400
700
900
Dorpskerk 500 jaar
Wulder, Gea

Dorpskerk 500 jaar

46e jaargang (bladzijde 101) nr.3 / IN: Periodiek HKM


Plot

Dorpskerk 500 jaar

Gea Wulder


ANNO DMI MELLESIMO QUINGENTESIMO DECIMO NONO MENSI MARCII XV SPLINTERUS DE NIIEWEN ROI VIR NOB. EGREGIUSQ HUIC OPERI PREMUM SUPPOSUIT LAPIDEM
Dit is de Latijnse tekst die op een steen in het middenschip van de Dorpskerk in Maarssen staat gegraveerd. De steen is verplaatst naar een meer zichtbare plaats in het koor en de tekst is zeker aanleiding voor een feestje, want de Nederlandse vertaling luidt: ‘In het jaar onzes heren 1519 in de maand maart de 15e heeft Splinter van Nyenrode een bekend vooraanstaand man de eerste steen voor dit bouwwerk gelegd’. De Dorpskerk bestaat dit jaar dus 500 jaar.

De geschiedenis van de St. Pancratiuskerk, de officiële naam, gaat veel verder terug. De eerste vermelding van bezittingen in Marsua of Marsna (dat moeras zou betekenen) van de Domkerk in Utrecht is te vinden op een goederenlijst uit de negende eeuw (866). Of dat een kerk was, weten we niet. Rooms-katholieke geschiedschrijvers maken melding van een kerk in Maarssen in 960. In 1083 laat Emeritus van der Meer het slot Ter Meer bouwen. In de archieven van de Domkerk staat in 1150 vermeld dat er sprake is van een tufstenen kerk met toren, mogelijk gebouwd als slotkapel van het toenmalige slot Ter Meer. In een latere vermelding in 1196 staat dat de kerk in Marsua zal worden herbouwd. We mogen dus aannemen dat er voor die tijd ook een kerk heeft gestaan; mogelijk wordt de (tufstenen) kapel bedoeld. We weten dat op 26 mei 1173 - er was nog geen dijk langs de Vecht - de grootste watersnood aller tijden in deze streek plaatsvond. Dat zou de reden geweest kunnen zijn voor de noodzakelijke herbouw van de kerk. Bij de restauratie in 1973 is een aantal zwerfkeien gevonden die mogelijk van de oude fundering kunnen zijn. Bij deze restauratie zijn op een diepte van ruim twee meter ook sporen van begraving ontdekt.
De kerk is nu gebouwd op een terp van 1,50 meter hoog en heeft, ondanks de verbouwingen en reparaties, het laatgotische karakter behouden. Van de romaanse tufstenen kerk uit het einde van twaalfde eeuw is de toren nog over. Het formaat van de toren is opvallend, want bij zo’n imposante kerk zou je een veel hogere toren verwachten. Misschien durfde men het niet aan om de toren te vervangen. Zouden de nieuwe, zwaardere fundamenten niet wegzakken in de rivierklei? De muren van de toren zijn niet overal even dik. Daar is wel onderzoek naar gedaan, maar we weten nog niet waarom dit zo is.
De locatie van de toren lijkt niet helemaal toevallig. Kijken we naar de Leidse Rijn en de plaatsen waar de Romeinen hun ‘castella’ en uitkijktorens bouwden, dan zou de verhoging in het landschap langs de rivier een goede plaats zijn geweest om de grens van het Romeinse rijk, dat bij Zuilen ophield, te beschermen. De rivier stroomde in een open verbinding naar de Zuiderzee en als er dreiging uit het noorden kwam, was het zaak om daar zo snel mogelijk van op de hoogte te zijn. Beklimmen we de toren en kijken we uit over de Vecht, dan heb je een goed zicht op wat er vaart. De bomen zijn nu wat hoog, maar een aantal jaren geleden was zelfs de toren van Nyenrode nog net zichtbaar.
Gaan we iets verder terug in de tijd, dan zien we rond 700 Bonifatius en Willibrord in deze streek rondtrekken. Ze verkondigen het evangelie in de Lage Landen en zullen zeker ook Maarssen hebben aangedaan. Van Bonifatius is bekend dat hij in de Vechtstreek heeft gepredikt. Maarssen heeft buiten het Romeinse rijk gelegen en hoorde toen dus eigenlijk bij Friesland. In die tijd woont in Swesen, de latere Swesereng, de Friese edelman Wursing op een strook land langs de Vecht. Hij heeft meerdere eigendommen in de Vechtstreek, maar ook in Friesland. We mogen aannemen dat de laatste vaartocht van Bonifatius en zijn gevolg via deze route heeft plaats gevonden.
Twee kleinzoons van Wursing, Hildegrim en Liudger, groeien op in een vroegchristelijk milieu en gaan naar de kloosterschool in Utrecht en later zelfs naar York. Liudger (geb. 742) wordt missionaris in Friesland, Groningen en Drenthe en later abt van een klooster bij Essen. Hij is de eerste evangelieprediker van Nederlandse bodem. Zijn broer Hildegrim wordt bisschop in Châlons-sur-Marne en later ook abt in het klooster van Essen.
Naast Splinter van Nijenrode, Hildegrim en Liudger Wursing hebben meer mensen hun steentje bijgedragen aan de historie van de kerk. In 1720 bouwt Jan Elias Huydecoper, heer van Maarsseveen en Neerdijk en gefortuneerd regent uit Amsterdam, zijn grafkelder met wapenbordenkamer aan de kerk. Ook laat hij in 1700 voor zichzelf en zijn familie in de kerk een royale herenbank plaatsen.
De kerk stond vlak naast het ‘Huis Ter Meer’ van de familie Van Lockhorst. Ook die familie heeft haar sporen achtergelaten. In 1726 maakt Jasper van Eeten, naar vermoedelijk ontwerp van Daniel Marot, een preekstoel met luifel voor het bedrag van 930 gulden (veel geld in die tijd) en daarna een herenbank met prachtig houtsnijwerk. In 1730 ontvangt hij voor deze bank 465 gulden. De bank wordt pas in 1735 in het archief genoemd als er huur wordt gevraagd door het kerkbestuur. In 1790 levert de douairière De Witt een belangrijke bijdrage aan de inrichting van de kerk. Ze betaalt de kosten voor het orgel dat Abraham Meere maakt. Dit orgel is waarschijnlijk het laatste nog in gebruik zijnde instrument van zijn hand. Het orgel heeft dus een grote historische waarde. Op de Open Monumentendagen wordt het door diverse organisten bespeeld en natuurlijk bent u elke zondag van harte welkom om te komen luisteren. De familie Doude van Troostwijk laat in 1860 een grafkelder bouwen, rechts naast de familie Huydecoper en in 1880 bouwt de familie Notten aan de linkerkant nog een bescheiden grafkelder.

