400
700
900
De bijzondere begraafplaats Oud-Zuilen
Barneveld, T.

De bijzondere begraafplaats Oud-Zuilen

49e jaargang (bladzijde 64) nr.2 / IN: Periodiek HKM

Genre

  • Historie

Subject

  • Begraafplaats

Plot

De bijzondere begraafplaats Oud-Zuilen

Tineke Barneveld

Even buiten de bebouwde kom van het dorp, aan de weilanden langs de Groeneweg en in de nabijheid van de twee prachtige poldermolens, ligt de bijzondere begraafplaats Oud-Zuilen. In het vroege voorjaar van 2022 ligt de begraafplaats er vredig en perfect onderhouden bij.
Deze begraafplaats is de oudste nog in gebruik zijnde van Nederland. In vroeger tijden werden overledenen begraven in de kerk of op het kerkhof rondom de kerk. Het begraven van de talrijke overschotten leidde toen tot onhygiënische toestanden en stankoverlast. Vooruitstrevende mensen pleitten daarom voor het begraven buiten de bebouwde kom. Willem René van Tuyll van Serooskerken was één van hen . Deze heer van Zuilen en Westbroek (de broer van Belle van Zuylen) verzocht Gedeputeerde Staten van Utrecht in 1781 om een ‘buitenbegraafplaats’ in te richten in de nabije omgeving van Slot Zuylen. Een stuk grond van zijn landerijen stelde hij beschikbaar daarvoor. In een request aan de Staten van Utrecht werd verklaard ‘dat het begraven der dooden in de kerk te Zuylen wegens den kleinen omvang van dezelve en het aantal lijken welke van tijd tot tijd daarin begraven worden, zeer nadelig was voor de in en opgezetenen, die aldaar ter kerke kwamen en het niet zonder reden te vrezen was, dat de vergiftigde uitwaaseming, die den grafzarken uitademt, zeer nadelig was aan de gezondheid der levenden’.
Op 18 maart 1782 werd de begraafplaats officieel in gebruik genomen. De ‘vrijster’ (ongehuwde vrouw) Marie van Zandbeek had de twijfelachtige eer als eerste buiten de bebouwde kom begraven te worden. Zuilen was beslist voorloper in het begraven buiten de bebouwde kom. Pas in maart 1829, bijna vijftig jaar na de ingebruikname van de begraafplaats in Zuilen, volgde een Koninklijk Besluit waarin stadsbesturen werd gelast onmiddellijk begraafplaatsen buiten de stad aan te leggen.

Memento mori
Aan weerszijden van het toegangshek van de begraafplaats staan pilasters met historische afdekplaten. Op de bakstenen hekpalen staan hardstenen vazen met afbeeldingen van zandlopers en doodshoofden als teken van de vergankelijkheid van het aardse leven. De tekst op de linker hekpaal vermeldt ten overvloede: ’Wij leven om te sterven’. De schout van Zuilen H.N. Schalwijk à Velden heeft de eerste steen gelegd op 4 september 1781. Op de rechter hekpaal staan de namen van de toenmalige schepenen van Zuilen uit 1781: N. van Ruyten, W. Berreveld, J. van Ogten, J. van Oostveen, D. Koningh en W. Versteeg-Secr. Sinds 1988 is de ingangspartij een rijksmonument.
Recht tegenover de ingangspartij bevindt zich de graftombe van het baronnengeslacht Van Tuyll van Serooskerken. De tombe is ook een rijksmonument. Boven de ingang van de graftombe zijn de in steen uitgehakte familiewapens te zien: links het wapen van de stichter van de begraafplaats Willem René van Tuyll van Serooskerken (1743-1839) en rechts het familiewapen van zijn vrouw Johanna Catharina Fagel (1747-1833) .
Deze Willem René en zijn vrouw liggen echter niet begraven in Oud-Zuilen. Naast Slot Zuylen bezaten zij immers ook hun winterverblijf aan de Kromme Nieuwegracht in Utrecht en zij hadden voor de familie een grafkapel in de Nicolaikerk. Toch kozen zij uiteindelijk voor een eeuwige rustplaats op de Eerste Algemene Begraafplaats Utrecht, nu Soestbergen genaamd. Daar liggen zij en nog andere familieleden in de zogenaamde Ring van Zocher.

