47e jaargang (bladzijde 57) nr.2 / IN: Periodiek HKM
Huize Richmond
Een huis met een bijzondere geschiedenis
Michel van Schaik
In 1950 ben ik geboren in Huize Richmond aan de Kerkweg 10 in Maarssen en ook opgegroeid in dit bijzondere huis dat vanaf 1963 ook wel ’het spookhuis van Maarssen‘ wordt genoemd. Een onderwerp dat blijkbaar velen blijft boeien. Vandaar mijn aanbod aan de redactie om hier een artikel over te schrijven. Los van deze ’spookgeschiedenis’ is er nog veel meer interessants te vertellen over Huize Richmond. Om te beginnen neem ik u graag mee terug naar de achttiende eeuw. Hiervoor heb ik verschillende bronnen geraadpleegd en kwam ik verrassende feiten tegen.
De periode 1776-1820
De eerste bewoners van Huize Richmond waren Spaans-Portugese, Sefardische joden. Het woord Sefardisch komt van de term Sefardim en dit is afgeleid van het Hebreeuwse woord ‘Sefaràd’, dat ‘Spanje’ betekent en verwijst naar de Spaans-Portugese joden die vanaf eind 1400 uit Spanje en Portugal werden verdreven. Vele van deze Spaans-Portugese joden kwamen in de zestiende eeuw naar Amsterdam waar zij meer in vrijheid konden leven en handeldrijven, zoals bijvoorbeeld in de suiker- en tabakshandel met de koloniën. Deze joden kwamen ook naar de Vechtstreek. Bekend zijn de huizen van Portugese joden aan de Herengracht in Maarssen. In 1776 werd Huize Richmond aan de Kerkweg gebouwd als zomer-/buitenverblijf voor de schatrijke familie Teixeira de Mattos.
Huize Richmond is een monumentaal pand. In het boek ‘Maarssen. Geschiedenis en Architectuur’ van het Monumenten Inventarisatie Project, uitgave 2007, staat onder meer: ‘Het herenhuis is symmetrisch opgebouwd, met in het midden een groene paneeldeur met empiredecoraties en snijraam, gevat in een pilasterstelling met hoofdgestel. Aan weerszijden van deze deur zijn twee achtruits empire schuifvensters aangebracht. Op de eerste verdieping bevinden zich vijf zesruits schuifvensters met boven de tweede en vierde travee dakkapellen met vleugelstukken. Alle vensters zijn voorzien van luiken. Het pand heeft een afgeplat grijs pannenschilddak en een geprofileerde kroonlijst’ .
De zeer invloedrijke geneesheer Immanuel Capadose (1751-1820) was wellicht de meest illustere bewoner van Huize Richmond. De familie Capadose behoorde tot de meest invloedrijke en deftigste geslachten van Amsterdam met veel aanzien in de joodse gemeenschap. Deze familie bereikte in 1593 Amsterdam en volgens de geschriften beschouwden zij Amsterdam als het Nieuwe Jeruzalem waar zij in vrijheid konden leven en handeldrijven. De naam Richmond verwijst hoogst waarschijnlijk naar Richmond in de staat Virginia, het centrum van de tabaksplantages en -handel in Amerika. De familie Capadose had haar vermogen onder andere verdiend met deze tabakshandel.
Immanuel Capadose was lid van de Amsterdamse gemeenteraad, zeer Oranjegezind en bekend als geneesheer en lijfarts van stadhouder Willem V van de Republiek der Verenigde Nederlanden (1751-1795). Willem V moest in 1795 naar Londen vluchten vanwege de Bataafse Revolutie. De Oranjegezinde Immanuel Capadose overwoog met Willem V mee te vluchten naar Engeland, maar besloot uiteindelijk te blijven. Dat bleek een goede keuze. Onder het nieuwe Franse bewind nam zijn carrière een nog hogere vlucht. Hij werd de lijfarts van Koning Lodewijk Napoleon, de jongere broer van keizer Napoleon Bonaparte. Hij werd door de koning voor zijn verdiensten tot Ridder in de Orde van de Unie benoemd. In 1810 trad de koning van Holland af. Later werd Immanuel Capadose door koning Willem I, die hij persoonlijk kende uit zijn jeugd, eveneens gedecoreerd. 1)
Bijzonder is dat in 1890 Huize Richmond even in gebruik is geweest voor kerkdiensten voor leden van de in 1890 opgerichte Gereformeerde Kerk te Maarssen. Daarna is het huis bewoond geweest door onder meer de bekende familie Plomp. Alexander Theodoor Plomp was eigenaar/directeur van de steenfabriek Vecht en Rhijn. Zijn dochter Hubertina was getrouwd met de bekende Maarssense architect Wybren Wymstra. In de WOII was Huize Richmond gevorderd door de Duitse bezetters. Deze donkere periode vormde later de basis voor het bijzondere spookverhaal dat in 1963 aan het licht kwam. Na de oorlog in 1949 hebben mijn ouders Huize Richmond gekocht. Tot voor kort heb ik nooit geweten dat ons woonhuis zo’n bijzondere geschiedenis kende. In mijn jeugdjaren van 1950 tot 1960 deed zich een aantal ontwikkelingen voor die in 1963 leidden tot veel aandacht in de landelijke media. Enkele krantenkoppen uit oktober 1963 2): ’Nagalm van een verleden in een Maarssense zolderkamer’, ‘Het spookte in Maarssen’, ’Griezelige verhalen over een spook in Maarssen’, ’Een spook in Maarssen - bezoek van een jongeman op een zolderkamer’ en ’Spook of emotie?’ Ook in het KRO tv-programma ’Wonderen bestaan’ uit 2003 werd er aandacht besteed aan het ‘spookhuis’ in Maarssen.