Zij zijn niet de enigen die hun sporen hebben achtergelaten op deze plek. De kerk is altijd een plaats geweest waar mensen elkaar ontmoetten. Is het niet voor troost en bemoediging na de dood van een dierbare, dan wel voor het sluiten van een huwelijk en het dopen van kinderen. In de vroege en late middeleeuwen had de kerk ook een functie in het uitwisselen van nieuws, een rol in de scholing van de bewoners van de streek en het kerkplein was natuurlijk een ideale plek voor de wekelijkse markt voor de inwoners van de Vechtstreek.
Van 1611 tot 1833 worden er mensen begraven in de kerk. Zij laten verscheidene grafzerken na met opschriften en familiewapens. In totaal zijn er 23 geheel of gedeeltelijk ontcijferd en gedateerd. Na 1811 mag er niet meer in de kerk begraven worden. De begraafplaats rond de kerk wordt in 1829, als het een muur heeft gekregen, een algemene begraafplaats waar ook niet-hervormden hun laatste rustplaats kunnen vinden. Op de begraafplaats liggen onder anderen een verzetsstrijder en oud-predikanten. Onlangs is het beheer van de begraafplaats weer aan de kerk toevertrouwd.
De kerk heeft een belangrijke historische waarde, niet alleen voor historici, maar ook voor de families die hier al generaties lang wonen en werken. Het is geen particulier bezit en iedere generatie voegt wel iets toe of houdt zo goed mogelijk in stand wat er is. Nu het aantal kerkleden afneemt, wordt het steeds moeilijker om de hoge kosten op te brengen, maar het blijft nog steeds de moeite waard.
In de week van 8 tot en met 14 september van dit jaar vieren we dat de Dorpskerk 500 jaar bestaat. Er zijn verschillende activiteiten en u wordt van harte uitgenodigd om daaraan deel te nemen. Op zaterdag 14 september, tijdens de Open Monumentendag, zijn er diverse vrijwilligers die u graag leuke verhalen vertellen over de kerk en bijzondere details laten zien. Weet u bijvoorbeeld waarom er een prachtige eenhoorn op het dak staat?
Kijk voor het programma op www. Dorpskerk.nl of historischekringmaarssen.nl

Literatuur
1. Historische Kring Maarssen. Documentatie kerken: Hervormde kerk Maarssen. Ordner 2, aantekeningen J. van Waay.
2. M.A. Schimmel. De Nederlandse Hervormde Kerk te Maarssen, 1970.
3. Gids Hervormde Kerk te Maarssen ‘St. Pancratius’. Uitgave van de Kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente te Maarssen, 1986.

Met dank aan Hans van Bemmel voor het verschaffen van informatie waarop dit artikel mede is gebaseerd.