400
700
900
Uit het Reglement van Politie. De Gemeente Zuylen anno 1857
Smits, W.

Uit het Reglement van Politie. De Gemeente Zuylen anno 1857

47e jaargang (bladzijde 31) nr.1 / IN: Periodiek HKM

Genre

  • Historie

Subject

  • Gemeente

Plot

De Gemeente Zuylen anno 1857
Uit het Reglement van Politie

Wally Smits

Het hieronder besproken ‘Reglement van Politie’ van de gemeente Zuylen uit 1857 geeft een mooi beeld van een plattelandsgemeente uit het midden van de negentiende eeuw en van het handhaven van de openbare gezondheid, orde en veiligheid door het lokale bestuur. 1)

De gemeente Zuylen
In 1851 maakte de Gemeentewet van Thorbecke een eind aan het verschil in bestuur tussen platteland en stad en werd overal ‘de gemeente’ ingevoerd. De gemeente Zuylen strekte zich toen uit van de grens van de gemeente Utrecht tot de grens van de gemeente Maarssen. 2) Pas in 1954 werd Zuylen in twee stukken verdeeld. Een deel, waar inmiddels zware industrie was verschenen in de vorm van Werkspoor en Demka, werd bij Utrecht gevoegd en ging verder onder de wijknaam Zuilen. Het andere deel werd bij Maarssen gevoegd en ging verder onder de naam Oud-Zuilen.
In het midden van de negentiende eeuw had Zuylen ongeveer 500 inwoners die zich bezig hielden met landbouw en veeteelt of een bestaan vonden in één van de drie steenovens en vijf pannenovens. Het gemeentehuis was toen gevestigd in het gebouw waar nu restaurant Belle zit. In 1929, toen de nieuwbouwwijk in het huidige Zuilen ontstond, werd het gemeentehuis verplaatst naar Daalwijk. Van 5 december 1853 tot aan zijn overlijden op 23 april 1861 was Rudolph Hendrik Johan Veeren burgemeester van Zuylen. Kort voor zijn aantreden als burgemeester had hij de buitenplaats Zuylenveld en de daarnaast gelegen steenbakkerij Duinkerken aangekocht. Bovendien was hij ook in het bezit van het buitenplaatsje Diedrikstijn aan de overkant van de Vecht.

Reglement van Politie
Er wordt in het reglement geregeld gesproken over de ’Kom der gemeente’. Dat wordt echter pas achter in het reglement nader uitgelegd. Voor de duidelijkheid beginnen wij echter met het artikel dat het begrip ‘Kom’ verheldert. Aan de oostzijde van de Vecht bestaat de kom uit het gebied tussen de wagenmakerij en het huis Diedrikstijn. Aan de westzijde van de Vecht strekt de kom zich uit vanaf de inmiddels verdwenen buitenplaats Groenhoven tot en met de steenplaats Duinkerken
De eerste negen artikelen zijn voor ons niet zo interessant. Deze gaan over de nummering der huizen en het verplicht inschrijven bij de gemeente van bewoners van huizen. Het valt wel op dat de boetes op overtredingen niet mals waren. Een boete van f 1,00 tot f 8,00 kon zomaar worden opgelegd.
In hoofdstuk II van het reglement met de titel ‘Reinheid en Gezondheid’ wordt duidelijk dat er op dit gebied nogal wat te ver- of gebieden was. Artikel 10 verplicht de hoofdbewoner of gebruiker van gebouwde of ongebouwde eigendommen binnen de kom van de gemeente:
a. de grachten, sloten, goten… schoon te houden.
b. de modder uit de goten voor zijn erf te scheppen.
De straat ten minste éénmaal ’s weeks te reinigen, en te zorgen, dat gedurende buitengewone hitte, … dagelijks ’s morgens en ’s namiddags de straat met rein water bevochtigd worde.
Mocht het huis onbewoond zijn, dan werd de eigenaar toch verplicht om zijn diensten te (laten) verrichten.
Artikel 11, 12 en 13 vermelden wat er allemaal verboden was wat betreft de reinheid.
Zo mocht men in de kom geen as of vuilnis op de openbare weg deponeren; zeepwater, gier en bloed mocht men niet op straat deponeren Dat moest netjes in riolen, goten of zinkputten gedeponeerd worden, die dan weer zouden worden geleegd door de ’Aschman’.
Dode honden, katten, vis en andere aan bederf onderhevige voorwerpen mocht men ook niet op de weg of in het water achterlaten, maar diende men netjes te begraven. De (beer)put mocht alleen geleegd worden als het donker was. Dat betekende ’s winters tussen 22.00 uur en 05.00 uur en ’s zomers tussen 23.00 uur en 03.00 uur.
Binnen de gehele gemeente moest men gestorven paarden, runderen en ander vee binnen een dag minstens vijftig ellen van de openbare weg begraven op een diepte van één el en drie palmen. 3)