Het begon allemaal in de jaren ‘50
In mijn kinderjaren op Richmond bleven vaak dienstmeisjes slapen op de zolderkamer van het huis. Niet zelden bleef dat beperkt tot een enkele nacht en dan verdwenen de hulpen weer. Ze vonden de zolderkamer maar eng en onheilspellend. Er klonken vreemde geluiden die hen angst aanjoegen. Ik herken dit ook uit mijn vroege jeugdjaren. Ik sliep op een kamer naast de deur die toegang gaf tot de zoldertrap. Vaak voelde ik op een of andere manier een enorme druk en spanning achter deze deur. Soms waagde ik het erop om de trap op te gaan, maar ik wist dan niet hoe snel ik weer naar beneden kon komen, want ik had dan altijd het gevoel dat er iemand achter mij aan liep. Mijn vader nodigde medio 1950 een collega-jurist uit om bij ons te blijven slapen omdat deze collega moest pleiten voor de rechtbank in Utrecht. Een rustige nacht is het echter niet voor hem geworden. In de ochtend werd hij door ons beneden ontdaan aangetroffen. Hij vertelde dat hem iets heel vreselijks was overkomen. In de nacht verscheen een donkerharige jongeman van een jaar of 26 die hem iets verschrikkelijks wilde vertellen. Een emotioneel verhaal over hoe hij zou zijn doodgeknuppeld op deze zolder door de Duitse bezetters. Vanaf dat moment kwam het onderwerp regelmatig ter sprake in ons gezin, maar het bleef een onopgelost raadsel. Totdat we dit verhaal vertelden aan onze buurjongen, die in Utrecht aan de faculteit voor parapsychologie studeerde. Hij besprak dit vervolgens met de hoogleraar voor parapsychologie professor Tenhaeff (1894-1981). Deze werkte nauw samen met de paragnost Gerard Croiset. Professor Tenhaeff kreeg wereldwijd bekendheid doordat hij bij uitstek in de gelegenheid was de handelingen van paragnost Gerard Croiset wetenschappelijk te onderzoeken, een onderzoeksvorm die overigens niet zonder kritiek bleef. 3) Zijn onderzoeken leverden geen bewijzen op voor een verband tussen de dood van iemand en de verschillende vormen van ‘wederverschijning’. Toch vormden ze een getuigenis voor dat geloof! Tenhaeff wilde overigens niet dat zijn naam aan deze spookhuiscasus werd verbonden.
Gerard Croiset (1909-1980)
Gerard Croiset was Nederlands meest bekende paragnost en paranormaal genezer met een drukbezette praktijk in Utrecht. 4) Hij behandelde mensen met lichamelijke en geestelijke klachten door middel van instraling en energie. Ook internationaal was Gerard Croiset zeer bekend. Hij werd over de hele wereld ingeschakeld om vermissingen en moorden opgelost te krijgen. Vaak met succes! In zijn ’Nagelaten Werk’ beschrijft Croiset buitenzintuigelijke waarnemingen. Hij probeerde een verband te leggen tussen de dood van iemand en de wederverschijningsvormen. Volgens Croiset kan er sprake zijn van een wederverschijning die niet van buitenaf geholpen wordt of een nagalm is van een emotie, en die het mogelijk maakt bij mensen met een paragnostisch vermogen deze emotie waar te nemen in de vorm waarin de overledene op aarde heeft geleefd. Dit paragnostisch vermogen treedt vaak in werking bij een verlaagd bewustzijn, in de toestand tussen slapen en waken.
