400
700
900
Van Snaefsburg tot Snavelenburg
Carlo de Meijer

Van Snaefsburg tot Snavelenburg

47e jaargang (bladzijde 125) nr.4 / IN: Periodiek HKM

Genre

  • Historie

Subject

  • Kastelen

Plot

Van Snaefsburg tot Snavelenburg

Carlo de Meijer

In 2021 bestaat Zorgcentrum Snavelenburg in Maarssen-Dorp 25 jaar. Het verpleeghuis werd in 1996 gesticht en vervult een belangrijke rol in de regio. De naam Snavelenburg is niet toevallig gekozen, maar is ontleend aan het destijds in deze omgeving aanwezige ‘huys’ Snaafburg. Snaafburg, eerst Snaefsburg en veel later Snavelenburg, was ten westen van Maarssen-Dorp gelegen. Even ten noorden van de Stationsweg langs de Oostkanaaldijk zie je nog enkele restanten. Op het nog herkenbare omgrachte kasteelterrein liggen nu een eiland, een boomgaard en een groentetuin. De daar aanwezige boerderij de Snaafburg is nog steeds bewoond en doet nu dienst als kantoorruimte

Maarssen in de Middeleeuwen: belangrijke militaire functie
In de zeventiende eeuw kwam een groot aantal Amsterdamse kooplieden naar Maarssen aan de Vecht om er van de rust te genieten. Hoewel het toen vredige Maarssen met zijn vele buitenplaatsen anders doet vermoeden, was de situatie een aantal eeuwen daarvoor heel anders.
Maarssen had in de Middeleeuwen een belangrijke militaire functie in de vele oorlogen en oorlogjes die werden gevoerd tussen elkaar beconcurrerende bisschoppen, graven en andere edellieden. De Vecht was een belangrijke noord-zuidverbindingsweg en handelsroute in de Middeleeuwen en langs de oevers bevond zich een groot aantal ‘sterkten’ ofwel kastelen.
In Maarssen stonden zelfs vier 'kastelen', waarvan er slechts één (overigens in sterk veranderde staat) nog te zien is, namelijk Bolenstein. Van de andere drie, Oostweerd (op de plaats van de boerderij met dezelfde naam), Ter Meer (op de plaats van het voormalige postkantoor aan de Julianaweg) en de Snaafburg (ten zuiden van de wijk De Reizende Man), is niet veel tastbaars meer te vinden

Snaafburg als ridderhofstad
Het is niet bekend wanneer en door wie de Snaafburg gebouwd is en hoe het gebouw heette voor het deze naam kreeg. De eerste vermelding dateert van 1379, maar waarschijnlijk stond het kasteel er al langer. In dat jaar moesten de leenmannen van de bisschop van Utrecht hun leen komen 'verheffen' bij de nieuwe bisschop Floris van Wevelinckhoven. Met het verheffen van een leengoed verklaarde de erfgenaam van dat leen te zullen voldoen aan de formele vereisten van trouw aan de leenheer.
Onder deze leenmannen bevond zich ene Hughe van Loenersloot, een zoon van Gysbrecht van Loenersloot en Berta van der Aa. Hughe van Loenersloot was voor 1379 al met het kasteel beleend, maar zoals in die tijd de gewoonte was, moest na het overlijden van de leenheer de leenman opnieuw beleend worden met het goed. Zo kunnen we lezen dat deze Hughe ‘houdende 20 mergen lants tot Maersen, daer syn huys op staet’ na de dood van bisschop Arnold II van Horne door deze nieuwe bisschop ermee werd beleend. Heer Hughe huwde in 1383 Geertruy van der Rhyn. Zij kregen een zoon genaamd Steesken (Staesken, Staets, Eustachius). Op 6 februari 1394 wordt Hughe door de Utrechtse bisschop Frederik van Blankenheim opnieuw beleend met de Snaefburg: ’20 mergen lants mitten huse ende mitter hofstede gelegen tot Maersen; daar boven naest gelant is deselve Hughe ende beneden Willem van Vliet.’ Dezelfde Hughe bezat dus ook nog eens land dat grensde aan de bovenkant van het leen, terwijl aan de ander kant van Snaefsburg land van Willem van Vliet lag.

