48e jaargang (bladzijde 33) nr.1 / IN: Periodiek HKM
De firma Verdonk.
In 113 jaar van wagenmakerij via hout, ijzer, doe-het-zelf en vuurwerk naar keukens
Rob Franse
In 1906 kwam de opa van Koos Verdonk, mijn gesprekspartner, uit Zeist naar Maarssen om te werken bij een wagenmakerij die hij in 1908 zou overnemen. Vanaf dat moment, 113 jaar geleden, zit de firma Verdonk dus al in Maarssen. Die eerste firma Verdonk heette voluit ‘Wagenmakers bedrijf J.J. Verdonk’ en was gevestigd aan de Achterstraat (nu Nassaustraat) nummer 6. Maarssen was toen nog een heel klein dorp en achter de Achterstraat waar nu het Pieter de Hooghplein ligt, was toen niets dan weiland, omringd door vele boerenbedrijven waarvan het merendeel veehouderij was. Die boeren hadden natuurlijk wagens nodig. Gewone boerenwagens voor doordeweeks en een echt mooi rijtuig, vaak een sjees, voor het zondags ter kerke gaan (of uit vrijen…). Beide soorten wagens werden gemaakt door de firma Verdonk.
Wanneer je wagens bouwt, dan heb je hout nodig. Veel van dat hout kwam uit het bos van Doornburgh. De firma Verdonk had een afspraak om gepast gebruik te maken van het bijbehorende bos. Daartoe werden bomen omgezaagd die vervolgens voor zes tot acht jaar in het water langs de Diependaalsedijk lagen zodat het hout ‘uitgewerkt’ raakte. Vervolgens ging zo’n boom met een mallejan naar Nieuwer Ter Aa waar een grote zagerij was. Van Nieuwer Ter Aa kwam het gezaagde hout met een wagen weer terug naar Maarssen waar het opgeslagen werd in een speciale houtloods. De essentie van zo’n loods was dat het hout goed kon drogen. Dat betekende dat de buitenwanden bestonden uit iets uit elkaar geplaatste latten zodat de wind er vrij doorheen kon waaien. Pas wanneer het hout goed droog was, kon het gebruikt worden om wagens te bouwen. Die houtloods stond achter de Achterstraat nummer 6, op de plek waar later de ingang van de doe-het-zelf winkel zou komen.
Wanneer je wagens maakt, dan heb je dus hout. Hout had natuurlijk ook de interesse van timmerlieden en andere bouwers, die om die reden Verdonk steeds beter wisten te vinden. Stukje bij beetje werd Verdonk daardoor een houthandel met werkplaats. Opa Verdonk had drie kinderen, een meisje en twee jongens. De oudste jongen (Jo) nam de zaak over en de jongste jongen (Ries) ging naar de tuinbouwschool in Wageningen. Helaas voor Ries was er in de moeilijke jaren dertig weinig werk en toekomst in de tuinbouw te vinden en dus werd besloten dat ook hij in de houthandel zou komen werken. Vanwege de groei van het bedrijf werd de werkplaats naar een huisje tussen de ‘winkel’ en de loods verplaatst. Daar stond één grote motor die via vele banden en assen alle benodigde machines aandreef. Ook gevaarlijke machines zoals de vlakbank, waar beide broers een stukje van hun duim en vinger aan kwijtraakten.
In 1939 wilde de familie Verdonk de zaak breder opzetten. Jo en Ries besloten tot uitbreiding met ijzerwaren, gereedschappen en huishoudelijke artikelen. Dat nieuwe gedeelte, direct naast de houthandel, werd gehuurd van Nieman. De vrouw van Ries (ze waren dat jaar getrouwd) runde deze winkel en Ries zelf kwam bij grote drukte van de werkplaats naar de winkel om te helpen. Het bleek, ondanks de oorlog, een schot in de roos. Klanten vonden het makkelijk dat hout en ijzerwaren vlak bij elkaar te koop waren.
In 1948 wilde Nieman uitbreiden en hij verzocht Verdonk uit te kijken naar een andere locatie. Toevallig stopte de sigarenwinkel en het sigarenfabriekje van de firma Van Tellegen op de hoek van de Nassaustraat en de Nieuwstraat (nu Pieter de Hooghstraat). Deze locatie, waar nu Valentina bloemen zit, werd door Ries en zijn vrouw overgenomen. Daar, drie deuren verderop, ging ‘IJzeren Verdonk’ verder. De oorspronkelijke zaak werd opgesplitst zodat beide broers wat meer hun eigen weg konden gaan. De ruimte was eigenlijk veel te klein, zeker omdat er inmiddels ook onder andere huishoudelijke artikelen, potten en pannen werden verkocht. Om die reden werd er tussen 1948 en 1966 driemaal verbouwd totdat de gehele benedenverdieping winkel was. De winkel werd onder andere gekenmerkt door een enorme wand met laden en laadjes, zelfgemaakt natuurlijk. Ries was er reuzetrots. Hij, zijn vrouw en de kinderen Koos, Kees en Joop, woonden daarboven.
