45e jaargang (bladzijde 92) nr.3 / IN: Periodiek HKM
Dit is de tekst zonder afbeeldingen. Zie voor afbeeldingen de papieren editie.
Een vondeling in Maarssen
Auteur: Hans Sagel
Bijna 250 jaar geleden, in de nacht van 27 op 28 juli 1769, werd er in één van de vele stegen tussen en achter de huizen aan de Langegracht in Maarssen een jongetje te vondeling gelegd (zie afbeelding 1). 1) De Amsterdamse ambtenaar en kroniekschrijver Jacob Bicker Raije, die op dat moment in Maarsseveen op Geesberge verbleef, was gek op het vermelden van dergelijke feiten en beschreef in zijn dagboek deze nare gebeurtenis als volgt:
’Maarssen, juli 1769, Heeft in Maarssen een vrouw die met de laatste nachtschuit uit Amsterdam gekomen was en een kind van vijf of zes weken bij zich had, dit kindje in een steegje te vondeling gelegd. Het was een heel mooi jongetje, dat vrij redelijk, zij het armoedig in de kleren zat, maar het stond van onderen stijf van de luizen. Er woonde in dat steegje juist een vrouw die zogend was en die met toestemming van de schout dit kindje de borst gaf, omdat het bloedje verschrikkelijk schreeuwde van honger en omdat het van de luizen gebeten werd. Het kind, dat nu tot last van het dorp komt, is door het gerecht bij deze vrouw besteed, die het met veel liefde opkweekt.’ 2)
Vanzelfsprekend zal deze wanhoopsdaad van de altijd onbekend gebleven vrouw (moeder) in het achttiende-eeuwse Maarssen voor de nodige opschudding hebben gezorgd. Wat een schrik, wat een ellende! De vraag die zich onmiddellijk aandient, is dan uiteraard wie er voor het kind gaat zorgen? In die tijd heb je voor een zuigeling nog geen flesjes melk en dus is er direct een min nodig. Wie er dan voor de kosten van de verzorging gaat opdraaien, de vinders/verzorgers, de kerk of het gerecht (het dorp Maarssen) is natuurlijk ook een punt van groot belang.
In oude vergeelde boeken, zo noemde Reijer Pos (een van de oprichters van de HKM) dat, vond hij veel gegevens hoe deze problemen werden opgelost. 3) Op basis van notulen gemaakt door schout, kerkenraad en het gerecht Maarssen, schreef hij in1972 over de vondeling een interessant artikel in het blad ’Kijk op Maarssen’, het toenmalige contactblad tussen bestuur en inwoners van de gemeente Maarssen. 4) Aangezien het alweer lang geleden is dat het betreffende nummer verscheen en er bovendien een aardige pentekening van de Maarssense kunstenaar Bram Grimm bij werd geplaatst, lijkt het een goed idee hier een en ander uit het artikel van Pos te citeren (zie afbeelding 2).
’Op 28 juli 1769 kwamen schout en schepenen van het gerecht Maarssen in spoedvergadering bijeen. De reden hiervoor was de opwinding in het dorp door de vondst van een baby in het steegje tussen de huizen van de weduwe Willigenburg en de weduwe Smit aan de Langegracht. Waarschijnlijk betreft het hier een van de stegen tussen de huidige percelen Langegracht 10 en 20. De weduwe Willigenburg was gealarmeerd door het huilen van een kind. Niets bijzonders in deze toen kinderrijke buurt, maar omdat het geschrei van zo dichtbij leek te komen, was zij later uit de bedstee gekomen en had het kind gevonden. De gewaarschuwde schout ontfermde zich voorlopig over het kind, omdat van de moeder nergens een spoor meer te ontdekken was. Tijmentje Donkelaar, de huisvrouw van Willem van Rietveld, was wel bereid de zuigeling te voeden. In hun spoedvergadering vroegen schout en schepenen zich af wat men met het kind aan moest. Was het mogelijk de vindster ervoor te laten zorgen, of kon de hulp van de kerk worden ingeroepen? Uit het notulenboek blijkt dat men het er uiteindelijk over eens werd, dat dit een taak voor het gerecht was. De ‘min’ Tijmentje wilde het kind verder verzorgen tegen een vergoeding ‘zolang het zogende was’.”
