400
700
900
Binnenkijken in de Westbroekse poldermolen
Barneveld, T.

Binnenkijken in de Westbroekse poldermolen

46e jaargang (bladzijde 55) nr.2 / IN: Periodiek HKM

Genre

  • Historie

Subject

  • Molen

Plot

Binnenkijken in de Westbroekse poldermolen

Tineke Barneveld

De afgelopen twee jaar heeft de kleine wipwatermolen Buitenweg bij Oud-Zuilen volop in de belangstelling gestaan. De nachtelijke brand in maart 2016, de herrijzenis uit zijn as en de feestelijke ingebruikstelling in juni 2018 door Prinses Beatrix; het kan u allemaal bijna niet zijn ontgaan.
Nu vragen wij aandacht voor zijn grote, stoere buurman: de poldermolen Westbroek en het gaat ons daarbij vooral om het interieur. Ria Tijhuis maakte de foto’s en u wilt vast ook iets weten over de geschiedenis van de molen.

Op een olieverfschilderij van F.J. van Rossum du Chattel (1856-1917) is de mogelijke voorganger van de huidige molen te zien . Die molen is in 1743 verplaatst naar de huidige standplaats aan de Nedereindsevaart, veel verder van de Vecht vandaan dan de oorspronkelijke plek. Vermoedelijk was de reden hiervoor dat het bos aan de overzijde van de Vecht bij zuidwestenwind de molen nogal wat wind uit de zeilen nam. Een andere reden was, dat de trekpaarden die over het jaagpad langs de Vecht liepen en de paarden voor de rijtuigen over het Zandpad regelmatig zouden schrikken van de voorbij zoevende wieken van de molen. De verplaatste molen was geen lang leven beschoren. Waarschijnlijk raakte hij in verval en in 1753 werd een nieuwe achtkante buitenkruier geplaatst om het water van de polder Westbroek te reguleren. De molenaars die jarenlang de waterhuishouding regelden in de polder waren Janus Griffioen en zijn zonen. De laatste beroepsmolenaars waren Jan van der Wilt en zijn zoon Willem.
Hoewel de omgeving van de molen idyllisch is, was het leven in en rond de molen vroeger hard. Het vak stond niet bepaald in hoog aanzien en de molenaar stond onder het strakke regime van het polderbestuur. Wangedrag werd beboet en na herhaling volgde ontslag. Het salaris was allesbehalve een vetpot. De molenaar was ook belast met het onderhoud van en de reparaties aan de molen en hij was tevens sluiswachter. Wel had hij enkele privileges: inwoning was gratis en van het polderbestuur kreeg hij vaak turf, kaarsen en petroleum. Verder mocht hij een stuk grond gebruiken als moestuin en kon hij er wat vee laten lopen. Het vissen op paling vormde ook een kleine bijverdienste.

Op een herfstachtige voorjaarsdag in maart bezoeken Ria en ik de molen. Er staat een stevige wind, ‘een dikke 4’. Wind doet de ogen van molenaar Daan Ottevanger glinsteren. In het binnenste geraamte van de molen tikt en bonkt het vervaarlijk en de wieken zoeven voorbij de ramen. De wind is vlagerig; ‘Ik zet maar twee halfies op de binnenroeden’, orakelt Daan tegen Arie Harkes, de molenaar op de kleine molen Buitenweg. In de huiskamer van de molen is het gezellig en warm en we krijgen koffie met een molenspeculaasje.
Daarna gaat Ria aan de slag met haar camera want er is veel moois te zien. In de molen zijn drie bedstedes getimmerd en er is ook een kinderbedstee. Gehaakte beddenspreien, beddenpan en een po ontbreken niet De keuken en sommige bedstedes zijn geschilderd in Pruisisch blauw, want, bakerpraatje of niet, vliegen haten de kleur blauw en gaan er niet op zitten. Niemand weet waarom, maar de praktijk wijst uit dat het zo is. Dat is belangrijk als in het voorjaar de vliegeneitjes bij duizenden uitkomen uit het riet van de molen!
We beklimmen de trappen en hebben steeds een prachtig uitzicht op het landschap door de kleine molenraampjes. We zien de stoere constructie van de molen; alle houtverbindingen zijn op authentieke wijze met pen-en-gat gemaakt. Het langste eiken gebint is 12 meter! De grote koningsspil die door het bovenwiel wordt aandreven is indrukwekkend. Molenaar Daan smeert de assen met reuzel (varkensvet).
In de loop der jaren zijn er meerdere wijzigingen aangebracht aan de wieken en aan de maalinstallatie. Bij een ingrijpende restauratie in 1983 werd het wiekenkruis vernieuwd en werden binnen in de molen de pompen vervangen door een vijzel met een lengte van 6 meter en een diameter van 2 meter. Het Van Eijkgemaal uit 1970, dat vlakbij staat, heeft de bemaling van de polder Westbroek overgenomen. De molen fungeert als reservegemaal en is nog wel regelmatig in bedrijf.
Elke woensdag en zaterdag van 10.00 tot 17.00 uur draaien de molens in Oud-Zuilen en ontvangen de molenaars Daan en Arie u gastvrij om een kijkje te nemen. De wipwatermolen Buitenweg en de poldermolen Westbroek vormen samen een markante verschijning in het landschap. Als u meer wilt weten over de technische werking van de molen Westbroek, leest u dan het uitvoerige verhaal van de vrijwillige molenaar Gerrit Pouw die jarenlang op de molen heeft gewerkt en ook molenaars heeft opgeleid. Het verhaal is verschenen in 2003 in het Periodiek van de HKM, jaargang 30, nr. 3. Het is ook gedigitaliseerd en in te zien op de website van de HKM, onder Periodieken Archief.
Graag maak ik u attent op de buitengewoon interessante expositie ‘Wind, Water, Wieken en Werk’, in het Vechtstreekmuseum. In deze tentoonstelling staan achttien molens centraal, van Utrecht tot aan Muiden. De expositie loopt tot en met 15 september aanstaande.

Bronnen
• Gesprekken met de vrijwillige molenaars Daan Ottevanger en Arie Harkes.
• Geschiedenis van de molen Westbroek. Drs. W. Smits. Periodiek HKM jaargang 9 nr. 3, 1982.
• De molen van de polder Westbroek bestaat 250 jaar. Gerrit Pouw. Periodiek HKM jaargang 30, nr. 3, 2003.