49e jaargang (bladzijde 108) nr.3 / IN: Periodiek HKM
Peerlenburgh, vroeger en nu
Carlo de Meijer
Is het niet mooi wanneer je bezoek krijgt en je iets kunt vertellen over de geschiedenis van je buurt? Ik ben geboren in Sas van Gent (Zeeuws-Vlaanderen) in een huis uit 1623 aan de Westkade. De oorspronkelijke naam was De Sterre, later gewijzigd in De Drij Conijnghen (1639), met twee leeuwtjes aan de voorkant als decoratie. Een gracieus pand zoals je die hier in Maarssen langs de grachten ook kunt zien. Over de geschiedenis van ons huis was heel veel bekend en dat vond je toen interessant.
Als ze mij nu vragen waar ik woon, dan is mijn antwoord: ‘Op Peerlenburgh’. Wij wonen daar al sinds 1986. Er zou vroeger op deze plek een buitenplaats met dezelfde naam hebben gestaan. Daarvan is echter niets meer terug te vinden en bovendien is er ook vrij weinig over bekend. Nieuwsgierig ernaar heb ik na enig speurwerk toch het nodige gevonden dat volgens mij de moeite waard is om te worden verteld.
Nieuw-Maarsseveen
De geschiedenis van de buitenhuizen in Maarssen, dus ook die van Peerlenburgh (ook geschreven als Paarlenburg, Peerlenborrigh, Perlenburgh) is nauw verbonden met de Huydecopers. Over hen is al het nodige geschreven. Joan Huydecoper I verwierf in het jaar 1641 de heerlijkheid Maarsseveen en Neerdijk. Deze heerlijkheid was een combinatie van het vanouds bestaande Maarsseveen met delen van het gerecht Maarssen. Huydecoper kon zich nu heer van Maarsseveen en Neerdijk noemen. Die waardigheid gaf hem de nodige status, zeggenschap over het lokale bestuur en maakte gunstige (grond)deals mogelijk.
In 1660 verschijnt de kaart 'Een klein gedeelte van de Heerlijckheit van Maerseveen’, waarop de voormalige delen van Maarssen zijn afgebeeld. Het omvatte Goudestein en Diependaal, liggend tussen de Diependaalsedijk en de Zogwetering, het gebied waar we nu onder andere de Kortelaan en de Driehoekslaan vinden. Dit deel krijgt al vrij gauw de naam Nieuw-Maarsseveen.
Joan Huydecoper: projectontwikkelaar ‘avant la lettre’
Joan Huydecoper ontwikkelt zich al snel tot een gedreven projectontwikkelaar. Het gebied Diependaal, dat grotendeels voor de landbouw was bestemd, wordt door hem in cultuur gebracht. Hij verbetert de grond door het aanleggen van sloten en het planten van boomgaarden. Daarna verkavelt hij het om er buitenplaatsen te (laten) bouwen, om deze vervolgens door te verkopen of te verhuren aan welgestelde Amsterdamse families. Tussen 1645 en 1650 is er al sprake van een ware bouwhausse, geconcentreerd binnen deze brede strook grond tussen de Diependaalsedijk en de Zogwetering. Op deze wijze verschijnen er in de loop der jaren zo’n 40 meestal kleinere buitenplaatsen binnen de ‘Heerlijcheit (Nieuw-) Maarsseveen’, waaronder dus ook Peerlenburgh.
Waar lag Peerlenburgh?
De vraag is waar de buitenplaats Peerlenburgh lag. Peerlenburgh was één van de (nu niet meer bestaande) buitenplaatsen die Joan Huydecoper I ten oosten van Goudestein, in het zogenaamde ‘achterlant’ had laten bouwen. Wanneer het huis Peerlenburgh precies is gebouwd, is niet bekend, maar het moet tussen 1650 en 1660 zijn geweest. Op de eerdergenoemde kaart uit 1660 naar Jacob Bosch onder de titel ‘Een klein gedeelte van de Heerlijcheijt van Maerseveen’ is ook de ligging van Peerlenburgh (of perceel) te zien. Deze kaart werd gemaakt met het oog op de verkoop van de buitenplaatsen en ze geeft een duidelijk beeld van de verkaveling van de percelen en de globale vorm van de gebouwde of nog te bouwen huizen. Daarop komen namen voor als Noorderhof, Schoonderbuert, Vierhoven, Middelcoop, Swanenbergh, Huys op Diependaal, Otterenburg, Uyterbuurt, Koninxvelt, Schoonderbuert en Leeuwenhoff. Midden op de kaart (zie midden van vak 3) is Peerlenburgh aangeduid, ongeveer op de plek waar nu de wijk met die naam is gesitueerd.
