48e jaargang (bladzijde 99) nr.3 / IN: Periodiek HKM
Herinneringen aan zuster Margareth van Priorij Emmaus
Nona van Berkel-Groten
Enige tijd geleden werd ik benaderd door Michel van Schaik met de vraag of ik een artikel wilde schrijven over de geschiedenis van De Cloese met als rode draad de persoon van zuster Margareth Barenbrug. Als oud-leerling van De Cloese (1986-1987), maar ook als haar Cloese-secretaresse (1988-1993), wil ik dit heel graag doen, temeer omdat Zr. Margareth zoveel betekend heeft voor mij en voor veel andere oud-leerlingen. Zuster Margareth was ook buiten het klooster geliefd. Vele inwoners van Maarssen kenden haar. Dagblad Trouw schreef bij haar overlijden: ‘Zuster Margareth was een combinatie van intelligente vroomheid, praktisch inzicht en oog voor mensen.’
De Cloese
De Kanunnikessen van het Heilig Graf waren oorspronkelijk afkomstig uit het klooster op de Heilig Landstichting bij Nijmegen. Nadat zij tijdens de Tweede Wereldoorlog hun klooster moesten verlaten, waren zij tijdelijke gehuisvest in achtereenvolgens Ell, Bergeijk en Laag-Keppel. In 1949 vestigden zij zich op kasteel De Cloese bij Lochem. Deze naam werd ook de naam van het opleidingsinstituut dat in 1933 werd opgericht door de Kanunnikessen van het Heilig Graf, een kloosterorde met een eeuwenlange traditie in onderwijs en vorming. In 1957 verhuisde de priorij vanuit Lochem naar Maarssen en vestigde zich op het landgoed Doornburgh aan de Diependaalsedijk in Maarssen.
Bij De Cloese volgde je in eerste instantie een opleiding tot doktersassistente. Begin jaren tachtig werd het een opleiding tot (medisch) secretaresse en in de jaren negentig konden de leerlingen een keuze maken uit een verdieping in de medische of in de bedrijfsmatige richting. De leerlingen woonden in het koetshuis en het poorthuis en kregen les in de ‘bungalow’, een bijgebouwde barak bestemd voor onderwijs. In 1997 werd het besluit genomen de opleiding van De Cloese op te heffen. In de loop der jaren had het instituut zo’n 1500 meisjes opgeleid. Het koetshuis en het poorthuis werden daarna als gastenverblijf ingericht.
Zuster Margareth, directrice en priorin
Zuster Margareth werd geboren op 30 juli 1933 in Tilburg en overleed op 27 december 2019. Ze kwam uit een zeer warm gezin met drie zussen en een broer. De katholieke identiteit was erg belangrijk in het gezin. Na de middelbare school ging ze naar het conservatorium. Ze had al snel in de gaten dat het niets voor haar was om de rest van haar leven muziekles te geven en besloot daarom op haar 19e naar De Cloese in Lochem te gaan. Het was niet haar bedoeling om in te treden als zuster, maar tijdens haar tweede jaar op De Cloese realiseerde ze zich dat het religieuze leven tóch wel bij haar paste. Ze is nooit doktersassistente geworden; nee, ze wilde zuster worden.
Het leven van zuster Margareth stond in het teken van het leven in de Priorij en zeer zeker ook van De Cloese. In 1971 trad zuster Baptista af als directrice van De Cloese en werd zuster Margareth, tot die tijd assistente van zuster Baptista en mentrix van de meisjes, haar opvolgster. Enkele jaren na het sluiten van De Cloese werd zij door de communiteit gekozen tot priorin; een nieuwe uitdaging voor haar, en dat op haar 68ste! Ze ging eraan staan, twaalf jaar lang, al vond ze die nieuwe functie niet gemakkelijk. De communiteit werd ouder en kleiner en er waren veel vragen over de toekomst. Met haar opgewektheid en haar grote energie slaagde ze er echter in om de bezielende kracht van de gemeenschap te zijn, om mensen samen te brengen en een sfeer van gastvrijheid en hartelijkheid te scheppen.
