400
700
900
De wandeling van De Pijper in 1916, een terugblik (Deel 10)
Tijhuis, T.

De wandeling van De Pijper in 1916, een terugblik (Deel 10)

47e jaargang (bladzijde 109) nr.3 / IN: Periodiek HKM

Genre

  • Historie

Subject

  • Wandeling

Plot

De wandeling van De Pijper in 1916, een terugblik
Deel 10

Ria Tijhuis

Deze keer is de wandeling geheel gewijd aan Huis Ten Bosch, het eindpunt van de vorige aflevering. In een beknopte bijdrage als deze kunnen slechts enkele onderdelen uit de rijke geschiedenis van dit huis aan de orde komen.
Het huis staat nu midden tussen de bebouwing, maar was eens een buitenplaats met 11 morgen grond (1 morgen is ruim 8000 m2), dat zich uitstrekte van de Maarsseveensevaart links van het huis, tot aan de steenplaats van het Goed Ten Bosch rechts van het huis Overkerck. De naam Ten Bosch wordt voor het eerst genoemd in 1387 in het leenboek van de bisschop van Utrecht. Daarin is opgetekend dat ridder Ghijsbrecht van IJsselsteyn het Goet Ten Bussche in leen heeft. Het bestaat uit 32 morgen land, een drietal woningen, een speelhuis, een steenbakkerij en een bouwhuis. Na 1387 gaat het goed vele malen over in handen van andere families. In 1593 wordt het gekocht door de heren Aart van Grotenhuys en Cornelis Cornelisz van Heemskerk. Door hen wordt het goed in tweeën gesplitst: het Goed Ten Bosch en het Huis Ten Bosch.
In 1627 wordt ‘het huys ten Bossche met een boomgaart en plantagie met 12 morgen weylands’ door Dirk Cornelis van Heemskerk verkocht aan de Amsterdamse koopman Pieter Belten. Deze is in dat jaar getrouwd met de koopmansdochter Constantia Coymans, een zuster van Maria Coymans, de echtgenote van Joan Huydecoper. In 1628 laat Belten het huis verbouwen en wordt het voorzien van een nieuwe gevel met fronton en vier Ionische pilasters (halfzuilen). Dit Hollands classicistische ontwerp is hoogstwaarschijnlijk afkomstig van Jacob van Campen.
In 1780 wordt het huis verkocht aan de familie Bicker Hop, die het de naam Moins et Content (Minder en Tevreden) geeft en het huis voorziet van een witte pleisterlaag. Moins et Content was ook de naam van het kleine buiten Somerbergen, dat bewoond werd door dezelfde familie Bicker Hop. Bij de aankoop van Huis ten Bosch verkocht de familie het buitentje Somerbergen/Moins et Content aan Jan de Witt, de eigenaar van Elsenburg, maar de naam Moins et Content nam men wel mee!
Tijdens de economische recessie begin negentiende eeuw blijkt het huis niet te verhuren. Het staat leeg van 1809 tot 1816 en gelukkig is het toen niet ten prooi gevallen aan de slopershamer, doordat in 1815 het terrein in stukken wordt verkocht. De nieuwe eigenaar van alleen het huis met koetshuis wordt de Amsterdammer J. Buys. Het bijbehorende bos, de boerderij en de moestuin gaan over in andere handen.
In 1922 wordt Huis ten Bosch aangekocht door de gemeente Maarssen. Aannemersbedrijf Brinkhof krijgt de opdracht het pand geschikt te maken om als raadhuis te worden gebruikt, met de verplichting om bij de uitvoering van het werk plaatselijke arbeidskrachten in te zetten. Het loon bedraagt f 0,75 per uur! In 1961 wordt de buitenplaats Goudestein in gebruik genomen als gemeentehuis en Huis Ten Bosch gaat dan over in handen van de oude-kunstverzamelaar en antiquair Jacob Gieling. Hij laat het huis door de Maarssense architect B.O. van de Berg restaureren. Ook het zeventiende-eeuwse voormalige koetshuis wordt gerestaureerd en voor bewoning geschikt gemaakt. De voor de functie van gemeentehuis aangebrachte veranderingen worden teruggedraaid. Zo worden achter het spaanplaat de originele, met bladgoud belegde plafonds teruggevonden.
Het huis wordt een centrum van kunst en cultuur. Er worden concerten, lezingen en exposities gehouden. Kunstenaars en kunstverzamelaars van over de hele wereld worden er ontvangen en ook prinses Beatrix is een graag geziene gast. Het huis wordt ook nu particulier bewoond.