Wél begraven in Oud-Zuilen zijn de kleinzoon en naamgenoot van de stichter: Willem René van Tuyll van Serooskerken (1813-1878) en van zijn vrouw Françoise Margaretha van Weede (1823-1899). Hun namen zijn te lezen op de grafstenen in de graftombe. Latere leden van de adellijke familie liggen begraven op het speciaal voor hen gereserveerde gedeelte achter het grafmonument.
Vanaf de weg is ook duidelijk de eenvoudige grafsteen te zien van de befaamde Utrechtse oogheelkundige professor dr. F.C. Donders (1818-1889) . Deze veelzijdige geleerde maakte grote naam als oogarts en vanuit alle delen van de wereld kwam men naar het Ooglijdersgasthuis in Utrecht om zich door hem te laten behandelen. In zijn laatste wil bepaalde Donders dat zijn graf altijd met klimop bedekt moest zijn.
Ook was op de begraafplaats een deel voor minvermogenden ingericht, de zogenoemde klasse 3. Hier werden onder andere begraven: een kind zijnde een meisje, gevonden in het secreet van het Huis te Zuilen (4-11-1799) en de drie maanden oude vondeling Julius Trouvee (6-10-1805) Deze zogenaamde ‘armenplaats’ lag dicht bij het knekel- of baarhuisje dat voor f 62,00 door meester-metselaar P. Vermaak in 1854 werd gebouwd. Over het baarhuisje wordt nog het volgende verhaald: NN (naam bij schrijver dezes bekend) had last van steenpuisten. Hij ging ’s nachts om 12 uur naar het baarhuisje en haalde daar een knekel, raspte die door zijn pap en wég steenpuisten. Verdwenen!
Er liggen op de begraafplaats veel families die werkzaam waren op de dakpannenfabrieken in het dorp: de families Delfgou, Schieveen, De Graaf, Koning en Bloemendaal. Hun levensomstandigheden waren bepaald niet rooskleurig: slechte behuizing, armoede, zware arbeidsomstandigheden en water uit de Vecht, een open riool, als drinkwater. Tel daarbij op een zeer hoge kindersterfte en regelmatig een uitbraak van dysenterie of cholera. De Spaanse griep rond 1918 kostte veel inwoners van Zuilen het leven en tuberculose eiste rond 1947 vele dodelijke slachtoffers.
Ook de grote bazen van de pannenfabrieken hebben hun laatste rustplaats gevonden aan de Groeneweg: leden van de familie Voorsteegh en de familie Weener. Verder staan er namen van oude Zuilense families op de zerken: Blaauwendraad, De Ridder en Plomp.

Meester Anthonie Geluk (1838-1904)
Aan het einde van de negentiende eeuw was meester Anthonie Geluk aangesteld als doodgraver op de begraafplaats in Zuilen. Geluk was tevens hoofdonderwijzer op de gemeenteschool, koster, voorlezer en voorzanger in de kerk en dus ook aanzegger en lijkbezorger. Als er iemand kwam te overlijden, moest dat persoonlijk in de omgeving bekend gemaakt worden. Telefoon of internet waren er natuurlijk niet; de aanzegger moest het overlijden in de buurt vertellen en als het even tegen zat, ook in een naburig dorp. Meester Geluk ging dan in vol ornaat van deur tot deur in het dorp, klopte aan en zei bijvoorbeeld: ‘Heden is overleden op de leeftijd van 49 jaar, Piet de Groot. De begrafenis zal plaatsvinden op vrijdag om 16 uren. Goeiemiddag!’ Daarna was er overleg met de familie over de begrafenis. Het lijk werd afgelegd door de wijkverpleegster of de familie of buren. Kolenboer Hogendoorn van de Zuilenselaan maakte voor de overledene de kist van vuren- of eikenhout, afhankelijk van het geld dat te besteden was. De dominee werd geïnformeerd en in het sterfhuis kwam de kist in de woonkamer of de slaapkamer op lage schraagjes te staan. De spiegel werd omgedraaid en de luiken van het huis werden gesloten. Ook werd bepaald door wie de kist gedragen zou worden naar de begraafplaats: soms door familie of buren, soms door oudere mannen die Geluk kende en die voor hun dienst f 2,50 ontvingen.

