400
700
900
Hisgis, een historische TomTom
Smits, W.

Hisgis, een historische TomTom

49e jaargang (bladzijde 32( nr.1 / IN: Periodiek HKM

Genre

  • Historie

Subject

  • Kaarten Algemeen

Plot

Hisgis, een historische TomTom

Wally Smits

In Hisgis staat -His- voor Historisch en -gis- voor Geografisch Informatie Systeem. Het is een internetsite die gedigitaliseerde kaarten van de eerste echte kadasteroptekeningen uit 1832 bevat. 1) De site is opgezet door de Fryske Akademy, sinds 2011 uitgebreid met Hisgis Utrecht, en sinds 2019 samengegaan met het Humanities Cluster van de Koninklijke Academie voor Wetenschappen (KNAW). Doordat de oude kaarten met nieuwere kaarten vergeleken kunnen worden, geeft het een mooi beeld niet alleen van de situatie in 1832, maar ook van de latere ontwikkelingen van een bepaald gebied of zelfs van een perceel. Dit monnikenwerk -we hebben het over de bewerking van 17.000 kadasterkaarten en 3.000.000 percelen- heeft geresulteerd in een enorm interessante digitale historische zoekmachine, een soort historische TomTom.
Door op een bepaald perceel te klikken, verschijnen de eigenaar, het bodemgebruik, de oppervlakte van het perceel en de waarde van het perceel voor de belastingen in 1832 in beeld. Zo is er voor elk wat wils te vinden. De genealoog kan precies vinden in welk huis zijn voorouder woonde, de bioloog kan de ontwikkeling van de natuur uitzoeken, de (veelal lokale) historicus heeft een mooi referentiekader voor verder onderzoek. De meer recreatieve historicus kan vanachter zijn computer een reisje langs de Vecht maken en alle buitens aanklikken om te kijken wie toen de eigenaren waren of tot de ontdekking komen dat de buitenplaats Vechtoever niet één koepel maar twee koepels had: de nu nog bestaande koepel aan de Vecht en een andere, die zelfs 10 m2 groter was, in de noordelijke punt aan de Diependaalsedijk. Ook kun je aan de hand van deze gegevens onnauwkeurigheden over bepaalde objecten corrigeren. Fouten zou een te groot woord zijn, want zowel primaire (directe) als secundaire (indirecte) bronnen spreken elkaar tegen en zijn niet altijd even nauwkeurig, zoals hieronder zal blijken.

De molen te Oud-Maarsseveen
Aangezien we wereldberoemd zijn om onze molens in het polderlandschap, heb ik me gericht op de kleine rode rondjes of rechthoekjes die op de digitale kaarten de molens aangeven. Hier kun je op zien dat de Maarssenbroekse watermolen aan het eind van de Zijlweg is verdwenen, evenals de molen die de latere Bethunepolder droogmaalde en vervangen werd door het vroegere stoomgemaal. Een aantal nog bestaande molens staat er echter niet op. De Trouwe Wachter in Tienhoven staat er niet op, wat logisch is: omdat hij in 1832/33 in gebruik werd genomen, viel deze net buiten het kaartbereik. Dat heeft immers het jaar 1832 als uitgangspunt. Bij Oud-Zuilen mis ik zelfs beide molens op de kaart, terwijl de grote poldermolen op deze plaats echt uit 1753 stamt en de kleine wipwatermolen volgens het informatiebord in 1830 is gebouwd.
Niet alleen dat is een uitdaging tot nader onderzoek, maar tot mijn verbazing zag ik dat langs de Maarsseveensevaart niet ver van de hoek met de Heuvellaan onder Oud-Maarsseveen ook een molen heeft gestaan en dat was voor mij nieuw. Hier rijden we met onze historische TomTom niet zomaar voorbij, maar stappen we figuurlijk uit voor nader onderzoek. Dat leverde na onderzoek in diverse archieven het volgende beeld op.
Op 1 juni 1819 creëerde men in dit hoekje een nieuwe binnenpolder met de bedoeling een eigen watermolen te bouwen. Deze uithoek was voor de bestaande molens niet haalbaar voor de bemaling, vandaar dat de polder volgens Hisgis ook Polder Agteraf heet. Peter van Doorn (zie hierna) kreeg f 80,00 voor de door hem afgestane grond. 2) De stemgerechtigde eigenaren van de landerijen, de ingelanden, van dit kleine poldertje lieten er geen gras over groeien, want al op 5 augustus volgde de aanbesteding voor de bouw van deze molen. Aan aannemer Jan Brandsen van Walderveen uit Tienhoven werd de bouw van een wipwatermolen gegund voor een bedrag van f 2870,00. Op dezelfde dag gunden de vijf ‘directeuren’ van het poldertje, Peter van Doorn, Jacob van de Vuurst, Bart van der Wilt, Gerrit Timmer en Gerrit van de Vuurst, het werk voor de waterafvoer van de molen en twee sluizen aan Jan Slagt, ook weer een aannemer uit Tienhoven voor de prijs van f 1455,00. 3) De totale bouwsom was f 4325,00. Aangezien er geen afbeelding van deze molen bestaat, probeer ik via de aannemer en door de totale kostprijs te vergelijken met soortgelijke molens, te speculeren wat voor wipwatermolen hier heeft gestaan. Laat nu aannemer Walderveen in 1833 de (later zo genoemde) Trouwe Wachter bouwen voor f 4.100,00. Het lijkt erop dat de molen Oud-Maarsseveen, als we naar de prijs en de aannemer kijken, een voorloper en voorbeeld van De Trouwe Wachter is geweest.

