400
700
900
Bovenlichten en snijramen Deel 1
Jaap Trouw

Bovenlichten en snijramen Deel 1

49e jaargang (bladzijde 59) nr.2 / IN: Periodiek HKM

Genre

  • Architectuur

Subject

  • Ramen

Plot

Bovenlichten en snijramen Deel 1

Jaap Trouw

Waar een gevelsteen een tamelijk bekende ornamentvorm is in de architectuur, geldt dat in veel mindere mate voor geornamenteerde bovenlichten en zogenaamde snijramen. In steden als bijvoorbeeld Amsterdam, Leiden en Deventer zijn er tientallen tot vele honderden fraaie voorbeelden van te vinden. Wie er oog voor heeft, treft ook in ons dorp mooie exemplaren ervan aan. In dit eerste artikel over bovenlichten en snijramen wordt deze vorm van ornamenttoepassing in de architectuur nader belicht.

Bovenlicht en snijraam
Op voorhand vragen de termen ‘bovenlicht’ en ‘snijraam’ om enige toelichting op de naamgeving en het ontstaan ervan.
Een bovenlicht is een raam boven de voordeur, binnendeur of raamkozijn. Het raam zorgt ervoor dat er daglicht in de achterliggende ruimte valt. Bovenlichten boven voordeuren vallen in het zicht van voorbijganger en bezoeker, waarmee de vanzelfsprekende behoefte ontstaat om ze te versieren met houten of smeedijzeren motieven. Rond 1850 komt, naast het tot dan toe gebruikelijke hout, ook gietijzer als materiaal op. Na circa 1880 komt glas-in-lood in de mode voor toepassing in bovenlichten.
De toepassing van bovenlichten in de woningbouw bestaat nog niet zo lang. Pas in de loop van de zeventiende eeuw is het bovenlicht een gangbaar verschijnsel geworden. Nieuwe ‘burgermanshuizen’ krijgen vanaf die tijd vaak een voordeur met bovenlicht met een gang als achterliggende ruimte, waar de vertrekken op de begane grond op uitkomen. Voor die tijd viel je meestal direct met de voordeur in huis, dat wil zeggen je kwam rechtstreeks de woonkamer binnen.
Een snijraam is ook een bovenlicht, maar dan voorzien van een versiering in houtsnijwerk of andere materialen, zoals bijvoorbeeld gietijzer. De term slaat op de bewerking van het glas en de houten onderdelen van het raam, waarbij de roeden kunstig uit hout en het glas daartussen in passende vormen zijn gesneden. In snijramen ontstaat in de loop van de tijd een eindeloze variatie van modellen en stijlen. Op die stijl- en modelverschillen kom ik in een volgend artikel terug.
In welke situatie spreekt men van een bovenlicht en wanneer van een snijraam? Strikt genomen is de term snijraam alleen op zijn plaats als bij een bovenraam het houtsnijwerk (of smeedwerk) voor de verbindende structuur tussen de glasdelen zorgt en er dus passende stukjes glas voor gesneden zijn. We zien echter bij recentere exemplaren vaak dat een ornament vóór een complete glasruit is geplaatst, in dat geval kan, om verwarring te voorkomen, beter de term ‘bovenlicht met ornament’ gebruikt worden.

Lantaarns
Openbare straatverlichting is vandaag de dag heel gewoon in ons land, maar is dat pas vanaf medio zeventiende eeuw. Vóór die tijd was het soms pikkedonker langs straten en grachten. In de duisternis in het water van een gracht stappen en dan verdrinken was helaas geen uitzondering.
Sommige bewoners brengen licht in de duisternis door lantaarns aan de gevel aan te brengen, maar ook in het bovenlicht van hun voordeur te plaatsen. Dat laatste blijkt extra nuttig te zijn, want zowel de openbare ruimte als de eigen gang wordt zo beschenen. Het opnemen van lantaarns in bovenlichten is ongeveer van 1775 tot 1825 toegepast.
Grachten
Wandelend over de grachten in Maarssen zijn nog een aantal fraaie voorbeelden van bovenlichten met ornament te zien. Onder andere die van Herengracht 7 en 22 en Langegracht 41 mogen zeker gezien worden.
Het bovenlicht met ornament van Herengracht 22 is vermoedelijk ongeveer even oud als het pand uit 1725 dat de historische naam ‘De Boomgaard’ draagt.
Dat zit zo: mevrouw Loekie Schwartz, eigenaresse-bewoonster van het pand sinds 1968, vertelde mij vol trots dat zij het ornament ruim veertig jaar geleden gevonden heeft bij een leverancier van historische bouwmaterialen in de Zaanstreek. Het ontbreken van een versiering in het bovenlicht boven de voordeur vond ze een nogal kaal gezicht en ze ging daarom op zoek naar een ornament met de juiste afmetingen dat bovendien paste bij de stijl van het huis .
Het gevonden ornament bleek een lot uit de loterij en was volgens haar een echte trouvaille. Het bleek afkomstig uit het gesloopte Amsterdams grachtenpand ‘De dubbele Palmboom’ dat gebouwd was rond dezelfde tijd als Herengracht 22. Het paste qua stijl perfect bij het huis en had nagenoeg de juiste afmetingen. Weliswaar was het ornament nogal slordig geschilderd met veel dikke verflagen over elkaar, maar het eikenhouten ornament was verder volkomen gaaf. Na een professionele opknapbeurt door schildersbedrijf De Haan kon het verder ongewijzigde ornament met een paar opvullatten in het bestaande bovenlicht worden gemonteerd.
De versiering bestaat uit een centraal geplaatste, gestileerde palmboom, een ‘palmet’, die daarmee treffend verwijst naar de historische en huidige naam van het pand. 1) Verder bestaat de versiering van het raam uit een op- of ondergaande zon, die geflankeerd wordt door voluten en bloemrozetten. 2)

