47e jaargang (bladzijde 37) nr.1 / IN: Periodiek HKM
Uit de Oude Schoenendoos Deel 81
Hans Sagel
Het essenhakhout van Vechtenstein
Achter het park van het buiten Vechtenstein liet de toenmalige eigenaar baron J.F. van Reede op grond die hij van Mozes Ximenis had gekocht in 1834 vier percelen essenhakhout aanplanten. Twee daarvan bestaan nog steeds, hoewel inmiddels omringd door huizen van de wijk Zandweg-Oostwaard. Ze zijn tegelijkertijd met het park door de gemeente Maarssen voor het publiek opengesteld. Dat wil zeggen dat er om het essenhakhout een smal wandelpad is aangelegd, waardoor de mogelijkheid is gecreëerd om van dit vooral qua flora unieke gebied te kunnen genieten. Wijlen Jan Wolters, een van de voorvechters voor het behoud van het landgoed Vechtenstein, beschreef op uitstekende wijze de geschiedenis en de flora en fauna ervan in dit blad (september 1989). Ook het rapport Flora en fauna van Vechtenstein en essenhakhout, in 1981 uitgegeven door het IVN, afd. Vecht- en Plassengebied, biedt heel veel informatie.
De voor het beheer noodzakelijke exploitatie van het hakhout liet de gemeente Maarssen, eenmaal eigenaar geworden, zoals gebruikelijk om de vier jaar uitvoeren door rond Maarssen wonende tuinders, ook na de openstelling voor het publiek. Zij oogsten ’s winters de takken van drie à vier meter lang en gebruikten deze stokken (ook wel stelen of staken genoemd) bijvoorbeeld om er snijbonen, kapucijners en pronkers aan te kweken. De kleine zijtakken (rijshout) werden gebruikt voor het kweken van erwten. Overigens is het veerkrachtige, gladde essenhout ook zeer geschikt voor het maken van gereedschapsstelen. Op zoek naar een foto in mijn archief ter illustratie van dit stukje kwam ik een serie dia’s tegen die in de winter van 1983 door mij voor een lezing van de HKM werden gemaakt in het essenhakhout van Vechtenstein. Het bleek dat zij helaas, zoals vaak bij dia’s gebeurt, erg verkleurd waren. Door ze te digitaliseren en in zwart-wit om te zetten, zijn ze echter nog enigszins bruikbaar om een beeld te geven hoe er in vroeger jaren ’s winters in het essenhakhout werd gewerkt.
Al een hele tijd wordt het werk in het essenhakhout nu vooral verzorgd door vrijwilligers. Het is de bedoeling dat om de twee jaar de helft van het hakhout wordt aangepakt zodat zomers altijd nog een deel hoger groen heeft, hetgeen naast een fijnere beleving van het gebied ook de natuur ten goede komt. Behalve vrijwilligers heb ik in de laatste dertig jaar waarin ik vrijwel naast het essenhakhout woon, ook wel door de gemeente ingehuurde bedrijven aan het werk gezien. Daarbij werden jammer genoeg soms veel te grote voertuigen gebruikt die met hun grote wielen de kwetsbare, zachte grond kapot reden en deels dichtdrukten. Ook is er tussen de stobben resthout verbrand, met als gevolg dat er grote brandplekken achterbleven.
Mijns inziens is dit niet het beheer dat, naast de recreatiedruk, verzuring en verdroging, de kwetsbaarheid van het gebied ten goede komt. Een ander probleem lijkt te worden een zich in Nederland snel uitbreidende ziekte in essenbomen. Door deze essentakkensterfte, c.q. ziekte, die volgens Staatsbosbeheer niet te bestrijden is, en het mogelijk niet altijd adequate beheer, gaat het essenhakhoutgebied zienderogen achteruit. Dat is uiteraard geen goede zaak en het zou dan ook zeer toe te juichen zijn wanneer de huidige eigenaar, de gemeente Stichtse Vecht, (meer) actie gaat ondernemen om het essenhakhout te redden van de ondergang.
Hebt u op- of aanmerkingen naar aanleiding van deze rubriek of zelf een voor publicatie geschikte foto, dan wordt u vriendelijk verzocht dit schriftelijk of telefonisch door te geven aan J.H. Sagel, Van Lingelaan 85, 3602 PB Maarssen, tel: 0346-561457, e-mail: hanssagel@gmail.com