Het terrein van het oude buiten Peerlenburgh bevond zich in het huidige zogenaamde Lanenkwartier tussen de Klokjeslaan (vroeger Goudesteynschelaan), Driehoekslaan, Kortelaan en Zogwetering. Op de kaart stond links van Peerlenburgh buitenplaats Schoonderbuert aan de huidige Driehoekslaan net ten noorden van de Klokjeslaan en rechts het na 1660 gebouwde Leeuwenhoff, gelegen op de hoek van de huidige Driehoekslaan en Kortelaan. Het heette destijds Dorenbroeck. Nadat het in het rampjaar 1672 door de Fransen was verwoest, werd het huis herbouwd en kreeg toen de naam Leeuwenhoff.
Op een kaart van het gebied uit 1690/91 gemaakt voor Joan Huydecoper door graveur Philibertus Bouttats en eveneens getiteld ‘Een gedeelte van de Heerlyckheyt van Maerseveen’ worden bij ‘Aenwijsinge’ genummerd 1 tot en met 39, de buitenplaatsen vermeld die zich in dat jaar in Nieuw-Maarsseveen bevonden. Op nummer 20 staat Peerlenburgh.
Peerlenborrigh
Joan Huydecoper wilde Maarssen ook cultureel op de kaart zetten. Dat kwam tot uiting in de diverse gedichten die in zijn opdracht zijn geschreven. Zoals een lang jubelgedicht aan het adres van de ‘doorluchte Bouwheer (Joan Huydecoper) Maarseveen’ uit 1655, door J. vanden Broeck, getiteld: ‘Ridders-wyck: in de Heerlyckheyt van Maerseveen’. Daarin worden alle vijfentwintig buitenplaatsen die dankzij Johan I Huydecoper destijds gebouwd waren of nog in aanbouw waren, beschreven. Aan elk buitenhuis wordt een strofe gewijd. Over Peerlenburgh en Schoonderbuert schrijft hij:
‘Peerlenborrigh buyten dencken
Sal eer langh meer Vruchten schencken
Want haer Voorbo is gewis’
‘Schoonderbuert dat sal noch tonen
Want in haer al deugden woonen
Alse syn by een vergaert’
Huydecoper en Peerlenburgh
Een ander bewijs dat Peerlenburgh heeft bestaan en dat het wel degelijk door de Huydecopers als buitenplaats is gebouwd, blijkt uit het hiernavolgende gedicht. In het jaar 1686 wordt in het gedicht ‘Ter bruilofte van de Ed. Heer en Mr. Joan Huydekoper en Mejuffrouw Maria Temmink’ van H(erasmus) Angelkot, apotheker uit Amsterdam en schrijver van gedichten en toneelstukken, melding gemaakt van zowel Peerlenburgh als Schoonderbuert. Hieronder een deel uit het gedicht.
‘Hoe u de Min dan met zijn list aan boort quam klampen,
En zei, een ander Ampt heb ik u opgeleid.
Ga nu geheimen in Marias herte schrijven.
Dat hert, zo zuiver wit, als ’t zuiverste papier.
Voor dezemaal kunt gy daar meer als hier bedrijven,
Ga heen, en schrijf daar in de hitte van uw vier.
Nu denkt gy, als gy zocht naar Maarseveen te vaaren,
Om daar op Peerlenburg, in stilte rust en vree,
Of in de Schoonderbuurt uw zinnen te vergaren
Hoe strax de Min zijn winst met die gedachten dee.
Hoe vast hij u hier door zijn handen wist te binden,
Hoe hy u zei, zie wat mijn goedheid u betoont,
Heel Peerlenburg zult hij hier in Maria vinden,
Hij vind geen Schoonder buurt als daar uw Schoone woont.’
Hoe zag Peerlenburgh eruit?
Hoe moet Peerlenburgh er dan hebben uitgezien? Er zijn geen prenten of andere voorstellingen bekend van deze buitenplaats, zoals ook niet van vele anderen die zijn afgebroken. We kunnen ons er echter wel iets bij voorstellen.
