45e jaargang (bladzijde 11) nr.1 / IN: Periodiek HKM
Garage Mastenbroek in Maarssen
Auteur: Rob Frans
Midden in het dorp aan de Breedstraat, achter de in het oog springende Shell pompen, bevond zich tussen de veelal op straat staande spijlbusjes en Kevers, Volkswagendealer Mastenbroek. Op die voor ons bekende plek is het echter niet begonnen. Het begon vlak na de oorlog met automonteur Evert Mastenbroek uit Barneveld, die de gelegenheid kreeg om een garagebedrijfje over te nemen van ene Jo Westerik aan de Wilhelminaweg in Maarssen, een bedrijfspand dat verhuurd werd door Toon Eglem. We schrijven 1946. Een garagebedrijf was in die tijd iets voor monteurs die van alle markten thuis waren. Improviseren was een must. De reden daarvoor was heel simpel: Nederland was arm, dus moest je werken met wat er te krijgen was. En dat waren, wanneer je het over auto’s had, vooral andere auto’s of onderdelen daarvan. Zo was het in die tijd niet ongebruikelijk om een motorblok uit een oude Amerikaan in een Ford te monteren. Als het maar reed! Een mooi voorbeeld daarvan was de Plymford; een Ford met een Plymouth-motor erin.
Garagebedrijf Mastenbroek lag dus aan de Wilhelminaweg nr. 5, tussen de Wilhelminakapel en de Ridderhofstad Bolenstein met uitzicht op de Vecht en de buitenplaats Doornburgh aan de overkant. En wonen in een woonark op honderd meter van de garage. Het klinkt idyllisch, maar het was stomweg hard werken voor Evert Mastenbroek en de paar man die hij in dienst had. Het was ook in die tijd dat Mastenbroek zorgde voor een vrachtwagen voor het verhuisbedrijf van de firma Niekerk en dat de firma Verdonk (ijzer en hout) zorgde voor de opbouw van de wagen (precies, al die mooie houten latjes). Dorpse ondernemers die elkaar hielpen en nodig hadden! In 1952 deed zich de mogelijkheid voor om het bedrijf te verhuizen naar de Breedstraat. Het pand van de busremise van Oskam kwam vrij en dat was een mooie kans voor het snel groeiende bedrijf van Evert. Midden in het dorp met gelegenheid tot uitbreiding; wat wil je nog meer. En groeien deed het bedrijf! Zeker toen in 1957 het Volkswagendealerschap voor de gehele Vechtstreek bemachtigd werd. Er brak een prachtige tijd aan van hard werken in een herrijzend Nederland. Een Nederland dat transport nodig had. Transport voor alle mogelijke goederen en materialen én transport voor de man en zijn gezin. Volkswagen speelde daar nu precies op in met de Kever en de spijlbus… De spijlbus zult u zeggen? Jazeker, dat was de bijnaam van het eerste transportbusje dat Volkswagen, naar een idee van de Nederlander Ben Pon, sinds de jaren vijftig maakte. De reden voor die bijnaam is heel simpel: De voorruit bestond uit twee delen met een spijl ertussen. Vandaar de bijnaam ‘spijlbus’.
Mastenbroek was vanaf dat moment niet alleen maar een garagebedrijf dat repareerde, ombouwde en gebruikte auto’s verkocht, maar was nu ook verkoper van spiksplinternieuwe Volkswagens! Die werden natuurlijk niet alleen verkocht en onderhouden maar na verloop van tijd ook geleased. Zo werd in 1967 een contract afgesloten met Strukton voor full operational lease voor een deel van het wagenpark. Meer handel en meer onderhoud betekent dat je ook meer ruimte nodig hebt. Dat werd gerealiseerd door rond 1960 de naastgelegen melkhandel van Arie van de Hoven over te nemen, inclusief een flink stuk grond tot aan de Vecht. Die extra ruimte werd vanaf 1968 gebruikt voor een echte showroom. In 1973 werd er zelfs een complete hal aan vast gebouwd. Het was een tijd van ongekende economische groei waar de firma Mastenbroek gretig op insprong. Het gezin woonde boven het bedrijf zodat vader Evert echt altijd in het bedrijf aanwezig kon zijn. Dat gold eigenlijk vanaf begin jaren zestig ook voor zoon Jan die al op 14-jarige leeftijd meewerkte in het bedrijf. Jan zou, kort onderbroken door de militaire dienstplicht, zijn hele leven als technische man werken in het familiebedrijf. Dat bedrijf kreeg nog meer ‘familie’-vorm toen jongere broer Evert ook in de zaak kwam werken. Vader Evert als eigenaar en de zonen Jan en Evert jr. in de techniek respectievelijk in de verkoop. Hard werken, altijd aanwezig zijn, goed personeel inhuren en slim investeren. In de jaren zestig en zeventig betaalde zich dat ook uit. Heel Nederland wilde autorijden.