Symboliek
De figuren in snijramen hebben vaak een verwijzende functie; het zijn symbolen of zinnebeelden. 3) De verwijzing kan bestaan uit een bijzondere boodschap die door middel van het beeld aan de kijker wordt overgebracht. Deze boodschap kan een strikt individueel karakter hebben, maar kan ook verwijzen naar uit de historie afkomstige zinnebeelden. Het bekendste symbool is waarschijnlijk de gietijzeren levensboom . Aan de herkomst en betekenis van dit symbool besteed ik in een volgend artikel aandacht.
Het bovenlicht met ornament van Herengracht 7 is een voorbeeld van het laatste. We zien bij dit raam een ruitvormige indeling met daarin een versiering in de vorm van een haan, twee gekruiste sleutels, een klok, een wijzerplaat en een wapenschild. Overigens, het pand Schippersgracht 10 aan de andere zijde van de Vecht heeft eenzelfde versiering binnen een iets andere indeling van het raam. In beide gevallen gaat het om een recente versiering en productie in meerdere stuks.
De ruitvorm is een typisch vrouwelijk teken en is een symbolische verbeelding van de moederschoot, waaruit het nieuwe leven geboren wordt. De haan versterkt deze verbeelding, want deze is naast bewaker en ‘wekker’ ook een symbool van de vruchtbaarheid.
De twee gekruiste sleutels kunnen verwijzen naar de bijbeltekst waar Jezus tegen Petrus zegt dat hem de sleutels van het rijk der hemelen gegeven worden. Los daarvan is de sleutel een symbool om iets te kunnen binden of ontbinden of iets te kunnen sluiten of ontsluiten. Twee gekruiste sleutels zijn vaak het symbool voor het hebben van toegang tot zowel de wereld van de levenden als die van de doden.
De klok en de wijzerplaat staan voor het verstrijken van de tijd. Aan welke familie het afgebeelde wapenschild toebehoort of dat het slechts uit de fantasie van de ontwerper is ontstaan, is mij onbekend.

Raadhuisstraat 56
Het bovenlicht met ornament van Raadhuisstraat 56 is een mooi voorbeeld van een vrij recente versiering waarbij het houtsnijwerk rechtstreeks verwijst naar de naam van het pand en de bewoners daarvan
Aardig om te weten: het huis lijkt eeuwenoud, maar is dat niet. Het is begin van deze eeuw door de Utrechtse restauratiearchitect Paulus van Vliet op verzoek van de opdrachtgever ontworpen in de stijl van de zeventiende eeuw. Na het gereedkomen van de bouw wordt het sinds 2005 bewoond door de heer en mevrouw Van den Engel. De plek van het huis was vroeger onderdeel van de buitenplaats Huize Richmond aan de Kerkweg, waarmee de keuze van het ontwerp ook in die zin goed tot zijn recht komt.
De gegevens die van belang zijn geweest bij het ontwerp van het bovenlicht, zijn de naam van de opdrachtgevers: Ad van den Engel en zijn vrouw Winnie Olsthoorn. Uit deze twee namen is d’ Englenhoorn, de naam van het huis, ontstaan. Die is in het bovenlicht uitgebeeld door middel van een vleugel van een engel en een trompet of hoorn. In de rechterbovenhoek staat de zon afgebeeld en in de linkerbenedenhoek de aarde met natuurelementen in de vorm van enkele bloemen.
Architect Van Vliet heeft dit ontwerp in een vlotte schets gemaakt, waarmee de heer Van den Engel naar een houtsnijder is gestapt en die heeft het houtsnijwerk gemaakt. In de tussendorpel is er nog een mogelijkheid om in de daar aangebrachte kloostersponning ook een versiering aan te brengen, maar daar is tot heden niets van gekomen.

Verschillen in stijl en leeftijd
Bovenlichten met ornament en snijramen zijn vrijwel altijd van recenter datum dan de gevel waarin zij opgenomen zijn. Een raam van stukjes hout en glas is vanzelfsprekend kwetsbaarder dan een gevel van baksteen en dus worden ze alleen al om redenen van veroudering en slijtage sneller vervangen.
Ook zijn veel woningen in de loop der jaren sterk gemoderniseerd. Vooral in de achttiende eeuw is er driftig verbouwd en zijn extra etages toegevoegd of zelfs hele nieuwe gevels geplaatst. Ook de ornamenten zijn aan de nieuwe stijlen aangepast. Dit geldt ook voor snijramen. Deze zijn tijdens de achttiende eeuw in vaak veel oudere huizen aangebracht. Daardoor zie je regelmatig grote stijlverschillen met de gevel.
In een volgend artikel zal ik meer aandacht besteden aan de grote variatie in stijlen, gebruikte motieven en symbolen. Ik doe dat aan de hand van voorbeelden die op andere plekken in Maarssen en Oud-Zuilen te zien zijn.

Bronnen
www.bovenlichten.net
www.grachtenvanamsterdam.nl
https://www.erfgoedleiden.nl/collecties/uw-verhalen/uw-verhalen/verhaal/id/677
www.utrechtsebuitenplaatsen.nl
www.garyschwartzarthistorian.nl
Informatie van mevrouw Loekie Schwartz.
Informatie van de heer Ad van den Engel.

Noten
1. Een palmet is een versiering van gestileerde (dadel)palmbladeren in waaiervorm. De bladeren zijn afgerond of puntvormig en ontspruiten vanuit een gemeenschappelijke basis.
2. Voluten zijn ornamenten in de vorm van krullen of spiralen.
3. Zinnebeelden zijn concrete figuren waarmee een abstract begrip wordt verbeeld. Voorbeeld: een duif staat voor het begrip vrede.