Ik zal eerst de teloorgang van de Oud-Maarsseveense molen beschrijven en dan gaan we met Hisgis richting Oud-Zuilen. Die teloorgang heeft alles te maken met de inpoldering van de Bethunepolder. Hier werd al omstreeks 1860 aan de Machinekade een stoomgemaal gebouwd om die polder droog te leggen. Tegen 1880 was dit ‘gelukt’, hoewel die polder eigenlijk altijd een probleemkind is gebleven. Het kwelwater bleef een grote spelbreker. Daar was niet tegenaan te malen. Maar door het droogleggen van de Bethunepolder verloor het poldertje Agteraf toch veel water richting Bethunepolder. De molen Oud-Maarsseveen verloor grotendeels zijn functie en omdat omstreeks die tijd ook allerlei waterschappen gingen fuseren ontstond bij de ingelanden de discussie om de molen, die omstreeks 1900 al vele jaren achterstallig onderhoud had of te renoveren of te slopen. Er werd ook nog gesproken over het ‘daarstellen (van een) watermachine aan de Vecht’, die de molen overbodig zou maken. Van de bouw van die ‘machine’ is daarna niets meer vernomen. Tegelijk met de liquidatie van het poldertje Agteraf (die in de notulen Nieuwe Binnenpolder werd genoemd) besloten de ingelanden eind januari 1903 om de molen te slopen. 4) Een nazaat van Peter van Doorn, die in 1819 nog f 80,00 voor de afgestane grond kreeg, kreeg nu ‘om niet’ de grond weer terug.

Amusant en informatief is een stukje uit het Utrechtsch Nieuwsblad van 31 januari 1905, waarin een wandelaar zijn wandeling naar Oud-Maarsseveen aan het papier toevertrouwt: ‘Wanneer men eertijds wandelde van Maarssen naar Oud-Maarsseveen kondigden een drietal woningen, het zogenaamde afgebrande dorp, ons aan dat Oud-Maarsseveen nabij was. Deze woningen zijn sedert eenigen tijd verdwenen. … Maar nog altijd stond er, zolang het ouden van dagen heugt, aan de overzijde van den weg in den polder, een molen, die vroeger het zijne deed, om dien polder van het overtollige water te ontdoen. Na het indijken der plassen en het ontstaan van den Bethune werd deze molen op non-activiteit gesteld en stond daar geheel eenzaam en verlaten; misschien te wachten tot de tijd zou aanbreken, dat zijn dienst weder gevraagd zou worden. Het spreekwoord “Rust roest” werd in hem bewaarheid, hij geraakte in verval. Ruwe stormen ontnamen hem zijn wieken, maar nog steeds bleef hij staan om dat alles te trotseren, als wilde hij den wandelaars toeroepen: ”Oud-Maarsseveen nadert”, tot dat, ja tot dat in een vergadering van ingelanden werd besloten dezen molen te sloopen. Daartoe werden de Gebr(oeders) Walderveen aangewezen.’ 5)
Uit het voorgaande blijkt dat een aannemer Walderveen de molen heeft gebouwd en dat ook een aannemer Walderveen de molen heeft gesloopt. Oud-Maarsseveen was zijn karakteristieke entree kwijt. Ook zij, de inwoners van Oud-Maarsseveen, hadden te boek kunnen staan als de bezitters van de kleinste wipwatermolen van Utrecht.
Na mijn onderzoek in diverse archieven sprak ik de bekende Tienhoven- en Oud-Maarsseveendeskundige Theo Schouten. Na mijn trotse melding dat ik iets had gevonden wat zelfs hij niet kon weten, zei hij tot mijn frustratie: ‘Ja, dat klopt. Ik heb in mijn jonge jaren nog op dat stukje grond gespeeld; de fundamenten liggen nog onder het gras.’ Maar zonder Hisgis had ik nooit bij Theo kunnen reppen over die molen.

