47e jaargang (bladzijde 70) nr.2 / IN: Periodiek HKM
Piramides in de polder
Auteur: Hendrik Dijk
Laten we wel wezen, het zijn rare dingen, die groepsschuilplaatsen Type P: betonnen blokken met afgeschuinde kanten waar ijzeren haken op staan. 1) Vanwege die vorm, lijkend op een piramide, kregen ze de naam Type P. Toen ik ze in 2003 voor het eerst zag, vroeg ik aan een vriend wat voor dingen dit waren. ‘Weet ik niet, bunker, Duitsers’, was de reactie. Uit onze ervaring blijkt dat de meeste mensen zoiets denken, maar het is niet juist.
Ze zijn vlak voor WOII - van november 1939 tot april 1940 - op gezag van de Nederlandse legerleiding gebouwd en dus niet door de Duitsers. Ze zijn geplaatst langs het oostelijk en zuidelijk front van de Vesting Holland. Het oostelijk front bestond deels uit de Stelling van Amsterdam (SvA), maar grotendeels uit de Nieuwe Hollandse Waterlinie, die liep van Muiden tot de Biesbosch. Het zuidelijk front liep van Dordrecht tot Hellevoetsluis.
De betonnen bouwwerken Type P zijn geen bunkers, maar groepsschuilplaatsen. Ook zijn het geen kazematten. Die werden gebruikt als basis voor mitrailleur- en kanonopstellingen. De groepsschuilplaatsen zijn gebouwd om tijdens vijandelijke beschietingen en/of luchtbombardementen tijdelijk bescherming te bieden aan twaalf soldaten. Er waren geen voorzieningen voor een langdurig verblijf. Van de oorspronkelijke 700 die er zijn gebouwd, bestaan er nog 540. Stichting ‘Piramides in de Polder’ heeft die tussen 2008 en 2018 gefotografeerd en geïnventariseerd. 2) Onderzoek met behulp van luchtfoto’s uit WOII heeft het mogelijk gemaakt om ook inmiddels verwijderde groepsschuilplaatsen te lokaliseren en te identificeren.
Beton versus baksteen
In de jaren tachtig van de negentiende eeuw kwam de brisantgranaat in gebruik; deze veroorzaakte een totale ommekeer in de kracht van de artillerie. Dit had twee gevolgen voor de forten. Geen enkel fort kon na de uitvinding van de brisantgranaat een langdurige beschieting weerstaan. Het werd daarom noodzakelijk om de functies van het fort niet langer onder één dak te brengen maar te verspreiden.
De forten waren opgetrokken uit baksteen en bedekt met aarde en waren niet bestand tegen de kracht van de brisantgranaat. Dit dwong tot overschakeling van baksteen naar beton als bouwmateriaal voor nieuwe verdedigingswerken. In het begin werd veel geëxperimenteerd, waarbij de prijs van het beton werd afgewogen tegen de mate van weerstand. De legerleiding stuurde tijdens en na WOI officieren naar het front in België en Frankrijk om te kijken hoe doeltreffend de Duitse betonnen verdedigingswerken waren. Overtuigd door die waarneming begon de legerleiding in 1915 met het ontwerpen van de eerste betonwerken. Daarbij werd gekozen voor gewapend beton met grind als toeslagmateriaal. Op basis van de ontwikkeling tijdens WOI werden plannen gemaakt voor de toekomst, resulterend in de kazematten en groepsschuilplaatsen die vóór WOII werden gebouwd. De forten verloren door deze ontwikkelingen hun oorspronkelijke functie, maar werden in het interbellum en na WOII onder andere nog gebruikt als kazerne en munitieopslagplaats.
Type P’s in Maarssen en Oud-Zuilen
Ook in Maarssen en Oud-Zuilen zijn dit soort groepsschuilplaatsen te vinden, en niet zo weinig ook. Oorspronkelijk waren er op zijn minst 30. Daarvan zijn er naar wij weten zes verwijderd, zodat het huidige totaal uitkomt op 24.