Kennismaking met De Cloese
Waarom koos ik voor een jaar van vorming en opleiding aan De Cloese te Maarssen? Eerlijk gezegd ging mijn voorkeur ernaar uit om na het behalen van mijn havo-diploma naar de pabo te gaan. Echter in 1986 was er een overschot aan leraren, heel anders dan nu! Mijn ouders adviseerden mij daarom om te gaan kijken bij andere opleidingen. Via-via hoorden mijn ouders over De Cloese in Maarssen. Ik herinner me nog als de dag van gisteren dat ik samen met mijn ouders vanuit Tilburg naar Maarssen reed. We werden ontvangen in een spreekkamer van de Priorij. Ik was ontzettend zenuwachtig, maar toen zuster Margareth binnenkwam en even met ons sprak, voelde ik me direct op mijn gemak bij haar. Mijn vader had tegen mij gezegd dat hij aan haar zou vragen of er ook nog wel eens Cloese-meisjes intraden vanuit de opleiding. Ik wilde natuurlijk niet dat hij dit ging vragen, maar hij deed het toch (mijn vader was een gelovig man en zou het misschien mooi gevonden hebben als één van zijn zeven dochters zou intreden). Zr. Margareth moest om deze vraag hartelijk lachen. Ze stelde mijn vader teleur met het antwoord: ‘dat zij de laatste Cloese-leerling was sinds 1952 die ingetreden was.’ Na een kennismakingsgesprek mocht je een lesdag komen volgen om de sfeer te proeven van het Cloese-leven. Je volgde dan de lessen en at mee met de groep en je had een persoonlijk gesprek met zuster Margareth om nader kennis te maken met elkaar.
Tijdens het Cloese-jaar kreeg iedere leerling van haar echte, persoonlijke aandacht. Na de lessen nam ze altijd een leerling mee voor een wandeling langs de Vecht. Daarbij kon je alles met haar bespreken en stelde zij je diverse vragen, zoals over hoe je je voelde binnen het groepsleven, over je situatie thuis, wat je na De Cloese wilde gaan doen en ze informeerde naar je (eventuele) vriendje, enzovoort. Iedere leerling voelde deze gesprekken als zeer waardevol.
Opleiding én vorming
Het was niet alleen de opleiding waarvoor je op De Cloese zat. De vorming nam een zeer belangrijke plek in. Zuster Margareth werkte er - samen met de medezusters en externe docenten - hard aan om ons op persoonlijk, maatschappelijk en cultureel vlak een bredere blik te geven. Ieder trimester werd afgesloten met een bijeenkomst waar de ouders voor uitgenodigd werden. Zuster Margareth stelde dan een groepje leerlingen samen, dat alles voor deze middag moest regelen. De middag werd afgesloten met een eucharistieviering. Na de viering was er een lopend souper in de refter van de Priorij, waar ook de zusters bij aanwezig waren. Als groep organiseerden we ook een avond voor de bewoners van het bejaardentehuis Maria Dommer. Dit waren altijd zeer geslaagde avonden, die meestal afgesloten werden met een polonaise met de bejaarden en de Cloese-meisjes. Je bracht tijdens het Cloese-jaar ook een bezoek aan een rechtbank en aan verschillende afdelingen van een ziekenhuis of van een groot bedrijf, bijvoorbeeld Heineken. Ieder jaar werd een excursie naar Amsterdam en Den Haag georganiseerd.
Je kreeg tijdens je Cloese-jaar les in diverse vakken. In mijn jaar waren de vakken onderverdeeld in talen, medische kennis, administratieve vakken en vormingsvakken. Onder de talen vielen Nederlands, Engels (Cambridge) en Duits (Goethe). Er werd lesgegeven door externe docenten en door zusters. In mijn tijd kregen wij Engels van zuster Dismas. Zij was een strenge, maar rechtvaardige ‘teacher’! Onder de medische kennis vielen anatomie, fysiologie, pathologie, medische terminologie en gezondheidskunde. De administratieve vakken waren financiële administratie, secretariaatswerkzaamheden, machineschrijven en werken met de dictafoon. Pas in het tweede trimester kwamen hier lessen bij in tekstverwerken. De lessen machineschrijven en dictafoneren werden gegeven door zuster Caecilia en tekstverwerken door zuster Mirjam. Aan beide zusters heb ik zeer goede herinneringen. Zuster Caecilia zag ik als een lieve oma, alhoewel ze ook boos kon worden als je niet goed je best deed. Wat heeft zij vele uren besteed aan de kaartenbak die voor haar heilig was. Hierin zaten alle correspondentiekaarten met de adresgegevens van oud-leerlingen.
