46e jaargang (bladzijde 64) nr.2 / IN: Periodiek HKM
Een terugblik op molen De Hoop
Ria Tijhuis
De vorige aflevering eindigde op het einde van de Straatweg bij de Kininefabriek. Deze weg gaat hier, op de kruising met de Sportparkweg, over in de Amsterdamsestraatweg.
In het boek van De Pijper wordt beschreven dat hij voorbij de Kininefabriek linksaf gaat en korenmolen De Hoop passeert. Deze weg heet dan Binnenweg en valt onder de gemeente Zuilen.
Vanwege de expositie ‘Wind, Water, Wieken en Werken’, in het Vechtstreekmuseum over molens in de Vechtstreek zal deze aflevering gewijd worden aan deze inmiddels verdwenen molen aan de Vecht en aan wat bekend is over zijn voorganger. De website www.molendatabase.nl geeft de exacte locatie aan waar beide molens hebben gestaan.
De eerste molen dateert uit 1629 en opgravingen hebben duidelijk gemaakt dat dit een standerdmolen was die ook op deze plaats heeft gestaan. Op een kaart in de collectie van het Utrechts Archief uit 1629 staat hier, ‘waar den Daelsen dijck bij de Vecht uitkomt’, al een molen getekend. De molen staat ook op de eerste kadastrale kaart van 1812, die is herzien in 1819 en opnieuw herzien en verbeterd in 1831. De molen is gemarkeerd 'rogmolen'.
De opvolger werd gebouwd in 1832 en de gevelsteen ter herinnering aan de eerste steenlegging op 10 mei 1832 door de driejarige C.G. van Voorthuyzen, is bewaard gebleven en in 2013 ingemetseld in één van de gevels aan de De Hoopkade in Op Buuren. Van beide molens zijn ondergronds nog resten bewaard gebleven.
In de leuningen van de brug is het blad van de kinineplant uitgebeeld, als verwijzing naar de Kininefabriek. Molens speelden in de Vechtstreek een belangrijke rol in de waterhuishouding, industrie en voedselvoorziening. Korenmolen De Hoop, in de volksmond de molen van De Ridder genoemd, was een stellingmolen die graan vermaalde en door wind aangedreven werd. Een stellingmolen heeft halverwege de hoogte een galerij, oftewel de stelling van waaraf de wieken worden bediend, zodat in het benedengedeelte een grote bedrijfsruimte beschikbaar is. Hier kunnen de goederen naar binnen of naar buiten worden gebracht, zonder dat men door de draaiende wieken gehinderd wordt. Het onderste deel was van baksteen opgetrokken; het bovendeel met riet gedekt.
Tot na de Tweede Wereldoorlog doet de molen nog dienst. De laatste eigenaar is Arie de Ridder. De ernaast gelegen ACF, nu Brocacef, breidt het fabriekscomplex steeds verder uit en de molen wordt steeds verder ingebouwd waardoor de windvang slechter wordt. Bovendien ondervond korenmolenaar De Ridder geduchte concurrentie van de ABTB aan de Straatweg in Maarssen, die ook een graanmaalderij had. In 1950 wordt de molen door De Ridder verkocht aan de fabriek. In 1953 worden de wieken eraf gehaald en in 1968 wordt de molen gesloopt.
In 2001 geeft DSM aan het terrein dat zich achter de fabriek bevindt te willen afstoten. In de fabriek werd jarenlang een preventief middel tegen malaria ontwikkeld en het restproduct van het fabricageproces werd in de grond en in de Vecht gedumpt, zodat er zo’n 18 hectare grond sterk vervuild raakte. Projectontwikkelaar Kondor Wessels laat in 2004 de grond saneren om deze geschikt te maken voor woningbouw en start met de herontwikkeling van het terrein.
Het resultaat is een geheel nieuwe wijk genaamd Op Buuren Dorp, met huizen in verschillende architectonische stijlen.