De strategische betekenis van deze groepsschuilplaatsen moet in verband worden gezien met de plaatsing langs de hele Vecht als onderdeel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie (NHW). Twee locaties zijn hier van bijzonder belang, namelijk die bij Muiden en die bij Utrecht ter verdediging van de terreinen bij deze steden die niet geïnundeerd konden worden. Bij Muiden was dat het gebied langs de kust tussen Naarden en Muiderberg en Muiderberg zelf. Bij Utrecht betrof het hoofdzakelijk de Houtense Vlakte, het gebied ten oosten van de stad Utrecht. Het gebied tussen Muiden en Utrecht was beter te verdedigen dankzij het plassengebied. Zo was fort Tienhoven bestemd voor de verdediging van het Tienhovens Kanaal, de kade van de Bethunepolder en de inundatiesluizen bij fort Tienhoven. De Machinekade-opstelling was ter verdediging van de kade van de Bethunepolder en de Veenkade. Bij fort De Gagel ging het om de verdediging van de Kerkeindse Dijk, de Gageldijk en de nabijgelegen inundatiesluizen. 3)
De meest bekende groepsschuilplaatsen in Maarssen zijn de twee, die een commandopost vormden. Ze staan op de hoek van de Machinekade en de Veenkade. Deze twee zijn tegen elkaar aangebouwd. Nergens anders komt dit voor. De interieurs van deze twee zijn niet met elkaar verbonden. De twee gekoppelde schuilplaatsen staan hoog op de heipalen vanwege het inundatiepeil van de polder.
De zichtbaarheid van de palen is niet het gevolg van het verzakken van de polder, maar van de verwijdering van het eerder aangebrachte zandlichaam waar de commandopost op stond. Volgens militair historicus Douwe Koen werd dit zand aangebracht om te voorkomen dat granaten tot onder de schuilplaatsen zouden doordringen en daar exploderen. De verwijdering van het zand laat wel mooi zien hoe de heipalen onder de schuilplaats stonden. Dit is ook zichtbaar bij een groepsschuilplaats iets zuidelijker aan de Machinekade.
Over het algemeen waren er 26 heipalen van 20 meter lengte nodig om het 400 ton zware gevaarte te ondersteunen. Soms zien we dat de groepsschuilplaats in de loop van de tijd is gekanteld, zoals die ten westen van fort De Gagel.
Van de 24 groepsschuilplaatsen in Maarssen en Oud-Zuilen zijn sommige duidelijk zichtbaar vanaf de weg, andere weer niet. Zo staat er op het terrein van restaurant Geesberge een overgroeide groepsschuilplaats die door eigenaar Pieter Bos is opengesteld voor het publiek. Zie de bijgaande kaart voor de locaties van de andere groepsschuilplaatsen in Maarssen en Oud-Zuilen.
De bouw
De groepsschuilplaats vormde in de meeste gevallen een onderdeel van een gevechtsopstelling. Die bestond uit één of meerdere loopgraven met opstellingen voor infanterie- en pantserafweergeschut. Het Type P was hoofdzakelijk een groepsschuilplaats, maar moest ook kunnen dienen als commandopost, communicatiepost en in noodgevallen zelfs als veldhospitaal. Voor eten en slapen werden meestal barakken en keten gebouwd; boerderijen in de omgeving werden daarvoor ook gebruikt.