In het geval van de Huydecopers zien we in de loop der jaren een aantal manieren waarop een buitenhuis tot stand kon komen. De meeste vroege buitenplaatsen waren het resultaat van een geleidelijke uitbouw van een bestaande hofstede tot buitenhuis. Een goed voorbeeld is Goudestein. Een tweede – en latere – manier was de directe bouw van een specifiek stenen buitenhuis zonder enige agrarische functie. Dat is waarschijnlijk het geval bij Peerlenburgh en het vlakbij gelegen Schoonderbuert en Leeuwenhoff.
De situatie rond 1725
Hoe groot de buitenplaats Peerlenburgh was kunnen we enigszins opmaken uit de belastinggegevens van het gerecht Oud-Maerseveen, Neerdijk en Nieuw Maerseveen uit 1724. De buitenplaatsen op Diependaal waren veelal klein te noemen. Peerlenburgh vormde samen met Zwaanenhoff hierop een uitzondering. In de kohieren van het zogenaamde Oud-schildgeld, een vorm van grondbelasting, worden de namen vermeld van de buitenplaatsen en de omvang van het grondbezit. Daaruit blijkt dat van de buitenhuizen op de landen genaamd Diependaal, Peerlenburgh samen met Zwaanenhoff tot de grotere mogen worden gerekend met een omvang van 2 morgen (= 1,65 ha). De overige huizen waaronder Leeuwenhoff en Schoonderbuert waren niet groter dan 150 tot 450 roeden (= 0,2 tot 0,6 ha).
‘Op Peerlenburgh’
‘In De Lanen' was in 1648 de officiële aanduiding van het gebied tussen Klokjeslaan, Zogweteringlaan en Diependaalsedijk. Daar lagen twee kleine concentraties van daghuurderswoningen, landarbeidershuisjes, veelal voor dagloners, waarvan één in de Driehoekslaan en de andere in de Kortelaan. Die van de Driehoekslaan werd ook wel ‘Op Peerlenburgh’ genoemd. Ze lagen (of liggen nog steeds na restauratie) tegenover het inmiddels verdwenen bedrijf van fruitkweker Versteeg op boerderij Zwanenburg. De eerste echte vermelding van bewoning ‘Op Peerlenburgh’ is uit datzelfde jaar. Zo vermeldt de ‘Lyste van de Huysgesinnen bevindende etc.’ ene Hendrik Vermeer, 55 jaar oud, daghuurder 'op' Peerlenburgh dat – zoals vermeld – ten zuiden van Leeuwenhoff lag. Hendrik Vermeer was getrouwd, maar had geen kinderen.
De eigenaren/huurders
Over de eigenaren en/of huurders van de buitenplaats Peerlenburgh is wel het een en ander bekend.
Anthoni Waterlo
De eerste bekende bewoner was de Amsterdamse kunstenaar Anthoin Casparszn Waterloo, alias Antoin/Anthoni Waterlo (Lille 1608-Utrecht 1690). Dat blijkt onder meer uit het volgende. Voor het onderhoud van wegen en wandelpaden was een hoofdelijke omslag bepaald en daartoe werd omstreeks 1677 een ‘Lyste van de Hofsteden en Landerijen in de voorgemelte wegen’ opgesteld. Het Utrechts Archief bevat nog een conceptcontract met een dergelijke opsomming. Op beide lijsten komt Waterlo’s naam voor: ‘Paarlenburgh … Waterloo’ en (in handschrift van Johan Huydecoper II): ‘Paerlenburg …Waterloo’. Of dat betekende dat hij eigenaar was van Peerlenburgh of dat dit een huurcontract was, is niet bekend.
Anthoni Waterloo was naast kunstschilder ook etser en tekenaar. Hij is vooral befaamd geworden door zijn prentkunst. Waterloo maakte vooral tekeningen met als voornaamste onderwerp het landschap. Hij hield het meest van de grillige natuur met machtige boompartijen, zoals ‘Een laan bij Paarlenburg’ uit 1669. Waterloo heeft bovendien veel van de buitenhuizen in de omgeving vereeuwigd, waaronder Sluysoort, ‘t Swarte Varken en Spruytenburg. Vele tekeningen waren in opdracht van de eigenaren van de buitenhuizen.
