47e jaargang (bladzijde 105) nr.3 / IN: Periodiek HKM
Marcel Blekendaal, polderwachter, leert ons écht kijken
Rob Franse
Echt kijken is iets wat velen van ons maar beperkt kunnen. Pratend met Marcel Blekendaal, polderwachter, fortwachter, cultuurmakelaar, kunstenaar, muzikant, voorzitter van de polsstokvereniging, docent, rondleider, Uit-redacteur en zo nog het één en ander, blijkt dat eens te meer. Heel rustig en zijn woorden met zorg kiezend, neemt hij je stukje bij beetje mee in zijn manier van kijken; een manier van kijken die voor ons leden van de Historische Kring, uiterst leerzaam is.
Dat ‘op een andere manier kijken’ van Marcel begon in Petten. Aan de voet van de Hondsbossche zeewering werd hij, als zoon van een steenzetter die werkte aan die zeedijk, in 1971 geboren en bracht daar vervolgens z’n complete jeugd door. Dat is een unieke plek waar een verwonderd kind al kijkend, vragend en spelend het door de mens vormgegeven land steeds verder ziet ontwikkelen. Daar leert hij, met name doordat hij als puber al optreedt als gids, dat de dijk die ‘voor de komende 1000 jaar’ hoog genoeg zou zijn al heel snel te laag blijkt. Hij leert dat door mensen gemaakte plannen kennelijk niet voor de eeuwigheid zijn en dat we kennelijk niet zo goed kunnen vooruitkijken. Ook leert hij dat aanpassingen, onderhoud zo je wilt, altijd nodig zijn en dat je dus moet blijven kijken. Kijken met je fantasie, kijken naar het verleden, het heden en de toekomst; kijken met en ín verwondering.
Het is dan ook niet zo merkwaardig dat wanneer je in je puberteit iemand tegenkomt die industrieel design gestudeerd heeft en daar z’n boterham mee verdient, jij dat ook wilt. Daarom ging Marcel naar de Kunstacademie in Den Haag, want daar kon en kun je leren voor architectonische vormgeving en industrieel design en dus voor een vak waarmee je middels zelfontworpen bouwwerken en objecten een verhaal kunt vertellen. Immers, wanneer je met verwondering kijkt, dan wil je datgene wat je ziet ook overbrengen; vertellen en laten zien.
Nu is een opleiding volgen en deze als master afronden lang niet hetzelfde als uiteindelijk werkelijk iets gaan doen met die opleiding. Daar heb je ook een beetje geluk voor nodig. Marcel had dit geluk. Hij was vanaf het begin in 2003 in opdracht van de provincie Utrecht betrokken bij het Zangsporenproject in het Veenweidegebied. Hij ging daar met een aantal andere kunstenaars op zoek naar sporen in het land; sporen die daar waren ontstaan door de natuur of door mensenhanden. Een beetje zoals de Aboriginals dat deden: zien, herkennen, onthouden middels zang en dat overdragen aan volgende generaties. Er was en is gelukkig heel veel te zien in ‘de omringende ruimte’ en dus veel om over te dragen.
Inmiddels wonend in Maarssen bedacht hij dat de Bethunepolder ook zo’n geweldig gebied is. Maar hoe vertel je daarover? En nog belangrijker: Hoe krijg je mensen zo ver dat ze naar jou, een kunstenaar, willen luisteren? Daartoe werd de polderwachter bedacht. Een apart type op klompen dat zich, gewapend met polsstok, op een stoer rijwiel verplaatst richting de polder om aldaar een groep mensen door dat gebied te leiden. Al wandelend laat hij niet alleen heel veel zien waar je zelf zo aan voorbij zou lopen maar hij vertelt tevens fraaie anekdotes. Nog interessanter wordt het als hij terloops vragen opwerpt die mensen aan het denken zetten. Op deze manier laat hij je niet alleen kijken naar wat er nu te zien ís, maar hij vertelt ook over hoe het vroeger was, hoe de boel zo veranderd is én wat voor ideeën er bestaan voor de (nabije) toekomst. Hij daagt je ook uit om met eigen ideeën te komen; te kijken in de toekomst. Daar luistert hij dan weer met grote interesse naar. Dat luisteren doet hij trouwens ook naar de boeren. Zo hoorde hij het idee om een eigen waterbassin aan te leggen voor droge periodes en daarop zonnepanelen te laten drijven (wat bovendien voor nieuwe biodiversiteit zou kunnen zorgen). Hij is dan niet zozeer de kunstenaar van wie een boer al snel denkt ‘wat weet jij nou’, maar veel meer de man die open staat voor ideeën en die dan weer voorlegt aan anderen. Zo komt de bal aan het rollen. Je verzetten tegen veranderingen heeft geen zin, dus kijk je samen hoe je slim met de toekomst kunt omgaan.