De bouw moest in een zeer korte periode plaatsvinden. De reden waarom zo lang werd gewacht met het bouwen is dat de meeste betonnen verdedigingswerken op particulier terrein moesten worden gebouwd. Dat bracht extra kosten en problemen met zich mee. Pas toen de Duitsers in september 1939 Polen binnenvielen, begon men haastig te bouwen. De legerleiding gaf opdracht aan de militairen om loopgraven aan te leggen en aan aannemers om schuilplaatsen en kazematten te bouwen. De Type P’s die door aannemers zijn gebouwd, zijn van hoge kwaliteit. Later kon de kwaliteit van het beton echter nogal variëren. Langs de Mijndensedijk bij Loenen staan een paar schuilplaatsen die in zeer slechte staat zijn. Het is zelfs gebeurd dat een aannemer de gevangenis inging voor verraad, omdat het beton dat hij gebruikte van zeer slechte kwaliteit was. Een schuilplaats Type P kostte ongeveer f 5000,00
Type P kent twee uitvoeringen: de W15-21 (muurdikte 125 cm) en de W21-28 (muurdikte 150 cm). Niet alle muren van een groepsschuilplaats hebben dezelfde dikte; de zijmuren zijn dunner uitgevoerd en het dak veel zwaarder. De W staat voor Weerstand en de getallen duiden op de diameter van de brisantgranaat die het bouwwerk moest kunnen weerstaan bij voortgezette beschieting. De uitvoering W15-21 komt verreweg het meest voor. De W21-28 vindt men meestal op forten waar zwaardere beschietingen werden verwacht. Een uitzondering daarop zijn de twaalf W21-28’s die aan de oostkant van Muiderberg zijn gebouwd. Dit was ter bescherming en afsluiting van Muiderberg, vanwaar de vijand vanwege de hoge ligging van het dorp een batterij kon opstellen om Amsterdam te bestoken. De groepsschuilplaatsen in Maarssen en Oud-Zuilen zijn van het type W15-21. De drie op Fort de Gagel zijn W21-28.
Vorm en functie
De meest karakteristieke elementen van de Type P-groepsschuilplaats zijn de afschuiningen met de daarop geplaatste ijzeren haken. De afschuiningen zijn bedoeld ter afschamping van granaten en vliegtuigbommen, de haken om balkjes en takken aan te bevestigen en daarna het dak met zand of aarde te bedekken. Wel zijn er variaties in de haken en soms zijn er geen haken.
De ingang bevindt zich in de keel (achterkant). De frontmuur (voorkant) was in de meeste gevallen gekeerd naar de hoofdschootsrichting van de vijand. De ingang van een vierkante meter groot was 100 cm boven het maaiveld geplaatst om binnenlopen van inundatiewater te voorkomen. Eenmaal door de ingang daalt men drie treden af in het voorportaal. In de muur tegenover de ingang zit een schietgat ter dekking van deze ingang. Links in het voorportaal bevindt zich een driedelige deur naar de verbindingsgang, ook wel gassluis genoemd. De deuren tussen de vertrekken aan weerskanten van de gassluis zijn driedelig, zodat men de gelegenheid had nog naar buiten en binnen te kunnen als het onderste gedeelte vanwege beschieting geblokkeerd was met puin. Aan het eind van de gassluis zit nog zo’n driedelige deur die naar de afwachtingsruimte van 3.00 x 3.00 x 1.80 m leidt. Deze afmetingen zijn bij de W15-21 en de W21-28 hetzelfde. De laatste is extern groter, maar alleen vanwege de dikkere muren. In de afwachtingsruimte bevindt zich de aan- en afvoer voor buitenlucht. Aan de luchtaanvoer kon een gifgasfilter worden gemonteerd. De deuren die de gassluis afsloten, waren voor hetzelfde doel: gifgas buiten houden. Hieraan zien we dat veel van de ervaringen in WOI invloed hadden op het strategisch denken in de aanloop naar WOII. Naast voorzieningen voor telefonie en elektra was er ook een periscoopbuis. Het uiteinde van de periscoopbuis is zichtbaar op het dak als een kegelvormige beton-omstorting. De periscopen zijn vanwege bezuinigingen nooit aangebracht.
Gebruik
De groepsschuilplaatsen zijn nooit gebruikt voor hun oorspronkelijke functie. In februari 1940 besloten regering en legerleiding om de verdediging te verplaatsen naar de Grebbelinie. Vijfentwintig onafgebouwde Type P’s langs het oostfront getuigen van deze strategische koerswijziging. Om te voorkomen dat ze nog zouden worden gebruikt als schuilplaats, lieten de Duitsers een groot aantal dichtmetselen. Vele zijn nu nog steeds dichtgemetseld.