Zuster Mirjam kwam vaak over als de serieuze zuster maar was ook zeker in voor een grapje. Ik herinner mij nog goed dat ik tijdens het theedrinken met de meisjes tegen haar zei: Zuster Mirjam, misschien is het wel leuk om de theemuts van de meisjes eens op te zetten in plaats van je sluier. Ik dacht dit doet ze nooit, maar ja hoor ze deed het direct. Zo was zij dus ook. Ik kon het goed met haar vinden. Voor het surveilleren bij de toetsen werden vaak de heer en mevrouw Van der Laan uit Maarssen gevraagd of dokter De Mol, die de huisarts was voor de zusters en ook voor de Cloese-meisjes. Dokter De Mol zat samen met mevrouw Haisma in de Raad van Toezicht; door hen werd samen met zuster Margareth het beleid van De Cloese bepaald.
Terugdenkend aan zuster Margareth
Zuster Margareth zei ooit in een interview over de opleiding: ‘Wij geven de Cloese-leerlingen een brede basis mee om hier later mee aan de slag te kunnen’ en zo voelt het ook. Wat wij tijdens het jaar op De Cloese hebben mogen leren en ontvangen van zuster Margareth neem je in je persoonlijke leven mee. Zoals mijn vader elf jaar geleden op zijn sterfbed tegen mij zei: ‘Wat jij bij Zuster Margareth hebt geleerd in jouw Cloese-jaar, gun je ieder meisje van 18 jaar. Je bent mede door haar als persoon zo enorm gegroeid.’ Een mooier compliment is er denk ik niet voor haar. Ik heb zuster Margareth eigenlijk nooit gezien als een zuster. Ze was op haar manier zo ontzettend modern in haar gedachtegang. In de jaren dat ik voor haar werkte, hebben wij een enorme vertrouwensband opgebouwd, die ik tot op haar sterfbed vorig jaar heb mogen beleven en waarderen. Ik heb ook enorm veel van haar geleerd. Ze was voor veel leerlingen een tweede moeder. Als ik aan haar terugdenk, komen veel haar typerende zaken en ook warme herinneringen naar boven, zoals:
- Ieder Cloese-jaar stond op het bureau in iedere slaapkamer een welkomstkaartje .
- In de jaren dat ik haar secretaresse was, hadden we ieder maandagochtend voordat de leerlingen arriveerden, werkoverleg om alles door te nemen wat er op het programma stond voor die week. Het programma bespraken we in een kwartier en de rest van het uur vroeg ze altijd naar mijn weekend .
- Ze was altijd ‘in a hurry’ om op tijd in de kapel te zijn voor de klok van 12.10 uur en voor de vespers van 19.30 uur .
- Met Kerstmis ontving je een kerstkaart met informatie over hoe het leven op de Priorij ervoor stond.
- De afstand tussen de Priorij en De Cloese overbrugde zij per fiets. Ze ging enorm hard en we waren altijd bang dat haar habijt tussen de wielen zou komen; gelukkig is dit nooit gebeurd.
- Ze zorgde graag voor haar Cloese-leerlingen. Iedere dag werd de koek- en broodtrommel gevuld, zodat we altijd iets te eten hadden als we van het stappen of van Nijenrode thuiskwamen.
- Iedere week was er een ‘grote poets’ op vrijdag onder leiding van zuster Margareth. Als ze zag dat je niets aan het doen was, werd je meteen door haar aan het werk gezet.
- Wat ontzettend knap was: ze onthield alle namen van de Cloese-leerlingen, inclusief de namen van ouders, broers en zussen.
- De cadeautjes die ze kreeg, gaf ze vaak weer met een warm hart door aan iemand anders.
- Ze wist op één of andere manier alle ballen in de lucht te houden.
- Ze wist precies wat er in de wereld van de jongeren speelde, terwijl haar kloosterleven zo anders was.
- Haar bijzondere lach en haar ‘ijdelheid’. Vlekken op haar habijt konden niet en werden meteen weggehaald. Ze vond ook altijd dat haar haar niet goed zat ondanks haar habijt.