Verdere uitbreiding van de winkel was niet mogelijk maar de handel groeide wel gestaag. Daarom werd er in de Pieter de Hooghstraat op de hoek met de Albert Cuypstraat aan de overkant een nieuw magazijn gebouwd. Dat gaf de ruimte om verder te groeien in ijzerwaren, gereedschappen en tuingereedschappen. Koos trad na zijn diensttijd als firmant toe tot ‘IJzeren Verdonk’ en maakte op die manier die groei mee. Die groei werd mede veroorzaakt doordat de twee andere ijzerwarenwinkels in het dorp om verschillende redenen waren gestopt.
In 1972 bleek dat er voor ‘Houten Verdonk’ geen opvolging was. Koos, voluit Jacobus Johannes, niet te verwarren met zijn broer Joop (oud-wethouder die voluit Johannes Jacobus heet), zag hier een mooie kans in om beide zaken samen te voegen en zo gebeurde. In 1975 werd er begonnen met de nieuwbouw waarbij de verkoop natuurlijk gewoon door moest gaan. Dat betekende veel heen en weer gesjouw met de handel en de omvangrijke voorraden. Het bleek het allemaal waard te zijn. De gecombineerde winkel sloeg aan! Het was de tijd dat er gezegd werd ‘Als Verdonk het niet heeft …’. Toen ook concurrent Okkerman er mee ophield, kon er nog verder uitgebreid worden. Dat betekende vooral meer ijzerwaren en tuingereedschap. Daar kwam de verkoop van vuurwerk nog bovenop, wat om meerdere redenen ‘een feestje’ was. De winkel was inmiddels 800 m2 groot en had een magazijn van 100 m2 dat later nog verder zou worden uitgebreid.
Rond 1983 werd er in een deel van de winkel tevens gestart met de verkoop van keukens. Dat ging zo goed dat er vervolgens op de Pieter de Hooghstraat 1, aan de overkant en met de ingang op de Albert Cuypstraat, een showroom werd gestart waarin 16 complete keukenopstellingen stonden. Het was de eerste zelfstandige keukenshowroom in Maarssen.
Vanaf 1985 ging het allemaal nog sneller. Koos was inmiddels getrouwd met zijn huidige vrouw Anna. Haar opleiding en kennis, opgedaan bij grote bedrijven, gaf die extra zet om de firma Verdonk uit te breiden met vijf winkels buiten Maarssen alsmede met een beveiligingsbedrijf. In 1989 werd Verdonk keukens verplaatst naar Maarssenbroek zodat ook deze poot van de firma serieus kon (en zou) doorgroeien. Vanaf die tijd zou Koos zelf steeds minder in de winkel staan en steeds meer manager worden. ‘Eigenlijk’, zegt Koos, ‘stond ik vanaf dat moment wat al te weinig in de winkel’.
Het valt niet mee om voor zo’n groot bedrijf passende opvolging te vinden en na je zestigste zal je daar toch naar op zoek moeten. Je kunt niet eeuwig blijven werken. Bovendien was het werken in deze branche, zeker in de beginjaren, wel een aanslag op je rug. Gelukkig wilde zoon Martijn in 2004 Verdonk keukens overnemen. De overige bedrijven zouden tussen 2004 en 2007 verkocht worden. Jammer, maar het is niet anders. De firma Verdonk bestaat dus nog steeds en het is nog steeds een vertrouwd en gerenommeerd bedrijf. Graag memoreer ik dat mijn eigen Verdonk keuken al 15 jaar meegaat en nog steeds mooi is en in uitstekende staat verkeert.
Koos en Anna zijn samen en ze zijn trots op elkaar. Ze zijn tevreden over het feit dat ze op het hoogtepunt van het bedrijf meer dan 40 personen aan werk hebben kunnen helpen. Sommigen van hen hebben er zelfs 40 jaar gewerkt. Wel jammer dat vader het niet heeft kunnen zien. Koos is trots dat zijn kinderen hun eigen keuzes hebben gemaakt zoals hij dat decennia eerder ook deed. Het is wel jammer dat de doe-het-zelf zaak er niet meer is en jammer van het versleten lijf, maar hij is blij met de herinneringen en de relatie met al hun kinderen.
Aan het einde van ons gesprek neemt Koos mij mee naar de hal waar in een paar prachtige en goed uitgelichte vitrines de oude gereedschappen liggen van de wagenmakerij. Prachtig om te zien! Vooral de multifunctionele duimstokken en de grote handboren die nog door opa zijn gebruikt, maken indruk. Hij zou er gelukkig van worden wanneer dit zo behouden en getoond kan worden wanneer hij er niet meer is. Vervolgens lopen we door naar de garage. Deze blijkt geheel ingericht te zijn als een werkplaats met vele machines waaronder zelfs een lintzaag. En jawel, daar staat een deel van de wand met laadjes uit het oude ‘IJzeren Verdonk. Onverwoestbare kwaliteit dus die nog dagelijks gebruikt wordt. Mooi Koos. Bedankt voor je verhaal.