Jasper van Eeten
In 1723, zo’n veertig jaar verder in de tijd – wie in de tussenjaren eigenaar of huurder is niet bekend – is de nieuwe eigenaar ene Jasper van Eeten, geboren te Vianen in het jaar 1689. Met attestatie – getuigenis van lidmaatschap van de kerk – komt hij op 4 maart 1718 uit Vianen naar Maarssen waar hij in 1764 overlijdt. De ‘verdwenen’ zerk van Jasper is later teruggevonden en heeft een plaatsje gekregen in de vloer van De Dorpskerk in Maarssen. Jasper van Eeten was meestertimmerman. Hij wordt in 1733 als kerkmeester van De Dorpskerk (Nederlands Hervormd) vermeld. De zeer fraaie achttiende-eeuwse preekstoel in De Dorpskerk, een kunstig gesneden kansel, is door deze Jasper gemaakt. Voor dit werk betaalde men hem destijds het bedrag van 920 guldens.
Van 1742 tot (25 oktober) 1762 is Jasper ook secretaris van het bestuur van het gerecht Maarssen. De dorpslasten van Maarssen laten zien dat in die tijd nogal wat werken die van gerechtswege nodig waren aan de leden van het college zelf werden gegund. Zo komt Gerechtssecretaris ‘annex timmerman’ Jasper van Eeten meermalen voor in de stukken ‘wegens Arbijtsloon en leverantie’.
Isaacq de Salomon Abrabanel Souza
Van Eeten verhuurt het huis Peerlenburgh in 1725 aan Isaacq de Salomon Abrabanel Souza, afkomstig uit een Sefardisch koopmansgeslacht te Amsterdam. Deze Isaacq was gehuwd met Rachel Abrabanel de Souza.
Zowel Isaacq als Rachel worden in de periode 1725 tot 1752 regelmatig vermeld in de ‘Alfabetisch Naamindex op de Joodse namen in notariële archieven Maarssen, Maarsseveen en Nieuw-Maarsseveen over de periode 1700-1906’. In datzelfde jaar koopt Samuel Abrabanel de Souza (mogelijk zijn broer) het naast Peerlenburgh gelegen Schoonderbuert. Hij verhuurt Schoonderbuert aan Isaacq Alvarez uit Amsterdam. Later koopt eerstgenoemde Isaacq zowel Peerlenburgh als buitenplaats Schoonderbuert.
Isaacq Alvarez
In een artikel in dit Periodiek (1988 nr.1) over ‘Het Kaats- en Kolfspel te Maarssen’ lezen we het volgende: In 1731 bezoekt de Amsterdammer Isaacq Alvarez Maarsseveen. Hoewel hij slechts de zomer hier zou doorbrengen, huurt hij van de uitbater van herberg Den Overtoom 200 roeden van het land gelegen ten zuiden van deze herberg. Den Overtoom lag aan de overkant van de plaats waar de Diependaalsedijk uitkomt op de Driehoekslaan. Wat Alvarez kwam doen, is niet duidelijk. Alvarez stelt als voorwaarde voor de huur dat 'soo lange als de heer Alvares met sijn familie buijten is, dat op de gemelde gront niet sal gekaatst, gekeegelt off enig ander spel' gespeeld zou worden’. De kerkenraad zal dit verbod met genoegen vernomen hebben, temeer daar de herbergier Cornelis van de Weetering voor iedere overtreding drie gulden boete moest betalen. Die zouden ten goede komen aan 'de gereformeerde armen'.
Isaac Alvarez blijkt in 1734 zelf eigenaar te zijn geworden van de in de buurt liggende huizen Peerlenburgh en Schoonderbuert. Mogelijk heeft hij in dat jaar beide overgenomen van de weduwe van Isaacq de Salomon Abrabanel Souza, waarvan hij Schoonderbuert eerder had gehuurd.
Nicolaas Jasperszoon van Eeten
Nicolaas van Eeten (Maarssen 1722-Maarssen circa 1782), zoon van de eerdergenoemde Jasper van Eeten, wordt eveneens gekoppeld aan Peerlenburgh. Of hij er ook daadwerkelijk heeft gewoond, is niet bekend. Nicolaas was in 1756 koehouder en vanaf 1771 wordt hij vermeld als timmerman, net als zijn vader.
