400
700
900
Stolpersteine aan de Schippersgracht 13 en de Langegracht 27
Smits, W.

Stolpersteine aan de Schippersgracht 13 en de Langegracht 27

47e jaargang (bladzijde 46) nr.2 / IN: Periodiek HKM

Genre

  • Tweede Wereldoorlog

Subject

  • Oorlog En Vrede

Plot

Stolpersteine aan de Schippersgracht 13 en de Langegracht 27

Wally Smits

Alweer bijna 10 jaar liggen ze er nu: het project van de Duitse kunstenaar Günter Demnig om bij ieder huis van waaruit in de Tweede Wereldoorlog joden werden weggevoerd een herinneringssteen in het plaveisel te leggen, werd op 27 februari 2013 ook in Maarssen uitgevoerd. Mede door de speurtocht van de familie De Wit naar nabestaanden van de uit Maarssen weggevoerde familie Blau, ontstond het idee om ook in Maarssen in het plaveisel zogenaamde struikelstenen (in het Duits Stolpersteine) te plaatsen. Nu moet u het begrip Stolpersteine niet letterlijk opvatten. De vierkante steentjes met een messing plaatje, moeten meer de aandacht trekken dan dat ze de oorzaak kunnen zijn van valpartijen. Geregeld staan voorbijgangers of rondgeleide groepen stil bij deze herinneringen aan een droevige episode in de geschiedenis van ons land; zo is het een figuurlijke vorm van struikelen…

Lucas IJzerman
Al jaren telde ons dorp geen joodse ingezetenen meer. In de jaren twintig van de vorige eeuw telde de Joodse Gemeente slechts drie leden: Bernardus Kuijt, Mozes Rood en Juda Salomon-Rood. Dit geringe aantal leidde in 1927 al tot de sloop van de joodse synagoge aan de Diependaalsedijk. Toch hadden we nog een joods gezin in ons midden. 1) Lucas IJzerman, sigarenmaker uit Amsterdam en gehuwd met Clara Lap, was in 1917 in Maarssen neergestreken. Hij had eerst een tabakswinkeltje en later zelfs aan de Schippersgracht een eigen sigarenfabriekje in het pand naast de huidige bistro Zuster Francina. Ze brachten twee dochters mee, Esther en Marietje. Bijna 25 jaar later was één dochter al gehuwd en de andere woonde nog thuis.
De Tweede Wereldoorlog brak uit. Nederland was bezet en het zag er voor de joodse bevolkingsgroep somber uit. Lucas raadde de nog thuiswonende dochter aan om onder te duiken en dat deed ze ook, veelal bij haar zuster. Zelf was hij nagenoeg blind en arbeidsongeschikt en hij dacht vermoedelijk dat de Duitsers hem wel met rust zouden laten. Met zijn vrouw Clara verliet hij Maarssen en trok hij in bij zijn oudere broer Hartog in huis aan de Akkerstraat 24 in Amsterdam. Hartog oefende nog het traditionele joodse beroep van diamantbewerker uit. Dit leidde slechts tot uitstel van deportatie. Op 1 april 1943 werden zowel Lucas (57 jaar oud) en zijn vrouw (53 jaar oud), als zijn broer (60 jaar oud) opgepakt en via het doorvoerkamp Westerbork afgevoerd naar Sobibor, waar ze al op 16 april 1943 de dood vonden. Aangezien ze geen inwoner van Maarssen meer waren, waren er in het archief van de gemeente Maarssen geen verdere gegevens over hen te vinden.