Als Hughe van Loenersloot in 1419 sterft, wordt hij opgevolgd door zijn zoon Steesken. Deze Steesken van Loenersloot behoorde in 1436 tot de ridderschap van het Sticht. Op vrijdag van St. Jacob (= 28 juli) 1419 wordt hij beleend door bisschop Frederik van Blankenheim en in het begin van 1428 opnieuw door bisschop Sweder van Culemborg.
Aangezien heer Hughe en zijn opvolger Steesken van Loenersloot behoorden tot de ridderschap van het Sticht, was het 'huys' een zogenaamde ridderhofstad; een naam die men trouwens alleen in het Sticht tegenkomt. In het gewone taalgebruik werd dit een sterkte of kasteel genoemd; een versterkt huis (in de late Middeleeuwen van steen), waar in tijden van nood de omringende bevolking een veilig heenkomen kon vinden en dat bewoond werd door iemand die de verdediging van die bevolking op zich nam, namelijk een ridder. Aan een ridderhofstad waren bepaalde privileges verbonden. Zo hadden bezitters van een ridderhofstad vrijdom van belasting van huisgeld en hoefden zij geen bieraccijns te betalen. Omdat echter veel ridders deze belastingvrijstelling eisten, werden later hogere eisen gesteld. Het ging slechts gelden voor adellijke huizen die omgeven waren door een gracht, voorzien waren van een ophaalbrug en waarvan de eigenaar ingeschreven stond in de ridderschap.

Otto Snaefs: de naamgever
In het Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, deel 10, van A.J. van der Aa, vermeldt de auteur in 1847 onder Snaafburg of Snavelenburg:
'Oud-adellijk huis in het Nederkwartier der prov. Utrecht, arr. en 2 u. N. W van Utrecht Kant. gem., en in het district Maarssen, achter de kerk. Dit adelt. h. wordt gezegd door eenen Ridder uit Hongarien gebouwd te zyn.'
Het is ridder Otto Snaefs die in 1438 bij overdracht van Johan Bole in het bezit komt van de ridderhofstad Bolenstein. Deze ridder uit Hongarije was lid van de in 1394 in Utrecht gestichte ‘Ridderlijke Broederschap van de Heilegen Lande’. Otto Snaefs komt in het bezit van de ridderhofstad Snaafburg door middel van een ruil. In september 1444 draagt hij Bolenstein over aan Splinter van Nijenrode en krijgt hij van Staets (Steesken) van Loenersloot het 'huys’. We kunnen lezen dat op ‘feria 3 post Palmarum’ (= 23 maart) 1445 Steesken van Loenersloot Otto Snaefs beleende met zijn vaderlijk erfgoed.
Tot dan toe komt het ‘huys’ zonder naam in de archieven voor maar als Otto Snaefs eigenaar wordt, krijgt het huis zijn naam: De Snaefsburg. In de loop van de eeuwen wordt dat Snaafburg en uiteindelijk Snavelenburg. Korte tijd later overlijdt Otto Snaefs. Het goed kwam toe aan zijn weduwe Hendrika, dochter van Loef Heer van Ruwiel. Zij hertrouwt reeds in maart 1446 met Zweder Taets van Voorn.

Het geslacht Grauwert
Het nieuwe echtpaar besluit het kasteel De Snaafburg over te dragen aan Johan Grauwert, uit het in Utrecht zeer bekende geslacht Grauwert. Meerderen van dit geslacht komen voor als burgemeester of als schepen in Utrecht. Op 28 maart 1457 werd Johan door de nieuwe bisschop van Utrecht David van Bourgondië beleend met Snaafburg, zijnde ‘ene hofstede mit xx mergen lants mit hoeren rechten ende allen horen toebehoren, alsoe die gelegen syn in de Kerspel van Maersen.’
Na meerdere verervingen komt De Snaafburg in 1567 uiteindelijk in handen van Berendina Grauwert. Tijdens de bewoning door het geslacht der Grauwerts is waarschijnlijk de opname in de rij der riddermatige hofsteden verwaarloosd of geblokkeerd vanwege hun actieve rol in de strijd tussen de bisschoppen en de stad Utrecht. Als de Staten van Utrecht na 1536 orde op zaken proberen te stellen in het doolhof van alles wat pretendeert ridder of riddermatig te zijn en een lijst gaan opstellen van namen van 'kastelen' en huizingen’ die de naam ridderhofstad mogen dragen, komen we de naam Snaafburg niet meer tegen.