In een tekst gedateerd 11 juni 1770 wordt beschreven dat vijf daghuurderswoningen ‘op Peerlenburgh’ geheel bouwvallig, onbewoonbaar en deels ingestort blijken te zijn. Nicolaas van Eeten moet binnen 14 dagen deze huisjes weer bewoonbaar maken. We lezen ook dat in 1771 deze zelfde Nicolaas vijf nieuwgebouwde daghuurderswoningen laat keuren. Ze worden goed bevonden, ondanks enkele gebreken. Deze huisjes waren waarschijnlijk gelegen aan de Driehoekslaan. In 1782 vindt er een taxatie plaats door de executeurs van de boedel van Nicolaas van Eeten van zes (!) huisjes op Peerlenburgh op een kavel met een grootte van 1 morgen voor een bedrag van f 2400,00.
Peerlenburgh is niet meer
Dan wordt het stil rondom Peerlenburgh. Van het huis is niets meer terug te vinden; alleen de straatnaam doet nog herinneren aan deze buitenplaats. We weten zelfs niet eens wanneer het afgebroken is, maar vermoedelijk tussen 1810 en 1840. Steeds meer families werden in die periode als gevolg van de economische malaise gedwongen hun buitenhuis te verlaten. Zij konden de kosten van hun ‘tweede huis’ niet meer opbrengen. Vele buitenhuizen raakten verwaarloosd. De helft van alle buitenplaatsen rond de Vecht werd noodgedwongen afgebroken. Het is ook mogelijk dat de afbraak van Peerlenburgh al eerder is gebeurd, want volgens de protocollen van notaris Van Someren spreekt men in 1772 van 'de plaats van ouds genaamd Peerlenburg'.
Het huidige Peerlenburgh
Peerlenburgh is tegenwoordig een straatnaam en tevens een wijkje in de Zeeheldenbuurt, ingesloten tussen de Klokjeslaan, de Zogwetering, de nieuwe wijk Zogwetering en de Driehoekslaan. Alle 45 huizen aan deze straat, met een totale lengte van zo’n 250 meter, zijn gebouwd in de periode 1972-1974. De huizen, zowel bungalows als twee-onder-een-kap woningen, zijn voor een deel gebouwd rondom een groot plantsoen met bomen en perken. Het is een heel gemengde buurt. Er wonen veel jonge gezinnen met kleine kinderen, gezinnen waarvan de kinderen de deur uit zijn, maar ook ouderen en een aantal bewoners die hier al vanaf het begin wonen. Het is goed vertoeven op ‘Op Peerlenburgh’.
Bronnen
Alfabetische Naamindex op de Joodse namen in notariële archieven Maarssen, Maarsseveen en Nieuw-Maarsseveen over de periode 1700-1897, Uitgegeven door Nederlandse Kring Voor Joodse Genealogie, 2011, RHCVV, Breukelen.
M. Bous e.a., Maarssen: Geschiedenis en Architectuur, Reeks Monumenten-Inventarisatie Provincie Utrecht (Utrecht 2007).
B. Broos, ‘Antoni Waterlo f(ecit)’ in Maarsseveen’, in Jaarboekje van het Oudheidkundig Genootschap ‘Niftarlake’ (1984) 18-48.
Buitenplaats Peerlenburgh: in Kastelen en Buitenplaatsen in Utrecht, http://kasteleninutrecht.eu/
D. Dekker, ‘In de Lanen – De Plakjeslaan’, in Periodiek HKM 1 (1982) 2-8.
D. Dekker, ‘Nieuw-Maarsseveen omstreeks 1750’, in: Periodiek HKM 1 (1986) 2-12.
‘De Lyste van de Huysgesinnen bevindende in Nieuw-Maarsseveen 1648’, Het Utrechts Archief (HUA).
E. Munnig Schmidt, ‘Verdwenen buitenplaatsen langs de Vecht, de Angstel en het Gein, in: Archeologica Naerdincklant 2 (2017) 2-9.
Jan Simonis, Jaap Kottman en Hans van Bemmel, Elsenburg de verdwenen buitenplaats (Hilversum 2020).
W. Smits, ‘Het Kaats- en Kolfspel te Maarssen’, in Periodiek HKM (1988) 12-15.
Verslag van het geding tussen Elisabeth Looman en Nicolaas van Eeten, ONA Utrecht, inv. nr. u248 a fol 008.
Verslag van Protocollen van notaris Van Someren, pag. 262, Gemeente Archief Utrecht (GAU).