47e jaargang (bladzijde 146) nr.4 / IN: Periodiek HKM
[Voor opmaak kop zie Periodiek nr 3 2019]
De wandeling van De Pijper in 1916, een terugblik.
Deel 11
Ria Tijhuis
Deze wandeling begint bij het huis op de hoek van het Maarsseveense Grachtje en de Schoutenstraat, het voormalige eetcafé Huis ten Tuck. Eeuwenlang heeft het hoekhuis deze naam gedragen totdat in 2001 de zaak wordt verkocht door eigenaar Ruud van Megen en onderdeel wordt van de restaurantketen ‘De Drie Vrienden’. Tegenwoordig prijkt de naam ‘Le Brasseur’ op de gevel.
Al in 1620 wordt in rentebrieven naar het huis verwezen, echter nog zonder naamsvermelding. Pas in 1659 komen we de naam ‘Tuck’ tegen in een akte: 'huysinge ende erve genaemt den Tuck, met alle sijner res(pectiev)e huysgens (…), en den Maersenveenschen Vaert zuytw(aerts) naest gelegen sijn.' In latere bronnen wordt de naam ‘Ten Tuck’ gebruikt.
De oorsprong van de naam is onzeker. Het Middelnederlandsch Handwoordenboek van Verdam geeft een aantal betekenissen, waaronder het bijwoord tuck, dat ‘rakelings’ zou kunnen betekenen. In 1659 wordt het huis gekocht door Maria Johanna van Pallas. Bij de beschrijving van het bezit wordt melding gemaakt hoe zij haar huis kan bereiken. Als het goed wordt geïnterpreteerd, betekent dit dat zij geen gebruik kan maken van de weg langs het Maarsseveense Grachtje, omdat deze pas is ontstaan tijdens achttiende-eeuwse verbouwingen. Halverwege de zeventiende eeuw staan de zuidgevel van het Huis Ten Tuck en de huisjes erachter te dicht aan de gracht om daarlangs het huis te kunnen bereiken. De naam tuck zou dan ‘rakelings’ kunnen betekenen, zoals hierboven als mogelijke betekenis al is aangegeven.
In de zeventiende en achttiende eeuw is het huis bewoond geweest door onder andere een tweetal schouten, die van Maarsseveen en die van Westbroek. Over de bestemming in de negentiende eeuw en een groot deel van de twintigste eeuw is geen duidelijkheid te geven. Uit een artikel van Wallie Smits in Periodiek 1989.1 blijkt dat de heer Ruud van Megen dan de uitbater is.
De Pijper schrijft dat de naam Schoutenstraat ontleend is aan de zojuist genoemde bewoners van het Huis Ten Tuck. Hij wandelt door deze straat, die in 1916 nog een steeg is, naar de Achterdijk, de tegenwoordige Nassaustraat. Deze ‘dijk’ is aangelegd tegen overstroming van de Vecht en vormt langs de linkerkant tot de Kaatsbaan de scheiding tussen Maarssen en Nieuw-Maarsseveen.
Als we rechtsaf slaan, komen we bij het sluishuisje met schutsluis. Begin twintigste eeuw biedt dit een pittoreske aanblik, die menig schilder en tekenaar geïnspireerd heeft. Hier werden de vaartuigen van en naar Oud-Maarsseveen geschut. Tegenwoordig is de begroeiing dusdanig, dat er geen goed zicht meer is op de waterdoorvaart onder het huis.
In WOII is het door de bezetter vernield bij het onderwater zetten van de polder.
Met vereende krachten hebben Monumentenzorg en het Waterschap Maarsseveen de wederopbouw ter hand genomen en in de zomer van 1947 zijn zowel de sluiskolk als de sluiswachterswoning hersteld. Over de ouderdom van het sluishuis is geen uitsluitsel te geven. Er is een steen bewaard gebleven met daarop het jaartal 1825, maar dit betreft waarschijnlijk een jaar waarin een verbouwing heeft plaatsgevonden.
De Maarseveensevaart dateert uit de zestiende eeuw. Karel V geeft op 22 maart 1532 in een schouwbrief toestemming aan het Provinciaal Hof van Utrecht om een watergang te graven lopende van de Looijdijk tot Maarssen. In 1645 blijkt dat het nodig is om een zogenaamde verlaat aan te leggen om het waterpeil goed te kunnen reguleren.
De volgende aflevering volgen we De Pijper als hij zijn wandeling voortzet richting de boerderij Maire Hofstede.