Fritz Blau
Het gezin Blau is een heel ander verhaal. Fritz was geboren op 30 mei 1910 in het plaatsje Bielitz in Polen. Zijn latere vrouw, Mina Lisa Muntner (Minie), was geboren op 9 maart 1914 in het plaatsje Czernovitz in Roemenië. In de hoop op een betere toekomst vluchtte het echtpaar eind jaren ’30 naar Nederland met de bedoeling om via Rotterdam naar Amerika te gaan. Die poging mislukte, maar in de tussentijd was op 4 december 1939 hun dochtertje Magdalena Dora Lieselotte (Dorie) geboren. Al heel vroeg in de oorlog werden alle joden gedwongen de kuststreek te verlaten en na wat omzwervingen kwam het jonge gezin in Maarssen terecht; eerst bij de ouders (Stooker) van Tiny de Wit, degene die later het initiatief nam voor de speurtocht naar nazaten van de families Blau en IJzerman, aan de Machinekade. Toen later de indruk ontstond dat het wel eens een langdurig verblijf kon worden, werd toch naar een ander onderkomen uitgekeken. Het huis aan de Machinekade was voor zoveel mensen toch aan de kleine kant. Uiteindelijk kwam het jonge gezin terecht op de Schippersgracht 13 bij postbode Koekkoek, waar ze de bovenverdieping huurden.
Voor een goed begrip: ze doken niet onder maar hadden zich, zoals iedere nieuwkomer, ingeschreven bij de afdeling bevolking van de gemeente en deden mee met het sociale leven van het dorp. Ze sloten vriendschap met mede-dorpsbewoners en Fritz en Minie besloten zelfs om voor de schijn toe te treden tot de katholieke kerkgemeenschap. Helaas sloeg daar het noodlot toe. Op zondag 2 augustus 1942 werd het gezin bij het uitgaan van de kerk opgepakt, volgens zeggen door een Maarssense politieagent. Volgens zijn dochter An wist brugwachter Evert Stok haar vriendinnetje Dorie nog mee naar huis te nemen, maar Dorie werd dezelfde avond verraden en opgehaald. Het gezin werd via kamp Westerbork op transport gesteld naar concentratiekamp Auschwitz (Oswigcim staat in de aktes van het bevolkingsregister), waar moeder en dochter precies een week later, op 9 augustus 1942, werden gedood en waar Fritz 30 september 1942 het leven liet. We weten deze data zo precies, omdat de Duitsers zelfs in hun vernietigingskampen een nauwkeurige administratie bijhielden en vele gegevens na de oorlog door het Rode Kruis aan de betrokken gemeenten werden doorgegeven. Zo staan de overlijdensgegevens van de familie Blau in de ‘staat en het register van overledenen van 1950’ vermeld. We kunnen dat erg laat vinden, maar we weten nu (helaas) wat hun lot is geweest. Van de familie IJzerman staat niets vermeld in de overlijdensregisters omdat ze naar de broer van Lucas in Amsterdam waren vertrokken.

Frans Günther Schlesinger
Voor mij volkomen onbekend was de aanwezigheid van Frans Günther Schlesinger. De gegevens uit het bevolkingsregister over deze periode zijn in vele gevallen nog niet toegankelijk. De hulp die ik van een medewerker van het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV) mocht ontvangen, bevestigde dat hij in het Maarssense bevolkingsregister was ingeschreven als nieuwe inwoner. Hieronder zal duidelijk worden dat hij inwoonde op het adres Schippersgracht 24 bij mevrouw H.A.W. van der Dusse-Leest. Hoe het verder met Frans Günther afliep, is een raadsel. Er is noch bij de gegevens over doorvoerkamp Westerbork, noch bij de latere gegevens van het Rode Kruis iets te vinden wat duidelijkheid geeft over zijn lot. Het zou best (en dat hoop ik ook) eens kunnen dat hij is ontsnapt aan deportatie en naar het buitenland is gevlucht of is ondergedoken. Een hoop die nog versterkt wordt door het gegeven dat ene Frans Günther Schlesinger op 10 december 1948 bij wet genaturaliseerd werd als Nederlander, maar of dat de door mij gezochte Schlesinger is, werd niet duidelijk. Ook kwam ik nog een arts Frans Günther Schlesinger (zoon van?) tegen die in 2011 een proefschrift getiteld ‘Phrenitis’ voor uitgeverij Eburon vertaalde, maar voor het overige bleven alle naspeuringen vruchteloos.

