400
700
900
Het water van de Vecht. Kunst uit de Vechtstreek (Deel1 )
Versteegh, Jaap

Het water van de Vecht. Kunst uit de Vechtstreek (Deel1 )

45e jaargang (bladzijde 14) nr.1 / IN: Periodiek HKM

Genre

  • Historie

Subject

  • Kunst Algemeen

Plot

Kunst uit de Vechtstreek deel 1

Het water van de Vecht

Auteur: Jaap Versteegh

De Vecht is het uitgangspunt voor deze serie van acht artikelen met de kunst uit de Vechtstreek als onderwerp. De Vecht, de rivier waar ik verknocht aan ben geraakt, door gefascineerd word en van houd. Deze liefde is ontstaan toen ik bij toeval aan de Vecht ben komen wonen, zo’n dertig jaar geleden. Zo lang is het inmiddels geleden dat mijn vriendin Joke en ik besloten te gaan samenwonen. Zij werkte destijds in Amsterdam bij Artsen zonder Grenzen en ik was leraar tekenen en esthetica op het Nimeto, de oude Etaleurs- en Schildersvakschool te Utrecht. Daarom gingen wij tussen Amsterdam en Utrecht op zoek naar een huis dat groot genoeg was voor ons beiden en tevens ruimte bood voor de realisatie van een droom: het opzetten van een kunsthandel, inclusief galerie. Een bevriende makelaar wees ons op een grachtenpandje dat te koop stond aan de Langegracht, in het oude dorp van Maarssen. Het was erg vervallen, maar dat maakte het betaalbaar, dus we kochten het. Dat bleek een bijzonder goede beslissing, mede omdat we ons daar aan de rivier de Vecht al snel thuisvoelden.

Schoonheid
Wat mij hier bovenal aantrok en tot op de dag van vandaag boeit, is de schoonheid van de Vecht. Het water waarop we varen, waarin we zwemmen en waarop we schaatsen weet mij altijd weer te verleiden. Het licht op het water, het geluid van het water. Honderden malen ben ik langs het water van de Vecht gefietst, via Oud-Zuilen naar Utrecht en ook de andere kant op, via Breukelen, Loenen, Vreeland, Nigtevecht en Weesp naar Muiden. Bij grijs weer, in de regen of onder stralende zonneschijn, altijd geniet ik weer van dat water. Ik ben daarin niet de enige. Al eeuwen vormt de Vechtstreek voor menigeen een inspiratiebron. Dit betreft niet alleen het rivierenlandschap met zijn wuivende rietkragen en donkere trekgaten, maar ook de statige huizen langs de Vecht met hun prachtige tuinen en zeker ook de kerken met hun markante torens, weerspiegeld in het kabbelende water. Al eeuwen worden ze geschilderd. Ook veel beeldhouwers werden door de jaren heen aangetrokken door de Vecht. En dichters. Eigenlijk wordt iedereen met een oog voor schoonheid gegrepen door de Vecht. Met als logisch gevolg dat zich in de Vechtstreek ook meerdere kunsthandelaren vestigden. Over al deze onderwerpen valt veel te vertellen in deze artikelenreeks. Maar laat ik beginnen met het water van de Vecht.

Bron van inspiratie
Al eeuwen wordt de schoonheid van de Vecht in lyrische bewoordingen bezongen. Constantijn Huygens (1596-1687) schreef in opdracht van Joan Huydecoper:

Ik heb zo'n zware strijd met deze Vecht te vechten.
Haar schoonheid, Maarseveen, tast mij zo vriendelijk aan
Dat ik moet vluchten, niet voor de eer van uw gerechten,
Maar om uw zoete Vechts aanvechtingen te ontgaan.

Lucas Rotgans (1653-1710), heer van Cromwijck, verwoordde het formeler, klassieker:

O Koningin der Stichtse Stroomen
Die met uw’Kristallynen vloedt
Zoo menig aadlijk Slot begroet.
Bevolkt met schaduwryke boomen;
O Vecht! Gy geeft myn zangnimf stof,
Nu gy haar oog vergunt t’aanschouwen
Uw Hoven, Boomgaarts en Landtsouwen,
Om ruim te weiden in uw lof.

Frans Bastiaanse (1868-1947) bekeek de Vecht romantischer:

Er ligt een landhuis aan den stroom, verlaten;
Verbleekt, met donkre luiken, staart het blind,
En laat den stroom, die eenzaam voortglijdt, praten
En luistert niet naar ''t fluist''ren van den wind.

Maar het zijn toch vooral de beeldend kunstenaars geweest, de kunstschilders in het bijzonder, die zich hebben laten inspireren door deze rivier.

