond van de woonverdieping (bel-etage) staat ‘Plan van de Tweede Etage’, dat is de tweede bouwlaag, maar de eerste verdieping. Het onderhuis is de eerste bouwlaag, maar niet een verdieping.
6. De Haan (2015). p. 247.
7. Johan de Haan. ‘Hier ziet men uit paleizen’. Het Groninger interieur in de zeventiende en achttiende eeuw (2005). Uitgeverij Van Gorcum, Assen. pp. 451-453.
8. K.C. van den Ende e.a. Hodshon Huis. Bewoningsgeschiedenis en Restauratie (2001). Uitgeverij Thoth, Hilversum. p.111. Meer algemeen voorkomend waren overigens geheel in stuc uitgevoerde ruimten in openbare gebouwen, zoals raadhuizen.
9. Zie over de toepassing van imitatiemarmer in Elsenburg: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE). Stuc, Kunst en Techniek (2010). Uitgeverij Waanders, Zwolle. p. 305. Daar wordt gezegd dat Van der Hart in 1795 de wanden van de salon van Elsenburg met scagliola heeft laten bekleden. Scagliola is een techniek waarmee kunstmarmer wordt gemaakt dat zeer hard kan worden. Hierbij worden aders of andere vormen uit het marmer gesneden die met stucmarmer in een andere kleurstelling worden opgevuld. Scagliola is verwant aan marmerstuc, een arbeidsintensieve techniek die een kunstmarmer oplevert dat niet van echt marmer is te onderscheiden en duurder is dan echt marmer. Het heeft een groot voordeel ten opzichte van natuurmarmer: grote oppervlakken, zelfs om hoeken heen, konden naadloos worden bekleed.
10. Van den Ende (2001). p.114.
11. RCE (2010). p. 295.