Na de oorlog heeft Defensie een aantal schuilplaatsen verwijderd. Dat bleek een moeilijke klus vanwege de twee zware wapeningsnetten. Om ze op te blazen werden gaten geboord waar explosieven in werden geschoven. De moeilijkheid van de klus en de kosten om ze te verwijderen, verklaren het grote aantal dat nog bestaat. Begin jaren negentig van de vorige eeuw begonnen mensen te protesteren tegen de verwijdering ervan. Waren we niet bezig een belangrijk stuk geschiedenis te elimineren? Nu mogen ze langs het voormalige oostfront niet meer verwijderd worden, vanwege de aanvraag voor de NHW als Unesco werelderfgoed. Langs het voormalige zuidfront mogen de P’s nog steeds worden verwijderd, maar de historische kring van Dordrecht is hard aan het werk om dat te voorkomen. Op de Hoeksche Waard mogen ze ten tijde van dit schrijven nog steeds worden verwijderd.
Herbestemming
Wat doe je er dan mee? Boeren hebben er niet veel mee: ze nemen voornamelijk grond in beslag. Na de oorlog heeft de regering beperkt fondsen beschikbaar gesteld om ze te verwijderen, maar er is weinig gebruik gemaakt van dat geld. Na de oorlog heeft hotel De Nederlanden in Vreeland een daar gelegen Type P als wijnkelder gebruikt. Boeren gebruiken ze soms als onderdak voor kippen, geiten, schapen en varkens. Ze worden ook gebruikt als opslag voor groente, medicijnen voor het vee, brandhout en tennisspullen. Ze zijn vaak gebruikt als hangplek voor jongeren en een aantal is speelhok voor kinderen of hobby-werkruimte geworden. Zelfs is er één gebruikt om bier in te brouwen. Dat zijn de kleinere dingen. Veel aandacht voor de groepsschuilplaats was er in de voorgaande eeuw niet.
Daar is in deze eeuw verandering in gekomen. In 2006 werd het door architect Ben van Berkel ontworpen Theehuis opgeleverd. Het is gebouwd in opdracht van Cor van Zadelhoff voor zijn polofarm in Vreeland. Het geheel is grotendeels zwevend en verankerd in het twee meter dikke dak van een groepsschuilplaats. In 2010 werd ‘Monument 599’ opgeleverd: een doormidden gezaagde Type P-groepsschuilplaats met een stuk van een meter breed in het midden verwijderd. Het geeft mensen de kans om het interieur van het Type P op een makkelijke manier te ervaren. Het staat langs de A2 bij afslag Everdingen/Leerdam. De organisatie V6 heeft met ondersteuning van de Provincie Utrecht in september jongstleden een bijeenkomst georganiseerd om creatieve projecten te ontwikkelen rondom het Type P. De Liniewacht is bezig met het inrichten van het Type P als behuizing voor de overwintering van vleermuizen. De stabiele temperatuur en de vochtigheidsgraad vormen een ideale plek voor deze dieren.
Zo zijn er nog tal van andere voorbeelden te noemen voor een alternatief gebruik van de groepsschuilplaatsen. Verwacht mag worden, dat de aandacht voor de groepsschuilplaatsen blijft toenemen. In 2017 hebben we de ‘Stichting Piramides In De Polder’ opgericht die zich volledig richt op alle aspecten van Type P. In 2020 vieren we 75 jaar vrede en in dat jaar hopen we een boek en een digitale kaart met apps te publiceren. Mocht iemand verhalen, anekdotes of historische feiten hebben aangaande de Type P’s in Maarssen en Oud-Zuilen, dan horen we dat graag.
Noten
1) Als wij in dit artikel de term groepsschuilplaatsen gebruiken, bedoelen we het type P. In zijn publicatie Versteende Ridders (2009) spreekt Douwe Koen al over groepsschuilplaats Type P. Naast het type P is ook sprake van schuilplaatsen Type 1915, 1916 en 1918. Dit zijn aanduidingen van jaartallen uit WOI.
2) Hendrik Dijk is voorzitter van de ‘Stichting Piramides In De Polder’. Zijn e-mailadres is: hendrikdijk532@gmail.com
3) Raadpleeg voor meer informatie Douwe Koen e.a. (2009). Versteende Ridders. Uitgeverij Blauwdruk, Wageningen.