400
700
900
De speelgoedwinkel van Hilda Nieman…leuk!
Franse, Rob

De speelgoedwinkel van Hilda Nieman…leuk!

46e jaargang (bladzijde 149) nr.4 / IN: Periodiek HKM

Genre

  • Historie

Subject

  • Middenstand

Plot

De speelgoedwinkel van Hilda Nieman…leuk!

Rob Franse

Voor veel jongens en meisjes die opgroeiden in het oude dorp Maarssen en nu zo’n zestig of zeventig jaar oud zijn, is het een heerlijke jeugdherinnering: de speelgoedwinkel van Nieman aan de Nassaustraat. Maar jongens en meisjes, rond die winkel zit een heel verhaal en er is dus veel over te vertellen. Dat bleek wel toen ik het voorrecht had de nog altijd jong ogende en enthousiaste Hilda te spreken in haar comfortabele appartement met uitzicht op de Vecht.

Het verhaal begint midden in de oorlog. In de later tweemaal fors verbouwde en in 1986 geheel vervangen panden Nassaustraat 8, 10 en 12 waren destijds van links naar rechts IJzerwarenhandel Verdonk, de potten- en pannenwinkel van de oma van Hilda en het schildersbedrijf van Abraham Nieman gevestigd. In de oude potten- en pannenwinkel begonnen de ouders van Hilda in 1942 een zaak in woninginrichting. Het was een karige tijd en zowel verkopers als kopers waren al lang blij dat er überhaupt iets te koop was. Kort na de oorlog werd de handel in woninginrichting stukje bij beetje uitgebreid met de verkoop van huishoudelijke artikelen, behang, huishoudtextiel, kinderwagens en speelgoed. De oude ruimte van het schildersbedrijf werd erbij getrokken en zo ontstond er in die panden een ware Winkel van Sinkel. Er was vraag, er was aanbod. De keuze was nog wel zeer beperkt, maar je was destijds blij met alles.
De familie Nieman was in die tijd erg blij met hun Opel Olympia uit 1936. Deze auto was in de oorlogsjaren door de ouders van Hilda’s moeder verstopt voor de Duitsers op hun erf achter de turf en had de oorlog goed doorstaan. Dat was mooi, maar zo’n auto werd vlak na de oorlog wel door de overheid gevorderd. In dit geval werd de auto gevorderd om met de directeur van de schoenfabriek Marsua naar Noord-Brabant te rijden. Deze kocht daar het benodigde leer om de schoenfabriek weer te laten functioneren en zo te helpen de economie weer op gang te brengen. Om die reden kreeg Nieman dan ook benzinebonnen. Pas later, toen het economisch wat beter ging, kreeg Nieman ook bonnen om met meubels van klanten naar de stoffeerder en weer terug te rijden. Stoelen kocht je in die tijd namelijk ‘kaal’, waarna je afspraken maakte over de stof die erop moest komen.

Zo was er dus niet zo heel lang na de oorlog een winkel in woninginrichting en eigen vervoer voor de in- en verkoop van artikelen. Een auto moet natuurlijk bestuurd worden en vader en moeder waren altijd druk. Hoe handig was het dan om Hilda, die enig kind was, niet door te laten leren en/of kapster te laten worden (waar zij zelf wel oren naar had), maar haar eerst vakdiploma’s en het middenstandsdiploma te laten halen (op haar zestiende), haar bij de winkel te betrekken en haar het rijbewijs te laten halen. Zo reed een achttienjarig meisje (één van de vijf vrouwen in die tijd in Maarssen met een rijbewijs) op en neer naar de stoffeerder met een vaak compleet volgestouwd Opeltje: achterbak open, spullen erin en de rest vastgebonden er bovenop. Ze kan zich goed herinneren dat ze op die leeftijd, het moet zo rond 1954 geweest zijn, met een volgepakte auto lange tijd achter een truck met militairen reed van wie ze natuurlijk de volle aandacht kreeg. Die echte, persoonlijke aandacht krijgen was overigens niet vaak het geval. Daar was bijna geen tijd voor. Het was een arme tijd in die jaren vijftig en vader en moeder hadden maar één kind. Er moest gewerkt worden door iedereen die een gezond paar handen had.
In 1958 besloten de Niemans de woninginrichting over te doen aan Van Waaij. Daartoe werd een deel van het inmiddels nieuwe pand afgesplitst. Zij gingen zich steeds meer richten op huishoudelijke artikelen en op speelgoed. Dat was de tijd waarin de veranderingen elkaar snel opvolgden. Er was sprake van veel innovatie, ook op het gebied van speelgoed. In de jaren kort na de oorlog was er nog niet veel te krijgen en was er ook niet makkelijk aan te komen, maar je ging ervoor. Vooral speelgoed dat je kon opwinden (vooral uit Japan en Hong Kong), en weer wat later speelgoed met vliegwielen was toen populair. Wat later moest je de poppen hebben van Schildpad. Tortulon was het nieuwe materiaal waardoor de poppenhoofden veel zachter waren dan voorheen, de zogenaamde vleespoppen. En natuurlijk verkocht je poppenwagens, driewielers, fietsjes en blokkendozen. Zaken als Lego, Playmobil en Barbies zouden pas later volgen. In 1959 nam Hilda de zaak van haar ouders over. De economie was nog niet vol op stoom, maar er was inmiddels wel ruim voldoende te koop. Het was de tijd dat kleine jongetjes als Pietje van de kruidenier uit de straat en kleine Arie uit de lanen zich aan de hand van hun vader of moeder vergaapten aan al dat nieuws en moois.