Wipwatermolen Oud-Zuilen
Beeldbepalend voor Oud-Zuilen zijn de grootste poldermolen van de provincie Utrecht met daarnaast het kleinste wipwatermolentje van de provincie Utrecht. Hisgis vermeldt beide molens in 1832 echter niet; de grote molen ten onrechte, maar de kleine terecht zoals hieronder zal blijken. Ook hier verlaten we Hisgis en verdiepen we ons via de archieven in de geschiedenis van met name de kleine wipwatermolen.
Er bestond al langer onvrede over de lozing van water uit de polder Buitenweg, 288 hectare groot, ten noorden van de Groeneweg. De ingelanden waren al vanaf 1831 in gesprek met grondeigenaar Van Tuyll van Serooskerken van Slot Zuylen om een eigen waterlozing en molen aan te leggen. 6) Dit resulteerde alvast in de aanbesteding in 1833/34 van de waterlozing voor een bedrag van f 1620,00. Dat is f 200,00 meer dan de prijs voor de afvoer door het molentje Oud-Maarsseveen, maar we zijn ook 15 jaar verder in de tijd. De kosten werden omgeslagen per bunder (hectare). Per bunder moesten de eigenaren f 5,50 betalen. Wilde men dat in vier termijnen doen, dan kwam daar nog 5% rente bij. Vervolgens werden de eigenaren op het gemeentehuis van Zuilen bijeengeroepen om over de vervolgstap te vergaderen: het bouwen van de molen.
Kennelijk had Walderveen een goede naam opgebouwd als molenmaker. Het bestek voor de nieuwe molen werd door hem geleverd. Jammer genoeg is dit bestek niet te vinden in de bewaarde archieven van dit nieuwe poldertje Buitenweg. Besloten werd dat Walderveen de molen mocht bouwen voor de som van f 4750,00, aanzienlijk meer dan de aanbesteding van de molen Oud-Maarsseveen, maar ook f 650,00 meer dan de omstreeks dezelfde tijd gebouwde De Trouwe Wachter. In februari 1836 was er pas een totaaloverzicht van de gemaakte kosten, per bunder f 16,50, met weer de mogelijkheid om in termijnen, ditmaal zes, te betalen. Als we een definitief jaartal willen geven voor de bouw van de molen, komen we terecht bij het verzoek van Cornelis van Doorn, meestertimmerman en molenmaker te Utrecht, die aan het polderbestuur een getuigschrift vraagt en ook krijgt voor zijn optreden als opzichter tijdens de bouw van de wipwatermolen in 1835. 7) Dit laatste verklaart waarom ons kleine wipwatermolentje in Oud-Zuilen niet in Hisgis is opgenomen, maar dat maakt het niet minder uniek.

Noten
1. www.hisgis.nl. U kunt ook via Google Hisgis opzoeken en dan direct op Utrecht klikken.
2. Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen, archief gemeente Maarsseveen 1818-1949 inv. nr. 1773
3. Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen, notariële archieven, inv. nr. 1354
4. Archief waterschap Amstel, Gooi en Vecht, toegang 64, inv.nr. 273
5. Het Utrechts Archief, Het Utrechts Nieuwsblad, 31 januari 1905
6. Archief waterschap Amstel, Gooi en Vecht, toegang 64, inv. nr. 1
7. Archief waterschap Amstel, Gooi en Vecht, toegang 64, inv. nr. 88