De Vechtschilder Bastert
De bekendste van hen is zonder twijfel de schilder Syvert Nicolaas Bastert. Hij werd geboren op 7 januari 1854 op de nu niet meer bestaande buitenplaats ‘Otterspoor’. Zijn vader, Jacob Bastert, was medevennoot van een handelsfirma en daarnaast gemeenteraadslid en korte tijd minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid. Zoals gebruikelijk in dit gegoede milieu was de verwachting dat de zoon zijn vader zou opvolgen in de zaak, maar Nicolaas wilde schilder worden. Hij ging in de leer bij de landschapsschilder Marinus Heijl, waar hij bevriend raakte met medeleerling Geo Poggenbeek. Samen gingen zij naar de Rijksacademie in Amsterdam en na voltooiing van deze opleiding vestigden beide vrienden zich in 1881 in Breukelen. Beïnvloed door de school van Barbizon trokken zij er regelmatig samen op uit, in binnen- en buitenland, om ter plekke het landleven te schilderen. In deze tijd ontstonden veel van Basterts impressies van vlakke polders en van bomen en bossen. Het zijn fraaie, losse schilderijen, maar hij oogstte er weinig succes mee.
Vanaf 1890 veranderde deze situatie. In dat jaar trad Bastert in het huwelijk met Eva Versteeg en sinds die tijd ging het de schilder niet alleen in zijn privéleven, maar ook in artistiek opzicht voor de wind. In 1892 kreeg hij op de tentoonstelling van ‘Levende Meesters’ te Amsterdam de gouden medaille en in 1895 kreeg hij zijn eerste eenmanstentoonstelling bij de firma E.J. van Wisselingh. Dit succes had mede tot gevolg dat hij een prachtig buiten kon huren, het achttiende-eeuwse ‘Rupelmonde’ bij Nieuwersluis. Zo keerde Bastert terug naar zijn geboortegrond en langzaam maar zeker beperkte hij zich ook in zijn schilderijen tot dit gebied.
Op de meeste van zijn Vechtgezichten bestaat de voorgrond uit de rivier zelf, met veel bomen aan weerszijden en met aan de horizon wat huizen. De criticus Jan Veth typeerde dit ‘als staat er een raam open, waardoor men de Vecht in al zijn heerlijkheid aanschouwt.’ Het is dit soort werk, sfeervol en herkenbaar, waarvoor Bastert tot op de dag van vandaag zo gewaardeerd wordt. De Vecht bracht Bastert echter niet alleen plezier, maar ook ellende. In 1906 schreef hij in zijn dagboek ‘De Vecht stroomt door de straat, waarin wij paling vangen.’ En drie jaar later moest hij zijn atelier leegpompen, waarin meer dan een meter water stond. Toch bleef hij de Vechtstreek trouw. Toen ‘Rupelmonde’ na verloop van tijd te groot voor hem begon te worden verhuisde Bastert in 1922, voor de laatste maal, naar het huis ‘Rustlust’ in de Dorpsstraat in Loenen aan de Vecht, waar hij tot zijn dood in 1939 zou blijven wonen.


De lichtschilder Hillenius
Men kan eufemistisch stellen dat het werk van Bastert van alle tijden is, maar hij is met zijn impressionisme ook een vertegenwoordiger van de negentiende eeuw. Zo is de schilder Jaap Hillenius (1934-1999) met zijn abstracte weergave van de schitteringen van licht op water een typische kunstenaar van de twintigste eeuw. Hillenius maakte schilderwerk in een eigentijdse variant van het impressionisme. Hij tekende en schilderde in eerste instantie figuratief en noemde zichzelf in zijn beginjaren een 'gevoelig expressionist'. Hij was later vooral geïnteresseerd in de menselijke waarneming. In reeksen werken onderzocht hij hoe door schilderkunstige accenten de oogbewegingen van de toeschouwer door het schilderij kunnen worden geleid. Zo zocht hij naar een methode die behalve de subjectieve kunstenaar, ook de objectieve intellectueel in hem tevreden zou kunnen stellen. Hillenius zou deze vinden in het pointillisme van Georges Seurat, gebaseerd op de analyse van de visuele waarneming en het gebruik van het simultaancontrast: het verschijnsel dat bij het zien van een kleur onze ogen tegelijkertijd de complementaire kleur oproepen. Geïnspireerd door deze theorieën heeft Jaap Hillenius een prachtig, homogeen oeuvre opgebouwd. Hij wilde ‘de waarheid van het zien’ schilderen. Schilderen moest worden herleid tot de kern, tot het optisch proces. Hij trachtte te ‘kijken zonder geheugen’. Deze bijna wetenschappelijke benadering van het schilderen paste Hillenius toe op al zijn onderwerpen: mensen, bomen, gras en water.
Hillenius richtte zijn leven zo in dat het geheel in het teken van ‘het’ schilderij kwam te staan, en betrachtte een ijzeren discipline. Van het architectenechtpaar Aldo en Hannie van Eyck huurde hij aan de Dorpsstraat in Loenen aan de Vecht een zeventiende-eeuws botenhuis dat hij als atelier inrichtte. Minimaal vijf dagen per week reed hij ’s ochtends op zijn racefiets vanuit zijn atelierwoning aan de Zomerdijkstraat in Amsterdam binnen vijftig minuten naar Loenen, om daar uiterst geconcentreerd en systematisch te werken. Eindeloos bestudeerde hij de inval van het licht, het ritme van planten, de reflectie op het water. Hij was er in de loop der jaren van overtuigd geraakt dat de totale onbevangenheid van het zien een onbereikbaar ideaal was, maar hij hield consequent vast aan zijn poging om dichter bij de ultieme schoonheid te komen. Zoals de schilder het zelf formuleerde: ‘Een verrukking voor het oog, een lafenis voor de geest, een uitstraling van blakende vitaliteit zoals ze in de moderne schilderkunst al sinds enkele decennia zeldzaam was.’ En dat allemaal geïnspireerd door het licht dat hij weerspiegeld zag in het water van de Vecht…

Bronnen
Piet Terlouw. ‘De Vecht-een stroom van verhalen’. Haren, 1972.
Lia de Jonge. ‘Nicolaas Bastert- Vechtschilder-1954-1939’. Alphen aan de Rijn, 1990.
K. Schippers e.a. ‘Jaap Hillenius-Poging om dichterbij te komen’. Amsterdam, 2004.