Dit project ‘Polderwachter’ blijkt succesvol en het trekt de aandacht. Het levert lokale bekendheid op en mensen en instanties zien dat er hier een bijzonder mens, of levend kunstobject, goed bezig is en vragen zich af of hij misschien ook…? Zo is hij gevraagd om fortwachter te worden op ‘Het werk bij Maarsseveen’, ook wel bekend als C-Fort. Hij is gevraagd om les te geven aan schoolklassen, iets wat hij zowel op school - gewapend met een grote kist - als op locatie doet. Hij is gevraagd door de gemeente en de stichting Vechtsnoer om cultuurmakelaar te worden (nadat het cultuurplatform was opgeheven). Hij heeft als taak kunst, cultuur en erfgoed met elkaar te verbinden en is daarmee tevens schakel tussen ‘het veld’ en de gemeente. Hij is zelfs gevraagd om te komen praten met een auteur van de Historische Kring Maarssen met als belangrijkste insteek: ‘Waarom moeten wij als Kring en als leden blij zijn met Marcel?’ Ook daar heeft hij ‘ja’ op gezegd. Het is ook duidelijk geworden waaróm we blij moeten zijn met Marcel.
Wat hij in feite doet is vol verwondering kijken naar de omgeving. Onze omgeving is rijk aan historie, maar ook aan natuur. Bij dat laatste zegt Marcel: ‘Volgens de definitie is hier natuurlijk helemaal geen natuur. Alles is door de eeuwen heen vormgegeven door mensen. Daarmee is het eigenlijk een cultuurlandschap. Zo’n cultuurlandschap moet je, net als de zich daarin bevindende historie, onderhouden. Daarbij is het altijd de vraag hoe de mens die omgeving moet onderhouden. Moet je het houden zoals het nu is, maken zoals het ooit was, of bijvoorbeeld bedenken hoe je het in kunt passen in de toekomst? En dan vervolgens in wélke toekomst, want de toekomst staat niet vast en als het op verwachtingen en planning aankomt, blijken wij mensen daar helemaal niet zo goed in te zijn. Daar komt nog bij dat velen van ons niet zoveel interesse hebben in de historie, totdat je die levend maakt! Dat ‘levend’ maken kan op vele, verschillende manieren. Eén van de manieren is door kunst en cultuur. Daarmee kun je niet alleen iets nú levend maken, maar je kunt het ook gebruiken als brug tussen verleden en toekomst. Misschien zijn kunst en cultuur wel een heel goede toevoeging aan ons beperkte vermogen om de toekomst te kunnen plannen. Je maakt pragmatische planningen meer levend, wat mooi is, omdat we in die toekomst toch vooral willen léven. Een toekomst zonder cultuur lijkt ook ondenkbaar vanuit de gedachte dat wij mensen ons altijd willen uiten.
‘De constante is dat er altijd verandering zal zijn’, aldus Marcel,’ Veranderingen die veel te maken hebben met cultuur. Cultuur is iets wat altijd, op welke manier dan ook, zal blijven en zich zal blijven ontwikkelen.’
Doorpratend komen we eerst op de vraag hoe je mensen überhaupt betrekt bij historie. Niet alleen bij de prachtige buitens langs de Vecht, maar bijvoorbeeld ook bij de Waterlinie of het Amsterdam-Rijnkanaal. Marcel geeft ons in overweging om eens een stap verder te gaan dan lezingen, verhalen in periodieken en boeken. ‘Probeer mensen er tegenaan te laten lopen. Doe iets helemaal anders op een andere plek; laat het flink opvallen. Laat het discussie oproepen; laat mensen verschillende meningen hebben en het oneens zijn met elkaar, want wrijving geeft glans. Het is stomweg jammer dat er zo weinig mensen op historie en cultuur afkomen.’ Zo heeft hij in het verleden al eens een groepsschuilplaats helemaal omgetoverd in iets dat wat mij betreft het meest leek op een kruising tussen een heel grote zwart-witte koe en een stoomlocomotief. Ik weet ook dat hij een enorme opblaasbare bunker heeft die onder andere op het dak van een school heeft gestaan. En fort Maarsseveen is ooit ingepakt. In het roze! Het zet me aan het denken… Misschien moeten we maar eens een buitenplaats helemaal inpakken. Of een brug. Of een oude diligence gaan gebruiken als verbinding tussen onze kernen. Ik vraag nog even door over ‘de enige constante is verandering’. Ik wil natuurlijk weten wat hij aan veranderingen ziet aankomen en of hij alweer met iets nieuws bezig is. Als antwoord krijg ik: ‘Nu niets concreets. Ik ben heel content. Er komen vanzelf weer nieuwe dingen…’
Ik vraag mij af of dát misschien het grootste verschil is tussen een kunstenaar/verwonderaar en iemand die dat niet is. Hij lijkt met niets bezig, maar ziet van alles en doet ‘ondertussen’ ook nog van alles. Hij creëert en als het even kan graag met z’n eigen handen. Als het een beetje meezit dan gaat hij binnenkort ook weer iets doen met architectonische vormgeving. Misschien is dát wel wat wij van Marcel kunnen leren: niet alleen historie behouden, maar er ook met creativiteit en lef iets mee dóen! Misschien moeten we wel de Historische Kring voor de Toekomst worden; toekomst is immers omgekeerde historie.
Wellicht moeten we hem wat vaker opzoeken. Hij houdt iedere vrijdag van 10.00 tot 16.00 spreekuur op het Werk bij Maarsseveen. Wie weet hoeveel inspiratie wij in zo’n inspirerende omgeving opdoen bij iemand die ‘echt anders kan kijken’! S