48e jaargang (bladzijde 112) nr.3 / IN: Periodiek HKM
Bistro Belle en Het Oude Regthuys: van recht tot gerecht
Carlo de Meijer
Aan de Dorpsstraat 12 te Oud-Zuilen, naast de voormalige hervormde kerk, bevindt zich Bistro Belle. Dit restaurant, genoemd naar Belle van Zuylen, is gevestigd in een eeuwenoude dwarshuisboerderij die oorspronkelijk bij Slot Zuylen hoorde. 1) Het gepleisterde gebouw met topgevel heeft lange tijd gediend als ‘Regthuys’ voor het gerecht Zuilen en Swesereng. De functies van het gebouw zijn later veelvuldig gewijzigd. Zo fungeerde het onder meer als gemeentehuis in het begin van de negentiende eeuw.
Dwarshuisboerderij
Het pand waarin nu Bistro Belle is gevestigd, heeft een lange historie. De eerste functie was die van boerderij. Het was een zogenaamde dwarshuisboerderij met gelagkamer die tot het Slot Zuylen behoorde.
De dwarshuisboerderij is een in Nederland veel voorkomend boerderijtype, waarvan het uiterlijk van het dwarshuis afhankelijk was van ligging, bodemgesteldheid en bedrijfsvoering. In Noord- en Midden-Nederland, waaronder Utrecht valt, waren dat gewoonlijk boerderijen waarbij het woonhuisgedeelte dwars op het achterhuis van de boerderij was geplaatst. Beide delen waren voorzien van een eigen dak. Dwarshuisboerderijen zijn bekend sinds het einde van de middeleeuwen; ze combineerden in de regel een boerenschuur met een woning die een niet-agrarische of burgerlijke uitstraling had.Ze vormen de voorlopers van de luxe villaboerderij.
Veranderingen door de tijd
De oorspronkelijke boerderij heeft in de loop der eeuwen vele veranderingen ondergaan. De boerderij heeft een veertiende-eeuwse kern en aan de zijgevel en achterzijde aanbouwen uit de negentiende eeuw. De boerderij wordt gedekt door een mansardedak, een dak waarbij het onderste deel van het dakvlak steiler is dan het bovenste. Er zit dus een knik in het dak. De aanbouw aan de achterzijde is voorzien van een zadeldak, dat bestaat uit twee tegen elkaar geplaatste hellende dakschilden die elkaar in de nok snijden. Dit type dak is, vanwege zijn eenvoud, het meest voorkomende type dak in Nederland en België, met name in de traditionele bouw.
De boerderij is wit bepleisterd. De voorgevel van het voorhuis staat haaks op de Vecht en het achterhuis loopt parallel aan de Vecht. In de voorgevel bevindt zich een fraai gedecoreerde paneeldeur met bovenlicht, versierd met een smeedijzeren decoratie. De meeste vensters zijn voorzien van luiken, die in de voor Oud-Zuilen zo bekende rood-witte kleur zijn beschilderd. Het huis werd, samen met het bijbehorende koetshuis en de dienstwoning, in 1858 ingrijpend verbouwd. De uitbouw aan de zijgevel van de boerderij heeft dezelfde detaillering als het tegenovergelegen pand Dorpsstraat 14, dat nog steeds als koetshuis van het Regthuys bekendstaat.
Het Oude Regthuys?
Sinds het einde van de zestiende eeuw deed het huis dienst als Regthuys van het ‘Geregt Zuylen en Swesereng’. Naar verluidt zouden al in het jaar 1579 schout en schepenen hier bijeen zijn gekomen om in de opkamer recht te spreken en bestuurszaken te regelen. Voor die tijd werden de zittingen gehouden in het huis van één van de ingezetenen van het dorp. Het dorp Zuilen vormde samen met Swesereng, gelegen aan de overkant van de Vecht, en Westbroek een ambachtsheerlijkheid . Deze behoorde toe aan de ambachtsheer, in dit geval de heer van Slot Zuylen
Een ambachtsheerlijkheid was de kleinste bestuurseenheid op het platteland. Deze middelbare of lage heerlijkheid van een ambachtsheer of ambachtsvrouwe werd in leen gegeven door de leenheer, dus de eigenaar van het betreffende leen. De ambachtsheerlijkheid onderscheidde zich van de vrije of hoge heerlijkheid doordat de heer geen jurisdictie in halszaken bezat, zoals misdrijven waarvoor iemand de doodstraf kon krijgen. Naast rechtspraak behoorden ook bestuur en wetgeving tot de competentie van de heer.
De ambachtsheer had ook zogenoemde ‘heerlijke rechten’, waaronder het recht om de schout (soort burgemeester) aan te stellen en de leden van de schepenbank te benoemen. Ook had hij het recht op bepaalde heffingen, bijvoorbeeld bij de overdracht van land. Zo is in een aantal ambachtsheerlijkheden langs de Vecht tot in de negentiende eeuw het recht van de 13e penning blijven bestaan. Dit was het recht van de heer op een 13e deel van het verkoopbedrag bij transporten van onroerend goed. Aan deze rechten kwam in de Franse tijd evenwel een eind.
De heer liet uitoefening van zijn rechterlijke en bestuurlijke bevoegdheden meestal over aan de door hem benoemde schout. De schout van Zuylen en Swesereng was, naast rentmeester, tevens schout van Westbroek. Het Geregt Zuylen en Swerereng had een eigen schepenbank bestaande uit vijf leden. De schepenen werden elk jaar op voordracht van de schout en schepenbank door de heer van Zuylen benoemd. De schout en schepenen hadden meestal slechts éénmaal per maand zitting. De schout en de secretaris ontvingen f 100,00 per jaar; de vergoeding voor leden van de schepenbank (in 1721 vastgesteld) was slechts f 12,00 per jaar.
