49e jaargang (bladzijde 71) nr.2 / IN: Periodiek HKM
Het Hooge Land heringericht
Bob Manten
‘Nee, nog iets meer naar links. Ja, zo staat hij goed’. Met een tevreden gezicht kijkt Kees Spelt naar de rood-witte jalonstokken die Joris Hellevoort, boswachter bij het Utrechts Landschap, en Paul Vesters, projectleider van de herinrichting van het Hooge Land en eveneens werkzaam bij het Utrechts Landschap, precies op de zichtlijn in de grond hebben gestoken.
Het is half elf op een grijze, natte donderdag 27 januari 2022 en de herinrichting van het voormalige ‘weiland van Spelt’, thans officieel het Hooge Land genaamd, is begonnen. De aanwezigen kijken vrolijk, want het land dat Kees Spelt, de zoon van de laatste boer op het land op de hoek van de Diependaalsedijk en de Klokjeslaan in Maarssen, in september 2020 om niet schonk aan het Utrechts Landschap, krijgt het uiterlijk dat Kees al die tijd voor ogen stond. Tevens zijn aanwezig Douwe Kappers van kwekerij Boomkroon uit Leersum en Gert Jan van Doorn, eigenaar van het gelijknamige loon- en fruitbedrijf uit Houten, gespecialiseerd in onder andere het machinaal boren van paal- en plantgaten.
Het Hooge land of Hoogland is de oude benaming van het weiland, zoals beschreven in Periodiek 2021-1, blz. 24 t/m 32. Twee jalonstokken staan op de oude zichtlijn vanuit het rond 1811 gesloopte buitenhuis Elsenburg III naar de toenmalige duiventoren, richting de Zogwetering. Als vertrekpunt van de zichtlijn wordt het ijzeren hek met het opschrift Doornburgh langs de Diependaalsedijk genomen. Vervolgens wordt een aantal jalonstokken op 6.40 meter afstand van de zichtlijn in de grond gestoken om een rij van 16 gelijk bloeiende kersenbomen uit te zetten .
Even later slaan de mannen op de gemarkeerde lijn langs de gespannen draad kleine paaltjes in de grond op de plekken waar Gert Jan over een paar dagen de gaten van circa 65 cm breed en 40 cm diep gaat boren . Er komen 44 kersenbomen te staan en 12 appel- en perenbomen. Bij de paaltjes komen 16 kersenbomen en de overige bomen komen exact te staan op de plaatsen zoals aangegeven op bijgaande tekening tussen de gemarkeerde lijn en het hek van woonzorgcentrum Maria Dommer ). Door de ruil van 12 kersenbomen met 12 appel- en perenbomen wijkt de uitvoering iets af van de tekening. Die ruil is bevorderlijk voor het lokken van insecten voor de bestuiving en verhoogt ook de decoratieve waarde.
‘Het zijn verschillende rassen gecultiveerde kersenbomen’, vertelt Douwe, ‘gekweekt op het landgoed Zuylestein tussen Leersum en Amerongen op de Utrechtse Heuvelrug. Ik kweek ze daar samen met Femke Battering en we doen dat zonder gebruik te maken van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen’. Hij licht verder toe dat om verschillende bloei- en vruchttijden te krijgen, wat aantrekkelijk is voor de dieren en voor de omringende bewoners en wandelaars langs het Hooge Land, er verschillende rassen worden geplaatst. Het verschil in rassen is ook nodig om door een goede, gemêleerde kruisbestuiving de bomen veel vrucht te laten dragen. De insecten, voornamelijk de hommel en de honingbij als gewaardeerde bestuivers van vooral fruitbomen, zullen de plek snel weten te vinden. Honingbijen zoeken wel in een omtrek van drie kilometer naar geschikte bomen voor hun voedsel en honing. Er komen kersenbomen van onder andere de rassen Burlat, de Varikse Zwarte, de Meikers, de Kordia en de Giorgia. Vogels en andere dieren kunnen zich eraan te goed doen. De bomen zijn na 15 tot 20 jaar volwassen en worden vijf tot zes meter hoog.
Ik wandel naar boswachter Joris en vraag hem of de bomen nog beschermd worden. ‘Ja’, is zijn antwoord, ‘om iedere boom wordt een korf geplaatst en langs de boomgaard aan de kant van het weiland komt een raster op 4 meter vanaf de bomen. Dit is om te voorkomen dat de boompjes door dieren worden aangevreten, bijvoorbeeld door de konijnen of de hazen die op het weiland zijn waargenomen en in de boomgaard kunnen komen. Of door de koeien en schapen die er wellicht gaan komen. We zoeken als Utrechts Landschap nog naar een boer die bijvoorbeeld zwartblesschapen en lakenvelder koeien kan laten weiden. De lakenvelder behoort met de blaarkop en de witrik tot de oudste, Hollandse koeienrassen en zij is direct herkenbaar aan het ‘witte laken’ om haar buik. Ze zijn juweeltjes in het landschap, hebben niet veel nodig en doen het uitstekend op hooi en gras.