Van Zuylen van Nijevelt
Berendina Grauwert trouwt met Anthonis van Zuylen van Nijevelt. Via dit huwelijk zal het geslacht Van Zuylen van Nijevelt de Snaafburg tot 1801 in zijn bezit houden. Het huis blijft Snaefburg heten, weldra verbasterd tot Snaafburg en zelfs tot Snavelenburg. De familie zou in 1641 het landgoed vergroten door aankoop van vier morgen grond. Door het huwelijk van Steven van Zuylen van Nijevelt in datzelfde jaar met Adrianna Botter van Snellenburg kwam ook het goed Berenstein in de familie. Dit huis zal een eeuw later dienen als schuilkerk voor de rooms-katholieken in Maarssen.
In de tijd dat de rooms-katholieken werden onderdrukt stelden de ‘bewoners der Snaefburg’ hun geloofsgenoten in staat hun geloof uit te oefenen. De familie van Zuylen van Nijevelt was namelijk rooms-katholiek en nadat deze leer verboden werd door de Reformatie, boden zij het kasteel aan voor het houden van rooms-katholieke diensten. In ‘Zijn verslag van den toestand dezer zending’ uit 1655 deelt de Apostolische vicaris De la Torre mee dat op vele kastelen in het Sticht de Roomsche bezitters dikwijls ‘katholieke priesters derwaarts riepen om er de H. geheimen te vieren en de genademiddelen uit te deelen niet alleen aan hen en de hunnen - maar aan tal van geloofsgenooten uit den omtrek.’ In zijn verslag meldt hij dat er op de Snaafburg gelegenheid voor de katholieke eredienst geboden wordt.
In het rampjaar 1672 heeft de Snaafburg waarschijnlijk niet te lijden gehad van de plunderingen van het Franse leger, omdat de bewoners rooms-katholiek waren. De familie was bovendien eigenaar van de buitenplaats Berestein waar katholieke erediensten werden gehouden. Begin achttiende eeuw gaat Rudof Frederik van Zuylen van Nijevelt (1681-1723) nog verder: 'Ook deze heer van de Snaafburg was, gelijk zijne vaderen de hulp en steun der Roomschen in Maarssen.’ Ook bij het (ingewilligde) verzoek tot overplaatsing van de schuilkerk uit het afgelegen Maarsseveen naar het huis Berestein staat de naam van de toenmalige bewoner Jan Frederik (1751). De goedkeuring heeft Jan Frederik echter niet meer meegemaakt, want in hetzelfde jaar dat hij het verzoek deed (1751) overlijdt hij, terwijl de Gedeputeerden het pas in 1752 goedkeuren.
Het kasteel, dat nooit als ridderhofstad werd erkend, vererfde steeds van vader op zoon tot Jan Frederik van Zuylen van Nijevelt in 1751 kinderloos overleed. Zijn broer Anthony Martinus erfde toen de Snaafburg, maar ook hij overleed kinderloos in 1801.

Hoe zag de Snaafburg eruit?
Wat we onder dat 'huys' moeten verstaan, is niet heel duidelijk. We kunnen ons van het uiterlijk van het kasteel een voorstelling maken, door de verschillende tekeningen die bewaard zijn gebleven. De oudste afbeelding betreft een ingekleurde vogelvluchttekening uit 1629. Vóór de uitbreiding in 1696 bestond het kasteel alleen uit een woontoren, welke was omgeven door een gracht. De woontoren bestond uit een onderhuis met daarboven drie bouwlagen en werd gedekt door een tentdak.
In de loop van de zeventiende eeuw werd het huis enkele keren verbouwd en in 1665, toen Pieter van Zuylen van Nijevelt heer van Snaafburg was, werd het kasteel getaxeerd op 9700 Caroli gulden. Zijn zoon Jan Frederik van Zuylen van Nijevelt die in 1692 beleend werd met Snaafburg, liet in 1696 een zijvleugel tegen de woontoren aanbouwen. Het resultaat van deze verbouwing is te zien op een tekening van Jan de Beijer uit 1749 en ook op een kopergravure van Spilman die op deze tekening is gebaseerd. De zijvleugel telde twee bouwlagen, werd gedekt door een zadeldak met schoorsteen, waarop een windvaan is aangebracht en was aan de voorzijde voorzien van een trapgevel. Bij de uitbreiding uit 1696, is ook het terrein binnen de grachten vergroot.

De Snaafburg wordt afgebroken
In de tweede helft van de achttiende eeuw raakte het woonhuis in verval. Dit wordt bevestigd door een tekening uit 1786. Daarop is de toren overigens niet afgebeeld. Sommige bronnen vermelden dat De Snaafburg pas in 1860 grotendeels is afgebroken. Uit een schouwlijst die schout en schepenen van Maarssen in 1791 opstelden, blijkt het kasteel in dat jaar al te zijn afgebroken. Deze lijst vermeldt de bewoners die verantwoordelijk waren voor de brandemmers binnen het gerecht Maarssen. Achter de Snaafburg staat vermeld: '4 emmers - afgebroken, niet meer nodig'. Op de kadastrale minuut van 1818 wordt nog slechts de ruïne van de toren weergegeven, die ten slotte omstreeks 1860 geheel schijnt te zijn opgeruimd.
Als in 1801 de laatste bezitter van de Snaafburg, Antonie Marten van Zuylen van Nyevelt overlijdt, komt zijn hele bezit, te weten de heerlijkheid Wiekevorst (bij Mechelen), De Haar en de Snaafburg, toe aan zijn verre neef Jan Jacob Gislain van Zuylen van Nyevelt te Brugge in Vlaanderen.