In mei 1890 is er een conflict tussen de kerkvoogdij en Anthonie Geluk. Het is te lezen in het notulenboek van de Hervormde Kerk. Voor een uitvaart moet aan kerkrecht f 14,70 worden afgedragen en de koster heeft maar f 9,70 betaald… een verschil in de kas van f 5,00! Hoe zit dat? Schriftelijk antwoordt van meester Geluk:
‘Eerwaarde Heeren Kerkvoogden en Notabelen der Hervormde Gemeente te Zuijlen.
In antwoord op Uwe informatie naar de rekening van begrafeniskosten van ene lijk
2e klasse alhier: kerkrecht f 14,70 terwijl er slechts f 9,70 aan de Kerk is overgedragen, heb ik de eer U-eerwaarden mede te delen dat ik gemelde bedragen heb overgenomen van wijlen mijn schoonvader en deze van wijlen Heer Niekerk, beiden gewezen hoofdonderwijzers te Zuilen. Op mijn vraag indertijd: vanwaar die f 5, antwoordde men mij dat deze was voor 't luchten van 't doodskleed en 't graf bestellen’.
Geluk somt wat werkzaamheden op die hij verricht bij een begrafenis, onder andere: aanzeggen in de gehele gemeente f 10,00 en in de kom der gemeente f 5,00. Wordt men begraven met een lijkkoets, dan worden ook nog kamfer en handschoenen voor de bidder van f 3,50 in rekening gebracht. De heer Geluk eindigt zijn brief met: ‘Aan een lijk van een werkman wordt slechts f 4 verdiend, waarvoor alle werkzaamheden verricht moeten worden. In de hoop de verlangde ophelderingen gegeven te hebben, heb ik de eer te zijn, Uw dienstwillige dienaar.’ Was getekend, A. Geluk
Meester Geluk kreeg natuurlijk ook een plekje op de begraafplaats, ‘rustend hoofd der school te Zuijlen’ vermeldt zijn grafsteen. Hij ligt er samen met zijn vrouw. Om hun graf staat een mooi hekje.

Schieveen sr. en jr.
Een opvolger van meester Geluk op de begraafplaats is Hendrik Jacob Schieveen (1871-1944). Schieveen werkte op de panoven, maar leidde ook begrafenissen en deed het onderhoud op de begraafplaats. In het notulenboek van de kerk is in 1923 te lezen dat doodgraver Schieveen de kerkenraad verzoekt om de toeslag die hij krijgt van f 5,00 op lijken beneden de twaalf jaar te verminderen naar f 2,50. De kerkenraad besloot het verzoek toe te staan met de opmerking dat het vragen van loonsverláging zelden voorkwam! Mogelijk is de schrikbarende sterfte van zeer jonge kinderen en doodgeborenen in die tijd reden voor het verzoek van Schieveen. Het bedrag dat Schieveen krijgt voor het onderhoud op de begraafplaats is in 1927 f 40,00 per jaar. In 1930 wordt Schieveen opgevolgd door zijn zoon H.J. Schieveen jr. (1892-1964). De begraafplaats wordt langzamerhand opgeknapt en meerdere inwoners van het dorp spreken zelfs van een waar lustoord.
Bij een begrafenis in eigen kring droegen de pannenbakkers de kist naar de begraafplaats, want paard en wagen of een koets was niet iets voor gewone mensen. Bij huis Diedrichstein aan het eind van de Dorpsstraat werd door de dragers even gewisseld van links naar rechts. Schieveen jr. stelde er zeker een eer in om een uitvaart correct te laten verlopen: keurig in het pak, hoge hoed, zwarte handschoenen en bij de begrafenis van kinderen witte handschoenen. Vanwege de hoge kindersterfte liep Schieveen soms alleen met het kistje onder de arm naar de begraafplaats. Alleen de rijksveldwachter was dan getuige.