Artikel 14 verplichtte de bevolking om bij kinderziekten zoals mazelen en roodvonk, maar ook bij andere besmettelijke ziekten, een papier op deur of raam te bevestigen met de naam van de ziekte erop. Geen enkel kind uit dat huis mocht tot nader order de school bezoeken. Als je trouwens niet was ingeënt tegen pokken of ze nog niet gehad had, mocht je sowieso niet naar school. Overtreders zouden worden bestraft met een geldboete van f 1,00 tot f 6,00. Vreemd genoeg werd er met geen wordt gerept over de cholera die Nederland maar liefst vijf keer teisterde in de negentiende eeuw en die tienduizenden mensen het leven kostte. 4)

Openbare orde, rust en veiligheid
Maar liefst zeventien artikelen gaan over de handhaving van de openbare orde. In het kort komt het erop neer dat men zijn rommel niet op straat mocht deponeren en de water- en gewone wegen goed begaanbaar moest houden. Dus geen loslopend vee op de wegen, strooien als het glad was, bomen hoog opsnoeien en geen bespannen wagens of losse paarden zonder toezicht op de weg laten staan. Het is duidelijk dat de verkeersregels merendeels gingen over aanspanningen, aangezien we nog geen gemotoriseerd verkeer kenden. De kromme disselwagens mochten slechts stapvoets door de kom heen en andere rijtuigen maximaal in draf. Ook curieus zijn de artikelen 20 n. en o. die ik hieronder volledig citeer:

n. Op de voor voetgangers bestemde paden langs de geheele lengte van den Daalschen dijk van af de grensscheiding der gemeente Utrecht tot aan den korenmolen; van af de Vechtbrug tot aan den Daalschen dijk en langs de Vecht, tusschen de klop en den steenen duiker voor zoo verre het pad achter de boomen ligt, met rijtuigen, karretjes, losse paarden of eenig ander viervoetig dier (honden echter uitgezonderd) te rijden of te drijven.
o. Van af de seinpaal bij de steenen duiker tot aan dien bij Diedrikstijn en omgekeerd, met eenen langeren lijn, dan van veertig ellen de vaartuigen te jagen. Zullende de brugwachter verplicht zijn, wanneer eene lijn de brug is voorbij gegaan, vóór dat de brug is opgehaald, de voorbijgangers te waarschuwen, en de jagers gehouden zijn, op aanzegging van den brugwachter, voor een oogenblik te blijven stilstaan, de lijn te laten zakken en te gedoogen dat over dezelve worde gereden.”

Slijters, herbergiers, tappers en kroeghouders mochten tussen 22.00 uur ’s avonds en 06.00 uur ’s morgens niet tappen en moesten een register bijhouden van reizigers en vreemdelingen die bij hen overnachtten en dat ’s avonds voor 22.30 uur bij de burgemeester inleveren. Ook was het de kastelein verboden om voor beschonken personen nog te tappen of aan kinderen onder zestien jaar. Opvallend is dat kinderen van Gods- of weeshuizen helemaal geen alcohol mochten nuttigen.
Vee dat los op de openbare weg werd aangetroffen, werd in verzekerde bewaring gesteld en voor rekening van de eigenaar door de gemeente onderhouden. Kwam de eigenaar binnen veertien dagen niet opdagen, dan werd het verkocht en de opbrengst werd in de gemeentekas gestort. Kwam de eigenaar wel opdagen, dan kreeg hij een nota van de verzorgkosten en bovendien nog een boete van f 1,00 tot f 5,00. Schapen die op dijken en wegen werden gedreven, moesten steeds in beweging blijven. Mocht dat niet het geval blijken, dan werd dat beschouwd als illegaal grazen en was de boete f 1,00 tot f 25,00 de hoogste boete die in dit reglement voorkomt.