Toch gaat ook in welvarende jaren niet altijd alles vanzelf. Wat te denken van de oliecrisis met de autoloze zondagen van begin jaren zeventig, of de huizencrisis van begin jaren tachtig? De firma Mastenbroek sloeg zich er goed doorheen. Ook al doordat de mateloos populaire Kever werd opgevolgd door de eveneens zeer populaire Golf. Misschien minder iconisch dan de Kever en het busje maar wederom een veelgevraagde en gereden auto. En het hield niet op: in 1974 werd Mastenbroek ook nog eens dealer van Audi; een kwaliteitsimpuls van jewelste en (dus) nog meer auto’s. Als ik de beide broers mag geloven dan stond het in die jaren rondom de garage op de Breedstraat overal vol met auto’s van Mastenbroek zonder dat dit voor overlast zorgde. In 1980 werd door Evert sr., dan 63 jaar oud en nog altijd eigenaar en directeur, een stuk grond gekocht aan de Sterrebaan. Daar was niet alleen ruimte om uit te breiden in vierkante meters, maar je zat ook middenin het groeigebied Maarssenbroek/Lage Weide. Wat een mooie kansen voor een echte ondernemer en zijn zonen. Heel veel particulieren die tevens forens waren (veelal met de auto) en een enorm aantal bedrijven die natuurlijk ook alle mogelijke vormen van vervoer nodig hadden, kwamen bij Mastenbroek. Er zijn in de jaren tachtig en negentig dan ook heel wat bestelauto’s verkocht. De verkoop van nieuwe auto’s werd in Maarssenbroek geconcentreerd en in de Breedstraat bleef een flink deel van het onderhoud plaatsvinden, alsmede de verkoop van gebruikte auto’s. Zo zat de firma Mastenbroek aan beide kanten van het kanaal en van het spoor en waren zowel het dorp als ‘Broek’ goed te bedienen.
Nog was de groei niet voorbij. Zo werd in het jaar 2000 het pand op de Planetenbaan betrokken. Dat gebeurde onder leiding van zoon Evert die sinds 1985 het roer van vader had overgenomen. En de Sterrebaan dan? Dat pand op die plek werd ingericht voor ‘schade’. Zo was Mastenbroek gevestigd op maar liefst drie locaties: Breedstraat, Sterrebaan en Planetenbaan. Nu zijn ze bij de familie Mastenbroek niet alleen monteur en verkoper, maar ook ondernemer en als ondernemer maak je gerichte keuzes. Zo werd in 2003 besloten het dealerschap van Volkswagen en Audi na 44 jaar en 10 maanden over te doen aan Auto Muntstad. Dat betekende natuurlijk niet dat er compleet afscheid genomen werd van auto’s. In de Breedstraat werden en worden nog steeds auto’s verkocht, vooral jonge gebruikte Volkswagens en Audi’s en wordt er nog volop onderhoud gepleegd in de hal uit 1973. Dat gebeurt inmiddels door de zoon van Evert jr.; de derde generatie Mastenbroek ‘in auto’s’.
Zo komen we bij de aanleiding om met elkaar te praten. Het pand met de enorme hoeveelheid vierkante meters aan de Breedstraat is echt veel te groot voor de huidige werkzaamheden. Bovendien is de vraag naar woonruimte op zo’n mooie locatie bijzonder groot, vandaar dat er besloten is om de bestemming te wijzigen naar woningen. Zo kan er straks in zestien nieuwe wooneenheden gewoond, geleefd en genoten worden op een prachtige en centraal gelegen plek in het oude dorp. Iedereen blij. En het bedrijf zult u zeggen? Dat gaat natuurlijk gewoon verder. Maar dan op de Sterrebaan. Mastenbroek en auto’s blijft dus behouden voor de gemeente. Ook na 72 jaar.
Op het einde van ons gesprek komen we, de broers Jan en Evert en ondergetekende, als vanzelf terug bij de jaren zestig en zeventig, een ‘gouwe tijd’ volgens beide broers. Gevraagd waarom juist dát zo’n gouwe tijd was, stellen beiden dat het een tijd van opbouw was waarin alles leek te lukken. Komende uit de zuinige jaren vijftig was het een feest om zo’n ontwikkeling mee te maken. Ik zie beiden in gedachten teruggaan en vraag wat ze dan voor zich zien. Het antwoord is: ‘Het garagebedrijf achter de grote Shell pompen. U weet wel, met die grote schelpen er bovenop’. Ik probeer me op mijn beurt voor te stellen hoe het geweest moest zijn in die tijd. In 1968, het jaar van vele demonstraties in bijvoorbeeld Parijs en Amsterdam, waren de broers 21 en 15 jaar oud, een leeftijd waarop nieuwe ontwikkelingen vaak een onuitwisbare indruk achterlaten. Het was het jaar dat er bij Mastenbroek een echte showroom ingericht werd; het was een tijd van elkaar kennen en elkaar dingen gunnen.
Ik vraag niet verder. Ik zie het allemaal voor me: enthousiaste mannen tussen de busjes en de Kevers. Wat een voorrecht lijkt het mij om zulke herinneringen te hebben.