De schepenbank
Wat waren zoal de taken van de schepenbank? Veel werk was er niet voor hen. Omdat Zuilen een zogenaamde 'lage ambachtsheerlijkheid' was, moest men voor de hogere rechtspraak naar Utrecht. Ze waren alleen bevoegd om boetes op te leggen en om de hoogte van de verschillende belastingen vast te stellen. Er werden door het gerecht Zuylen aan inwoners, maar ook aan passanten, verschillende soorten belastingen opgelegd. Zo was er een belasting op turf, die vooral van belang was voor de in de Vechtstreek veel voorkomende steen- en pannenbakkerijen, maar ook op producten als koffie, thee en tabak. Ook werd er een morgengeld, dat is een belasting op grond geheven, alsmede een familiegeld dat gedeeltelijk naar draagkracht werd opgelegd (toen al!). Daarnaast werden geschillen tussen burgers onderling, en tussen burgers en overheden, maar ook de vastlegging van transporten, de overdracht van het eigendom of het gebruiksrecht van een onroerende zaak, door de schepenbank behandeld. Burgers konden het gerecht bovendien verzoeken een huwelijk te voltrekken wanneer een paar ‘niet de gereformeerde godsdienst aanhing’.
Van Oude Regthuys naar gemeentehuis
Het Regthuys heeft daarnaast dienstgedaan als tolhuis en later ook als gemeentehuis. In de Franse periode bleef de schepenbank nog enige tijd functioneren. Men bleef bijeenkomen in het Oude Regthuys. Maar de functie van schout en schepenen verdween. In 1810 kreeg Zuilen een maire (burgemeester) en een adjoint municipal (gemeentesecretaris) aan het hoofd. De functie van maire was feitelijk gelijk aan die van een burgemeester nu.
Daarnaast werd er een conceil municipal (gemeenteraad) van tien leden ingesteld. In 1813 werden de gerechten Zuilen, Swesereng en Oostwaard tot een mairie (gemeente) samengevoegd. Oostwaard was voor 1811 een apart gerecht, dat in het oosten en noorden begrensd werd door Maarssenveen en verder door de Vecht.
Na het vertrek van de Fransen werd er een gemeenteraad ingesteld. Zo ontstond de gemeente Zuilen. De burgemeester werd bijgestaan door twee wethouders. Het Oude Regthuys bleef nog enige tijd als gemeentehuis in gebruik.
In 1898 werd in Oud-Zuilen - aan de Dorpsstraat 3 - een eigen gemeentehuis gebouwd naar ontwerp van de architect A. Nijland, dezelfde architect als van de school in Oud-Zuilen uit 1887. Beide gebouwen zijn in neoclassicistische stijl ontworpen. In de gang bevond zich een marmeren herinneringsplaquette met de tekst: ‘Den 30sten april van het jaar onzes heeren 1896 ter gelegenheid van het 50 jarig jubilé der ambachtsvrouwe douair: Baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen enz: geb. jonkvr: F.M. van Weede is door haar aan de gemeente Zuylen dit raadhuis geschonken ter nagedachtenis aan haren geliefden echtgenoot Mr. W.R. Baron van Tuyll van Serooskerken van Zuylen enz: overleden den 29sten october 1878’.
Het pand, Dorpsstraat 3, heeft als gemeentehuis dienstgedaan tot de opheffing van de gemeente Zuilen in 1954. Wel werd de secretarie in 1929 verplaatst naar Huize Daelwijck in verband met de groeiende bevolking van de wijk Zuilen. Na de annexatie van Nieuw-Zuilen door Utrecht in 1954 werd Daelwijck ‘hulpbureau’ voor de Utrechtse burgerlijke stand.
Bistro Belle
In 1858 werd het Regthuys tot boerderij verbouwd en bleef het als zodanig in gebruik tot 1971. In dat jaar was de verbouwing van de boerderij tot gasterij gereed, waarbij het oorspronkelijke plafond dat uit zwarte balken bestaat, bewaard is gebleven. Bij het opstellen van het verbouwingsplan was sterk rekening gehouden met de wensen van de eigenaar, baron H.G.I. van Tuyll van Serooskerken. In 1983 werd het huis met aanhorigheden door de nieuwe eigenaar van de baron gekocht. De baron had in het begin van de vorige eeuw alle café’s opgekocht om het drankmisbruik tegen te gaan. Het pand werd gerestaureerd en het restaurant Het Regthuys werd erin gevestigd.
Tegenwoordig heet het Bistro Belle, naar de bekende bewoonster van Slot Zuylen. Een sfeervol à la carte restaurant, gelegen in een landelijke omgeving naast het Slot en vlak aan de rivier de Vecht. Waar niet meer recht wordt gesproken maar waar op een eigen wijze heerlijke gerechten worden geserveerd. De plaats waar de schout en zijn rakkers de boeven onderbrachten zijn nog duidelijk vast te stellen. Belle heeft nog twee oorspronkelijke cellen, die tegenwoordig dienstdoen als wijnkelder.
Noot
1. Er bestaat geen overeenstemming over de ouderdom van de boerderij. Verschillende bronnen noemen verschillende eeuwen: veertiende, zestiende en zeventiende eeuw.