Ik wijs Joris op de tekening en vraag hem waarom er nu juist een groepje van drie zomerlinden op het weiland komt. Hij zegt lachend: ‘Omdat dit de enige boom in ons taalgebruik is die met zij wordt aangesproken. Al bij de Kelten en Germanen werd de linde als heilig beschouwd. Freya, de godin van onder andere de liefde en de vruchtbaarheid, zou zich erin genesteld hebben. Onder de lindeboom werd in vroeger tijden recht gesproken door de vierschaar en huwelijken ingezegend’. Hij kijkt naar mijn verbaasde gezicht en vervolgt snel: ‘Dat is allemaal waar, maar de lindeboom, zeker in een groepje van drie zoals wij ze willen planten, is heel decoratief en geschikt voor een relatief groot perceel als dit weiland. Bij buitenplaatsen en landgoederen zie je vaak in weilanden een lindeboomgroep. De bomen kunnen wel drie tot vierhonderd jaar oud worden en een hoogte van 25 tot 35 meter bereiken. De grond is er heel geschikt voor. De linde is klimaatbestendig. Ze vraagt om een voedselrijke en vochthoudende bodem, maar kan ook goed tegen tijdelijke zomerdroogte. We aarzelen nog of het winter-, zomer- of Hollandse linde wordt. Ik vermoed een Hollandse linde (tilia), een natuurlijke kruising tussen de winter- en de zomerlinde . Al in de zestiende eeuw exporteerden Hollandse kwekers deze linde naar alle delen van Europa. De Hollandse linde bloeit in juni heel rijk en wordt door hommels en bijen bestoven. De zaadjes vallen in oktober en ze bieden’, zo praat hij enthousiast verder, ‘aan dieren en hopelijk straks aan de koeien en schapen ook de nodige schaduw’.
De volgende persoon bij wie ik te rade ga, is projectleider Paul Vesters. Hij vertelt dat het strookje gemeentegrond (kadastraal perceel A2788) bij de ingang aan de Tesselschadestraat eigendom van de gemeente blijft, maar dat het Utrechts Landschap dat in bruikleen krijgt. De fruitbomen zijn door verschillende mensen in de regio gesponsord, waarvoor we hen heel dankbaar zijn. Het plan was om het oude, stalen hek net naast de huidige ‘namaakhooiberg’, dat vroeger vanaf het erf de directe toegang gaf tot het Hooge Land, te plaatsen op de as van de rijbaan van de Tesselschadestraat. Dat hek is echter voor de huidige voertuigen te klein. Om die reden zetten we er nu een houten hek neer dat past bij het landschap. Het gehele weiland wordt omzoomd door een brede meidoornhaag. Zo’n haag is goed voor de flora en de fauna. Vogels en kleine dieren vinden er beschutting. We willen ook een haag planten op de scheiding met Maria Dommer. Daar moeten we eerst afspraken over maken met onze buren, ook over het onderhoud. Op termijn willen we het weiland ook meer bloemrijk maken. ‘Tenslotte’, zo vertelt Paul, ‘plaatsen we nog een ooievaarsnest. Dat geeft een extra levendig accent. En er komt uiteraard nog een informatiebord waarop onder andere de naam het Hooge Land, de naam van de vroegere eigenaar Spelt en de namen van de verschillende fruitbomensoorten en rassen worden vermeld.’
Als laatste schiet ik Kees Spelt aan met de vraag wat hem ertoe bracht om dit kostbare geschenk aan de Maarssense gemeenschap in handen te leggen van het Utrechts Landschap? Kees kijkt mij aan en zijn ogen stralen. Glimlachend zegt hij: ‘Het is de beste, maar niet absolute garantie dat dit Hooge Land, deze boerenenclave, bij de boerderij blijft horen en ook groen blijft.’
Een week later, op 3 februari rond twaalf uur, is bijna iedereen weer aanwezig als de boomkweker Douwe Kappers de bomen in de gegraven gaten gaat planten. Twee van de bomensponsors, mevrouw Kleiwegt en de heer De Bruin, alsmede enkele geïnteresseerde bewoners uit de buurt en het Zorgcentrum Maria Dommer, laten zich ook zien. Na een toespraak van Paul Vesters over de schenking en het ontwerp geeft Douwe Kappers nog een korte toelichting op de keuze van de bomen. Over de 12 appel- en perenbomen vertelt hij dat zij tussen de kersenbomen worden geplant, enerzijds om de bloeitijd en levendigheid van de boomgaard te vergroten en anderzijds omdat de appels en de peren later dan de kersen aan de boom hangen dan wel op de grond liggen, en er daardoor een grotere variëteit aan vogels, insecten, vlinders, allerlei kevers, wormen en andere kleine dieren wordt aangetrokken. Van de peren noemt hij onder andere de handpeer Beurre Hardy, de stoofpeer Saint Remy en van de appelbomen de Zoete Kroon, de Glorie van Hollande en de Lunterse Pippeling. Op een vraag van een buurtbewoner of de bomen niet zijn mooie uitzicht op het weiland belemmeren, antwoordt Douwe dat dit niet het geval is. De fruitbomen zijn geënt op zeer langzaam groeiende hoogstammen en de takken beginnen pas op 1.80 meter, net als vroeger, toen het vee ook in boomgaarden graasde en onder de kroon van de boom door moesten kunnen lopen.
Dan wordt Kees Spelt gevraagd de eerste schep over een Burat kersenboom te gooien, terwijl de camera’s klikken en de sponsors en buurtbewoners zich rondom hem scharen. Ondanks het grijze weer, ook op deze dag, is het een verheugende aanblik. Als straks de paal met het nest wordt geplaatst, is het wachten op het eerste ooievaarspaar dat zich op het Hooge Land nestelt en hopelijk generatie na generatie zal voortbrengen op deze ‘boerenenclave’.