Boerderij De Snaafburg
Terwijl kasteel De Haar wordt aangehouden en door zijn kleinzoon Steven van Zuylen van Nijevelt weer in de oude luister wordt hersteld, wordt de Snaafburg in veiling gebracht. De naam de Snaafburg is inmiddels overgedragen op de ervoor gelegen boerderij. De bezitting was toen groot ‘49 morgen lands, waaronder drie leenen ieder van vier morgen leenroerig aan de Ed. Mo. Staten van Utrecht, en een van 20 morgen.’
De veilingakte vermeldt het volgende over wat er allemaal te koop wordt aangeboden:
'Een schoone groote Hofstede genaamd Snaafburg, bestaande in een vervalle Heerenhuysinge met Tuyn, Boomgaarden, Singels. Item een Boerenwoninge, drie schuuren en twee Bergen en verder betimmering, benevens een Boomgaard, met omtrent Veertig morgen lands.'
De Snaafburg komt door verkoop aan Joannes Huydecoper. Het geheel wordt verkocht voor f 14.000. Voor de notaris Jasper van der Helm komt daar nog f 2.400 bovenop wegens zijn bemiddeling. Deze Joannes Huydecoper staat haar in huur af aan Jaantje van Dijk. In maart 1803 is volgens akte: 'de voorschreve Hofstede en Landeryen in huure gebruykt (worden) door Jaantje van Dijk, dogter van Cornelis van Dijk - jaarly'ks voor f 800 - eens geld, boven drie koppels jonge hoenders tot toepagt.’

De naam Snaafburg komen we weer tegen als de goederen van wijlen Joan Huydecoper van Maarsseveen worden getaxeerd (1837). In het taxatierapport staat Goudestein als nr. 1 voor een bedrag van f 17.800 en als nr. 17 staat de Snaafburg met huizing, erf enz. vermeld voor een bedrag van f 12.625, maar daar is de hofstede en de 40 morgen land mee bedoeld.
Als we naar de tegenwoordige boerderij kijken, waar generaties lang de familie Van Eck haar bedrijf uitoefende, zien we een ouder voorstuk en een in 1866 aangebouwde stal. De boerderij de Snaafburg aan de Straatweg 13 is nu een beschermd gemeentelijk monument. Tegenwoordig is er de besloten vennootschap Van Eck Holding B.V. gevestigd die actief is in de branche Financiële holdings, alsmede Stichting Administratiekantoor Snaafberg, actief in de branche Administratiekantoren voor aandelen en obligaties.

Zorgcentrum Snavelenburg en de Snaafburgstraat
Dat Zorgcentrum Snavelenburg deze naam heeft gekozen, is dus zoals gezegd niet verrassend. Het verpleeghuis ligt dichtbij het centrum van Maarssen-Dorp en vlakbij de plaats waar het oorspronkelijke Snaafburg heeft gestaan. In een fraai gebouw, dat in 2018 grondig van binnen is gerenoveerd, biedt men zorg aan psychogeriatrische en lichamelijk hulpbehoevende ouderen. Het aanbod in Snavelenburg omvat verpleeghuiszorg, dagbehandeling, revalidatie en welzijn. Tot 2016 behoorde Snavelenburg tot Zorggroep Utrecht West (Zuwe). Sinds 2016 maakt Snavelenburg onderdeel uit van de Careyn groep. Careyn is een organisatie voor thuiszorg, verpleging en verzorging, maatschappelijke dienstverlening en meer.
Het college van B&W heeft eind 2017 met betrekking tot het nieuwbouwproject Stationsweg Noord in Maarssen-Dorp, op advies van de Historische Kring Maarssen, de twee nieuwe straatnamen bekend gemaakt: Otto Snaafslaan en Johan Grauwertlaan. De nieuwe straatnamen verwijzen naar de twee voormalige eigenaren van het verdwenen kasteel Snaafburg. Na de zomer van 2018 is gestart met de bouw van de woningen. Het gehele project is in 2020 afgerond.


Literatuur
Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht. Utrecht, Matrijs, 1995.
L.J. van der Heijden. De Snaafburg. Loenersloot, juli 1913.
Nederlandse Kastelen Stichting. Foto's en tekeningen van Kasteel Snaafburg in Maarssen.
RTV Stichtse Vecht Maarssen: Dorp krijgt twee nieuwe straten: Otto Snaafslaan en Johan Grauwertlaan.
Drs. W. Smits. De Snaafburg. 1986. Historische Kring Maarssen.
Wikipedia