Reichsleiter Rosenberg
We weten dat de families Blau en IJzerman zijn afgevoerd en vermoord, maar het verhaal krijgt nog een triest vervolg. Speciaal voor de nasleep was een onderdeel van de NSDAP opgericht dat zich bezighield met het leeghalen van de door joden ‘verlaten’ woningen, maar ook met het leegroven van joodse firma’s. Van de inboedels werden inventarislijsten gemaakt en vervolgens werden de gevonden inboedels naar Duitsland getransporteerd. ‘Reichsleiter’ Rosenberg leidde deze organisatie. 2) Het leeghalen van de particuliere woningen noemde men de ‘Möbelaktion’. Om eventuele claims van nabestaanden te vergemakkelijken zijn alle bestanden van de Einsatzstab van de Reichsleiter Rosenberg gedigitaliseerd. Zodoende was het vrij eenvoudig na te gaan dat medewerkers van deze organisatie reeds korte tijd na het verlaten van de woning door de familie Blau al op de stoep stonden om de inventaris op te nemen. De heren W. Gros Pelser en S. Huisman namen op 27 augustus 1942 een kijkje in het huis van eigenaar Koekkoek aan de Schippersgracht 13 en kwamen tot de teleurstellende ontdekking dat het gezin Blau ‘nur Leibwäsche und Kleider’ had en wat ‘Lebensmittel’. Verder vonden beide heren nog een schrijfmachine van het merk Underwood dat verduitst werd tot Unter Wood. De oogst was dermate teleurstellend, dat er niet eens een bedrag werd genoemd om aan te geven wat de inventaris waard was. Aangezien het echtpaar IJzerman niet meer in Maarssen woonde, kon ik geen inventaris vinden van hun woning. Vreemd genoeg zijn er ook geen gegevens over de woning van Hartog IJzerman aan de Akkerstraat 24 huis in Amsterdam.
Anders verliep de inventarisering van de inboedel van Frans Günther Schlesinger. Medewerkers Bakker en Berends, hoe Nederlands zijn deze namen, kwamen hier op 7 oktober na een eerder bezoek aan Breukelen en troffen mevrouw H.A.W. van der Dusse-Leest aan als hoofdbewoonster. Ze noteerden het adres, Schippersgracht 24 en de namen van de bewoonster en van de eigenaar. Dit was J.J. Schildmeijer, Amsterdamschestraatweg 235A in Utrecht. In het kamertje van Frans Günther troffen de heren onder andere drie overgordijnen, een hanglamp, negen ‘Wandbilder’, een bureaulamp, wat schrijfgerei, een schaakbord en een divan aan. Voorts nog wat kleding en handschoenen. De waarde van deze spullen werd vastgesteld op 25 gulden. Wat opviel, was dat er op de lijst ook een ‘Ledertasche’ en een koffer staan. Dit alles geeft niet de indruk dat hij met zijn hele hebben en houwen op transport is gegaan. Helaas voor de beide heren zei mevrouw Van der Dusse-Leest dat alle spullen niet van Frans Günther waren maar van haar. In Zuilen, toen nog een zelfstandige gemeente, hadden de heren een paar weken later een grotere buit. Op 26, 27 en 28 november 1942 bedroeg het totale bedrag van zeventien leeggehaalde woningen maar liefst f 4375,00. In het latere Oud-Zuilen, ‘Zuylenschelaan (dorp 71)’ was de inventaris maar liefst f 525,00 waard, aanzienlijk meer dan de schamele f 25,00 van Frans Günther Schlesinger. Het resultaat van mijn naspeuringen is verre van volledig. Wellicht dat tijdgenoten of hun kinderen wat meer informatie kunnen verschaffen over deze voormalige inwoners van de gemeente Maarssen.

Noten
1. De meeste gegevens zijn ontleend aan de website www.joodsmonument.nl en de overlijdensregisters van de gemeente Maarssen 1939-1957 te vinden in Het Regionaal Historisch Centrum Vecht en Venen (RHCVV) te Breukelen.
2. NIOD toegang nr. 093a. Inventarisnummer 78, Einsatzstab Reichsleiter Rosenberg (1942-1943)