In de jaren zestig begon de economie echt lekker te draaien, was er meer aanbod en meer vraag en besloot woninginrichting Van Waaij te verhuizen naar een paar huizen verderop (daar waar nu Maarssen aan de Kook zit). Dat gaf Hilda in de loop van de zestiger jaren de gelegenheid om haar winkel uit te breiden over het complete pand Nassaustraat 8, 10 en 12. Mooie en drukke jaren volgden. Beneden was de winkel, midden boven woonde Hilda en linksboven woonden vader en moeder. Wat kon er fout gaan…?
Op een dinsdag ging Hilda voor een paar dagen naar het ziekenhuis voor een kleine, onschuldige ingreep, maar van rustig daarvan bijkomen was geen sprake. Toen ze op zaterdag 28 september 1985 thuiskwam, bleek het pand in vlammen te zijn opgegaan. Alles was weg. Een jonge onverlaat met weekendverlof had ’s nachts een ruit ingeslagen, spullen gejat en was ’s morgens vroeg teruggekomen voor meer. Hij vond de net gebrachte ochtendkrant, stak deze in de fik en liet hem smeulend achter. Rond acht uur ’s morgens stond de boel volledig in lichterlaaie en moesten vader en moeder door de brandweer uit huis gehaald worden. Meer dan het ondergoed dat ze droegen was er van hun hebben en houden niet over. Gelukkig hadden ze het er wel levend van afgebracht.
Die ochtend werd Hilda, net terug uit het ziekenhuis, door iedereen over die dramatische situatie aangesproken en dat terwijl ze probeerde te winkelen om vader en moeder van noodzakelijke kleding te voorzien. Dit lukte dus gewoon niet en een nicht moest het overnemen. In de dagen die volgden moest echt alles tegelijk geregeld worden. Drie huilende winkelmeisjes werden naar huis gestuurd, vader en moeder getroost, de meest noodzakelijke dingen werden gekocht, tijdelijke woonruimte moest snel gevonden worden en er moest natuurlijk onmiddellijk vervangende winkelruimte komen. Gelukkig kon ze tijdelijk terecht op de Kaatsbaan in het pand waar nu de SNS-bank zit. Er moest immers snel weer begonnen worden met verkopen, want anders waren er geen inkomsten. Het lukte haar zowaar om op 27 oktober weer te starten met de verkoop vanuit het pand in de Kaatsbaan. Ze had alle mogelijke vertegenwoordigers gebeld om haar in ieder geval te voorzien van de meest gangbare zaken (vooral speelgoed) en dat lukte. Ruim voor de zo belangrijke feestmaand was ze ‘back in business’.
Vervelen deed ze zich niet. Naast het runnen van de tijdelijke winkel en de zorg voor haar ouders, moest ze er ook voor zorgen dat het oude pand gesloopt werd en er een nieuw pand gebouwd zou worden. Wonder boven wonder lukte dat en in oktober 1986, in een jaar tijd dus, stond er een nieuw pand op de oude locatie; wederom klaar voor de verkoop voordat de feestmaand begon dus. Daar moet overigens bij verteld worden dat de bovenverdieping toen nog niet klaar was. Inmiddels had ze tijdens de bouw bedacht dat het misschien een idee was om de nieuwe zaak te splitsen in twee zaken. Vanuit technisch oogpunt kon dat makkelijk. Er was immers in het midden van de voorgevel een portiek met een ‘in’-deur en een ‘uit’-deur gepland. Hoe moeilijk was het om een simpele scheidingswand tussen die twee deuren te plaatsen? En zo gebeurde. Er bleek een vader op zoek te zijn naar een winkelpand voor zijn jonge zoon en zo kwam Jan de Bruin in Maarssen terecht als buurman van Hilda. Jan met huishoudelijke artikelen en Hilda met speelgoed. In 1994, na 40 jaar in de winkel waarvan 35 jaar als eigenaar, vond ze het welletjes. Ze had geen kinderen en ook geen broers of zussen als mogelijke opvolgers of als hulp bij de verzorging van haar ouders. Deze zouden kort na elkaar in 1994 en 1995 komen te overlijden. De tussenmuur werd gesloopt en Jan de Bruin nam haar zaak ‘er bij’. Jawel: Novy de Bruin in huishoudartikelen en speelgoed.

En toen? Hilda bleef in eerste instantie boven de zaak wonen. Ze had nu eindelijk tijd voor andere zaken en kwam een leuke weduwnaar zonder kinderen tegen die bij haar introk. Ze trouwden in 2002, kochten een boot, verhuisden naar een mooi appartement op de eerste verdieping met prachtig uitzicht op de Vecht en genoten samen van het leven. Helaas is haar man een paar jaar geleden overleden, maar zij leeft het leven nog steeds ten volle. Speelgoed wordt er nog steeds verkocht aan de Nassaustraat 8, 10 en 12, nu al 77 jaar. Destijds werd datgene verkocht wat je kon bemachtigen en nu wordt er een overvloed aan artikelen aangeboden met daarbinnen een enorme keus. Menig oudere Maarssenaar zal het nog steeds zien als de speelgoedwinkel van Nieman. Er liggen mooie herinneringen, niet alleen voor Hilda maar ook voor de inmiddels groot geworden Pietje en Arie en al die andere kinderen.

Dank je wel voor je verhaal, Hilda! Het is of al die jaren speelgoed je jong van geest en enthousiast hebben weten te houden.