Nieuw leven op de begraafplaats
Voorheen was de Hervormde Kerk eigenaar en beheerder van de begraafplaats. Toen in 1995 de kerk in Oud-Zuilen werd verkocht, was de angst niet ongegrond dat ook de begraafplaats zou moeten sluiten, gezien de hoge exploitatiekosten. De oplossing werd gevonden in 1997 in de oprichting van een stichting, de Stichting Begraafplaats Oud-Zuilen, die zorgde voor een stevig financieel beleid. Groot initiatiefnemer was kerkvoogd J. Oskam. Er werden grafrechten uitgegeven, er kwam een beplantings- en een structuurplan en de drainage werd verbeterd. Een leilindenplein in het midden van de begraafplaats met twee banken als centraal trefpunt werd ingericht. Er werd een mogelijkheid gecreëerd om urnen te begraven met een gedenkplaat en de toenmalige beheerder Bertus Bonouvrié sprak met trots dat de begraafplaats ‘nieuw leven was ingeblazen’. In 2019 werd er een strook grond, naast de begraafplaats richting de Vecht, ingericht als bloemenweide met hier en daar een appelboom. Op dit gedeelte kunnen urnen worden bijgezet, maar dan alleen ecologisch verantwoorde urnen want urn en inhoud worden door de natuur opgenomen. Er staan geen grafstenen of gedenkplaten en er liggen geen kransen. Niets herinnert aan iemand, niets duidt erop dat het hier om een urnenveld gaat.

Drama uit de bezettingstijd
Een bijzonder graf en monument is er voor verzetsheld Henny Knipschild (1914-1944) . Knipschild was een jongeman en woonde op de Daalseweg in Zuilen. Hij was schrijver bij het kantongerecht in Utrecht, maar in zijn vrije tijd stelde hij zich in dienst van de illegaliteit. Hij had een grote afkeer van het nationaal-socialisme. Henny Knipschild sloot zich aan bij de LO, de landelijke organisatie die hulp bood aan onderduikers en hen onder andere van voedselbonnen voorzag. Op een noodlottige dag, 27 september 1944, was Knipschild met drie vrienden bezig met het uitvoeren van een geheime opdracht. Met een auto reden zij vanuit Loenen richting Maarssen. Ter hoogte van de Oliphant, op de grens met Breukelen, werden zij achtervolgd door leden van de Landwacht, een paramilitaire organisatie die in 1943 was opgericht om NSB-ers en hun eigendommen te beschermen. De Duitse bezetter gebruikte de Landwacht als hulppolitie. Eerst lukte het de vier verzetsmannen om aan hen te ontkomen, maar uiteindelijk werden zij alle vier gearresteerd. De gevangenen werden streng ondervraagd, maar weigerden informatie te geven over hun opdracht. Uiteindelijk werden Henny en zijn vrienden stuk voor stuk achter de auto van het Landwachtvolk gebonden en over het wegdek naar Maarssen gesleurd. Na deze gruwelijke foltering werden de verzetsmannen uitgeleverd aan de ‘Sicherheitspolizei’ en in de avond op fort De Bilt gefusilleerd.