Al heel snel na de ontdekking van de vondeling wordt hij op zondag 6 augustus 1769 in de kerk van Maarssen door dominee Adrianus van der Hengst gedoopt en ontvangt bij de doop de naam Julius Maarssen. 5) Hij was immers in juli in Maarssen gevonden! Reijer Pos vermeldt: ’De dominee achtte het zijn plicht de gemeente bij deze gelegenheid streng te vermanen toch goed te zorgen voor dit kind dat zo schandelijk door de moeder in de steek gelaten was”. Aan het eind van zijn verhaal beschrijft Pos ook nog het vertrek van Julius Maarssen uit het dorp. Samen met het gezin van Willem van Rietveld gaat hij op 10 juni 1773 naar Zuilen. Maar Tijmentje, de vrouw van Willem, had daarvoor wel beloofd ‘ook nu nog verder voor het kind te zullen blijven zorgen. De vergoeding [hiervoor] werd vastgesteld op 104 gulden per jaar, ten laste van het gerecht Maarssen’. Overigens werd nog in 1779/1780, dus 11 jaar na het geboortejaar van Julius Maarssen, over de kosten in zijn onderhoud geprocedeerd voor het Hof van Utrecht. 6) De partijen in deze waren enerzijds het Gerecht van Maarssen en anderzijds de kerkenraad en Willem van Rietveld.
Hoe het verdere leven van Julius Maarssen, ook wel Julius van Maarssen, is verlopen is niet bekend. Hopelijk zal het hem, na zo’n moeilijke start, erg goed zijn gegaan!
Noten
1. Tot ver in de twintigste eeuw bestonden er volgens Nolda Hogenhout-Hofman (1921-2004), die zelf op de Langegracht 20 is geboren en opgegroeid, een tiental stegen. In nagelaten aantekeningen voor een uiteindelijk niet gepubliceerd artikel over deze stegen voor dit periodiek, zegt ze: ‘Het stikte (achter de Langegracht) van die steegjes. Meestal hadden ze geen naam, maar soms werden ze genoemd naar de bewoners, bijvoorbeeld de Stokmansteeg en de Muizensteeg.”
2. Zie voor meer informatie over Jacob Bicker Raije en zijn dagboek mijn artikel in Periodiek HKM, Jaargang 37, nr. 1, 2010.
3. Pos gebruikt hiervoor de notulen van de Schout en Schepenen van Maarssen (in 1972 nog in het zogeheten oud-archief van de gemeente Maarssen) en die van de Gereformeerde Kerkenraad in het archief van de Nederlandse Hervormde Kerk te Maarssen.
4. ‘Kijk op Maarssen’, 2de jaargang, nummer 2, april 1972.
5. De doop van Julius Maarssen werd ook door Bicker Raije op 6 augustus 1769 in zijn dagboek beschreven.
6. Twee stukken gedateerd 1779/1780 in Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen te Breukelen. Toegang 1028: Gerecht Maarssen 1614-1813 (1818).
Onderschriften
Afb. 1. De Langegracht te Maarssen in de achttiende eeuw. Tussen de huizen zijn openingen, de toegang tot de stegen, in de gevelwand zichtbaar. Originele tekening van Daniël Stoopendaal (1672-1726). Praktisch de gehele achttiende eeuw is deze afbeelding veelvuldig als gravure gebruikt voor fraaie boeken als ‘De Zegepraalende Vecht’ (1719) en ‘De Vechtstroom’ (1791).
Afb. 2. Een aandoenlijke pentekening door Maarssenaar A.M. (Bram) Grimm van de vondst van een baby in een steeg aan de Langegracht op 28 juli 1769. Uit ‘Kijk op Maarssen’.