Croiset beschrijft in zijn nagelaten werk de casus van het ’Spookhuis in Maarssen - Huize Richmond’. 5) Zo schrijft hij: ’Ik wist niet waar wij heengingen. Op de bestemde plek aangekomen, bleek mij dat het huis, genaamd Richmond, in Maarssen toebehoorde aan de advocaat Mr. Dr. Van Schaik. Toen wij binnenkwamen nam ik de toegestoken hand van de heer Van Schaik niet aan, doch klom meteen de trap op naar boven en liep op een deur af waarachter zich een zolderkamertje bleek te bevinden dat als een rommelkamer werd gebruikt. De andere aanwezigen waren mij enigszins verbouwereerd nagelopen. Op een plek in deze rommelkamer kreeg ik de volgende indrukken: een jongeman van ongeveer 26 jaar oud met achterovergekamd zwart haar; hij droeg een blauwachtig hemd en een manchester broek, opgehouden door een riem. Ik kreeg de indruk dat hij ergens ondergedoken had gezeten, door de gevreesde Duitse Gestapo gepakt was en daarna doodgeranseld, want hij zag er verschrikkelijk uit. Het leek mij toe dat hij ongeveer twee kilometer ten noordoosten van het huis had ondergedoken gezeten.’
Toen mijn vader dit verhaal van Croiset hoorde, was hij van slag, want het kwam overeen met de verhalen van de dienstmeisjes en met die van zijn collega.
Nu verbleef tijdens de oorlog de Wehrmacht in Huize Richmond en niet de Gestapo. In zijn nagelaten werk schrijft Croiset over verhalen van oud-verzetsstrijders: ’Later heb ik van oud-verzetsstrijders gehoord dat een jongeman, die precies voldeed aan het signalement dat ik gegeven had, in Maarssen als ondergronds werker door de Gestapo opgepakt zou zijn. De Duitsers hadden hem, na hem vastgebonden te hebben, met een touw achter een auto vastgemaakt en over de weg voortgetrokken, dwars door het dorp heen. Dit had men gedaan om een voorbeeld te stellen aan zijn ondergrondse collega`s en om hem murw te maken, zodat hij zijn kameraden zou verraden. De Duitse militairen hadden hem ter hoogte van Huize Richmond losgemaakt. De man, die mij dit verhaal in tegenwoordigheid van een getuige vertelde, wist niet zeker of de jongeman toen dood was. Hij leek in ieder geval bewusteloos. Ze hadden nooit meer iets van hem vernomen’. 6)
Tot mijn grote verbazing werd ik in 2003 door de redactie van het tv-programma ’Wonderen bestaan’ benaderd met de vraag of zij mij konden spreken. 7) De redactie was in contact gekomen met twee mannen uit Maarssen die direct na de oorlog als jonge jongens in Huize Richmond op zoek waren gegaan naar ’oorlogsbuit’. Zij maakten iets vreselijks mee in de vorm van een verschijning van een jongeman en hadden dat als een geheim al die jaren met zich meegedragen. Nu was ík van slag! Blijkbaar waren er nog meer belevenissen van een verschijning van deze overleden jongeman. Samen met mijn zus heb ik toen meegewerkt aan de opnamen voor dit programma. De twee mannen waren verbijsterd toen zij ons verhaal hoorden.
Zijn er alleen maar wolken tussen hemel en aarde?
Volgens Croiset kan er sprake zijn van een wederverschijning van een overleden mens, een verschijning die daartoe niet van buitenaf geholpen hoeft te zijn. Door het lijden van de vermoorde jongeman is zo’n sterke nagalm achtergebleven, dat er maar weinig energie – van welke aard dan ook – nodig was om hem in de vorm waarin hij op aarde had geleefd, te laten verschijnen. Croiset heeft in 1963 tijdens zijn bezoek aan ons in Huize Richmond deze nagalm van emotie op de zolderkamer weggenomen.
In de jaren negentig heb ik een collega uit Tsjechië een nacht laten logeren in het voormalige oude klooster Doornburgh. De ochtend dat ik haar kwam ophalen trof ik haar in verwarde toestand aan. Zij vertelde mij die nacht bezocht te zijn door een geest die in contact met haar probeerde te komen. Nog niet eerder had zij zo’n ervaring meegemaakt! Toen ik navraag deed bij de toenmalige priorin over de ervaringen van mijn collega in de bewuste kamer van huize Doornburgh werd duidelijk dat ook deze ervaring niet op zichzelf stond en meerdere gasten soortgelijke ervaringen hebben gehad. Het blijft toch allemaal raadselachtig en ik denk nog vaak aan het parool van Croiset: ’Mysteries bestaan totdat je het onmogelijke hebt uitgewist!’.
Bronnen
1. Voor deze paragraaf is gebruik gemaakt van de volgende publicaties:
Monumenten Inventarisatie Project (2007). Maarssen Geschiedenis en Architectuur. Uitgeverij Kerckebosch BV Zeist en R.C. van de Berg (2009). De levensloop van Abraham Capadose. Stichting De Gihonbron, Middelburg.
2. Privéarchief familie M. van Schaik.
3. Bloggen.be: Wilhelm Tenhaeff.
4. Wikipedia: Gerard Croiset.
5. Gerard Croiset (1988). Nagelaten Werk. Uitgeverij Strengholt’s Boeken-Naarden. pp. 108 -110.
6. Croiset (1988).
7. Videoverslag uitzending van tv-programma ’Wonderen Bestaan’ uitzending d.d. 31-08-2003.