Voorkoming van rampen en ongelukken
Het laatste hoofdstuk van dit reglement schetst een mooi beeld van een plattelandsgemeente in de negentiende eeuw. We zullen de algemene bepalingen laten rusten en slechts de meest opvallende noemen. We moeten wel bedenken dat de regels vooral binnen de kom streng waren. Buiten de kom waren zij minder streng.
Iedere bewoner was verplicht om bij vriezend weer één el uit de wal een bijt te maken van een vierkante el en die ‘s ochtends en ’s avonds open te hakken. Het is duidelijk dat de angst voor brand nogal wat verboden en geboden opleverde. De schoorsteen moest van steen of ijzer zijn en tenminste een el boven het dak uitsteken. Binnen de kom der gemeente was het bovendien verboden daken van stro of riet te maken of hooi- of korenbergen te stellen. In pakhuizen of bergplaatsen, waar hout steenkolen, hooi, stro en turf aanwezig waren, mocht men geen licht laten branden anders dan in een afgesloten lantaarn. Bij het laden of lossen van deze brandbare stoffen was het bovendien ten strengste verboden pijpen of sigaren te roken. Zonder toestemming van de burgemeester was het verboden om te schieten of vuurwerk af te steken of langs de weg piktonnen te branden.
Aangezien men in een waterrijk gebied woonde, werd men verplicht een drenkeling te redden, de burgemeester te waarschuwen en de hulp van een geneesheer in te roepen. Als de politie erom vroeg, moest je een drenkeling ook in je huis opvangen.

Maar liefst zes artikelen handelen over de overlast van honden. Honden waarvan het vermoeden bestond dat ze gevaarlijk zouden kunnen zijn, moesten worden vastgelegd en een muilkorf dragen ‘volgens een ter secretarie voorgelegd model’. Deed men dit niet, dan zouden de honden ‘gedood worden door de politiebeambten’. Er staat dus niet dat er slechts een kans was dat dat gebeurde. Er staat ‘gedood zullen worden’ in het reglement. Een veel voorkomend verschijnsel was hondsdolheid of rabiës. Een hondsdolle hond of een hond die door een hondsdolle hond was gebeten, werd afgemaakt, op last van de burgemeester.

Al met al is het een interessant reglement, zeker voor ons die ruim 160 jaar later minder geneigd zijn om de stoep en de straat voor ons huis schoon te houden en al protesteren als we een waarschuwing krijgen voor een niet-aangelijnde hond.

Noten
1. Schrijver houdt zich in dit artikel zoveel mogelijk aan de spelling van eigennamen zoals die gebruikt is in het in zijn bezit zijnde Reglement van Politie.
2. Dat was een erfenis van de Franse tijd toen de oude gerechten Zuilen, Zwesereng en Oostwaard tot één gemeente werden samengevoegd. Voor dit artikel is onder andere gebruikt gemaakt van www.Home.kpn.nl/naga/zuilen.html ‘Het dorp Oud-Zuilen door de eeuwen heen’ en ook van www.Buitenplaatseninnederland.nl/oudzuilen-zuilenveld.html
3. Een el = tien palmen. Met de invoering van het metrieke stelsel voor het Koninkrijk in 1820 werd de el gelijkgesteld met 1 meter, vanaf 1725 was de Haagse el (69,4 cm) de nationale standaard, maar dan alleen voor de heffing van belastingen.
4. Smits, W. Cholera in Maarssen, Periodiek HKM (mei 1982), p 9-12.