- Ze kon genieten van haar momentje achter de bungalow bij mooi weer.
- Oud-leerlingen die een huwelijks- en/of geboortekaartje stuurden of het verlies van een dierbare aan haar lieten weten, konden rekenen op een persoonlijke kaart.
- Haar vele contacten in Maarssen, maar ook daarbuiten.
- Haar angst voor honden; als je een hond tegenkwam tijdens een wandeling, kroop ze altijd achter je.
- Ze was trots op oud-leerlingen als ze hoorde dat deze een goede plek in de maatschappij hadden verworven.
De sluiting van De Cloese en de Priorij
In 1993 stopte ik met mijn baan als Cloese-secretaresse omdat ik ging trouwen. Tot op de dag van vandaag zijn mijn man en ik haar dankbaar dat we in de kapel van de Priorij mochten trouwen. Ik vond het zo jammer dat ik niet kon blijven, maar iedere dag op-en-neer vanuit Tilburg naar Maarssen was geen optie. Gelukkig bleven wij contact houden. We belden of schreven elkaar vaak. Ze leefde mee met alles wat er in ons leven gebeurde. Ze werd een oma voor onze drie kinderen.
Na het sluiten van De Cloese vertelde ze mij regelmatig haar zorgen over de kleiner wordende communiteit. Langzaamaan werd duidelijk dat de Priorij in de toekomst niet langer door de zusters bewoond kon worden. Tot op het laatst hoopte zij en heeft ze ervoor gebeden dat er een oplossing zou komen om de Priorij te redden. Helaas heeft dat niet zo mogen zijn. Het was voor haar een groot verdriet de Priorij te moeten verlaten. Het loslaten was buitengewoon moeilijk voor haar.
Ze koos er heel bewust voor om in Maarssen te blijven wonen, want daar had zij haar sociale netwerk. Vele inwoners van Maarssen kenden haar en zij kende ook heel veel mensen. Ik merkte dat, als je met haar ging wandelen. Je kwam altijd bekenden van haar tegen, waarbij ze dan altijd even stopte om een babbeltje te maken.
Ik heb haar gelukkig een paar keer bezocht in haar prachtige appartement. Het was ingericht met de meubels uit de Priorij. Het voelde daardoor als een soort thuiskomen voor mij. Bij mijn laatste bezoek had ze voor mij een mand gevuld met alle brieven en foto’s die zij in de loop der jaren (1993-2016) van mij had ontvangen. Ik vond het niet te geloven dat ze alles bewaard had en het ontroerde mij enorm. Voor mij liet dit wel zien hoe belangrijk wij sinds 1986 voor elkaar zijn geworden. Ik zag haar echt als mijn tweede moeder. Ik kon alles met haar bespreken, zelfs zaken die ik nooit met mijn eigen moeder heb kunnen bespreken. Ik was voor haar een open boek en zij voor mij.
Dapper heeft ze geprobeerd om haar weg te vinden in dit nieuwe leven. Vele vrienden zijn haar trouw blijven bezoeken. Er waren goede momenten, maar de pijn van het gemis bleef. Haar gezondheid liet haar in de steek; stap voor stap had ze meer hulp nodig.
In de laatste twee jaar van haar leven ging haar gezondheid achteruit, wat ze niet fijn vond. Ze kon niet meer makkelijk naar buiten om te genieten van de natuur en de prachtige omgeving van Maarssen. Ik ben blij en dankbaar dat ik op tweede kerstdag 2019 persoonlijk afscheid van haar heb kunnen nemen, samen met Jurgen, mijn man. Ik heb zoveel mooie, dierbare momenten met haar mogen meemaken die ik heb opgeslagen in mijn hart en ik hoop ze nooit te vergeten. Een prachtig mens moeten we missen en ik weet zeker dat ze van bovenaf ons allemaal in de gaten houdt.
Bronnen
Archieven.nl. Databestand kloosters in Nederland.
A. de Zwart, ‘De Cloese, een vormingsinstituut voor meisjes op Doornburgh’, in: Periodiek HKM 4 (2016) 146 e.v.
Toespraak van priorin zuster Mirjam bij het afscheid van zuster Margareth.
N.B. Alle foto’s komen uit het archief van Nona van Berkel-Groten.