Beheerder Co de Wildt
De huidige beheerder van de begraafplaats en vrijwilliger van het eerste uur is Co de Wildt.
Hij is de stuwende kracht om van de begraafplaats in Oud-Zuilen een aards paradijsje te maken. Co vertelt dat er een prachtig team van vrijwilligers is dat zorgt voor het zorgvuldig onderhouden van de graven en de paden op de begraafplaats. Elke week komen de vrijwilligers bij elkaar en verrichten allerlei werkzaamheden. Uitgebloeide bloemen worden verwijderd, hier en daar wat grint bijgevuld, omgewaaide potten rechtgezet, heggen verpoot en de paden geharkt. Penningmeester van de Stichting en vrijwilliger Henri de Jong schildert op de grafstenen en zerken de vervaagde, vaak onleesbare letters op weer bij. Een belangrijke taak van Co de Wildt is het contact met mensen die een plek komen uitzoeken voor hun dierbare overledene. Ook spreekt hij met mensen die de plek komen bezoeken van hun vriend of familielid. Co biedt een luisterend oor en soms een troostend woord. Hij is ook lid van het Stichtingsbestuur en is zeer betrokken bij de nieuwe plannen van de Stichting.

Nieuwste ontwikkelingen
Er zijn nu 670 graven en 60 urnenkelders op de begraafplaats Oud-Zuilen. In 2019 heeft de Stichting het weiland aangekocht naast de bestaande begraafplaats aan de zijde van het Kerkhoflaantje. Daar wordt gelegenheid geboden voor natuurlijk begraven. Er komen wandelpaden en een vijver en ook een prachtige beplanting. Het wordt geen natuurbegraafplaats zoals op de Utrechtse heuvelrug; daarvoor is het weiland te klein. Op een natuurbegraafplaats wordt een overledene begraven op een favoriet plekje en er is geen structuur in de opstelling van de graven. In Oud-Zuilen wordt dat anders: er komen wel graven op een rijtje langs een pad, maar er komen geen grafstenen of andere monumenten. Het idee is dat de overledene opgaat in de natuur, je blijft als het ware achter in de natuur. Ook worden door de stichting eisen gesteld aan het materiaal van de kist en de kleding die de overledene draagt.

Inmiddels zijn er al flink wat werkzaamheden verricht op het nieuwe gedeelte van de begraafplaats. Eerst is een halve meter teelaarde afgegraven. Tachtig vrachtwagens hebben daarna zand aangevoerd en het weiland is een meter opgehoogd. Vervolgens is de teelaarde als toplaag weer teruggestort en het weiland ligt nu op gelijke hoogte met de huidige begraafplaats. Eind 2021 is men begonnen met de aanplant van het groen. Langs het hek aan het Kerkhoflaantje en de Groeneweg is een lange taxushaag gepoot om het hek te camoufleren. De bedoeling is dat het hek verwijderd wordt als de taxushaag volgroeid is. De structuur van de waterpartij is al te zien en er zijn vierentwintig leibomen geplant.\. Vervolgens worden een herdenkingsplaats en een zitgedeelte gerealiseerd en daarna worden de plekken uitgezet waar de graven komen. Men verwacht dat eind 2022 een eerste natuurlijke begrafenis zal plaatsvinden. De begraafplaats in Oud-Zuilen is zeker van cultuurhistorische waarde, ligt in een prachtige omgeving en er heerst een serene rust. Op dit moment is er echter ook aardig wat leven in de brouwerij…
Informatie kunt u vinden op info@begraafplaatsoudzuilen.nl




Bronnen
- Notulenboek Ned. Hervormde kerk 1889-1955.
- Stichting begraafplaats Oud-Zuilen.
- Utrechts Archief, dossier Huis Zuilen.
- Zuilen eert zijn gevallenen (1948) – A.H. Pasman.




Streamer
Vanwege de hoge kindersterfte liep Schieveen soms alleen met het kistje onder de arm naar de begraafplaats.