48e jaargang (bladzijde 133) nr.4 / IN: Periodiek HKM
[Voor opmaak kop zie Periodiek nr. 3 2019]
De wandeling van De Pijper in 1916, een terugblik
Deel 14 De Kaatsbaan
Ria Tijhuis
Na de wandeling over de Langegracht slaat De Pijper rechtsaf de Kaatsbaan in. In een Magneet (lokaal weekblad) uit 1939 wordt de straat ‘de Kalverstraat van ons dorp Maarssen’ genoemd. Het is decennialang dé winkelstraat geweest.
De oudst bekende datum met de vermelding Kaatsbaan betreft het pand op de hoek met de Langegracht. Hier was in 1440 een hofstede gevestigd en vanaf 1565 een herberg met de naam Het Schilt van Vranckrijk.
Opmerkelijk is dat in de tijd dat De Pijper deze wandeling maakt, de huizen vanaf de brug gezien aan de rechterzijde (oostzijde) van de Kaatsbaan op Maarssens grondgebied staan, terwijl de huizen aan de linkerzijde (westzijde) zich op Maarsseveens grondgebied bevinden. De grens tussen beide gemeentes loopt tot 1948 midden door de Kaatsbaan. In dat jaar wordt Maarsseveen bij Maarssen gevoegd. De Pijper wijdt in zijn cahier maar een tiental zinnen aan deze straat en rept ook met geen enkel woord over de naam en betekenis ervan.
Dick Dekker veronderstelt dat de naam verwijst naar het kaatsspel dat hier gespeeld werd rond 1700 (Periodiek 1976-02). Volgens de reglementen van de kaatsbond dient een baan 30 meter breed en 62 meter lang te zijn. In de huidige Kaatsbaan zou het spel daarom niet beoefend kunnen zijn. Zo’n driehonderd jaar geleden is er echter nog nauwelijks bebouwing aan weerszijden.
De kaart van Jacob Colom ‘Een cleen gedeelte van de Heerlycheyt Maersseveen’ uit 1660 laat zien dat de westzijde (Herengracht) - behalve een paar huizen bij de brug - volledig onbebouwd is en dat er aan de oostzijde maar een enkel huis staat. Uit het artikel van Dekker wordt niet duidelijk hoe het kaatsspel gespeeld wordt. Een verhaal in het tijdschrift Oud-Utrecht (april 2018) over kaatsbanen in de zeventiende eeuw geeft helderheid.
Van Kaetsspel (1626)
‘Nu ick aen de bal mach raecken,
Kan ick noch mijn lust niet staecken,(…)
In vierkante swarte baenen
Sy meest vreucht te scheppen waenen
Daer sy over ’t koortjen net
De bal scheeren met ’t racquet (…)
Het spel wordt dus gespeeld door een bal met een racket over een koord te slaan; de oorsprong van ons huidige tennisspel. Meestal gebeurt dat in een overdekt gebouw met vierkante zwarte banen op de muren, zodat de witte bal goed zichtbaar is. In Nederland zijn er zo’n tweehonderd banen geweest, waarvan vier in Utrecht. Of een dergelijk gebouw ooit aan de Kaatsbaan heeft gestaan, valt te betwijfelen. Daar zijn geen historische aanwijzingen voor.
Een Britse majoor verkreeg in 1874 octrooi op het spel dat bekend werd als ‘lawn tennis’ en buiten op een fraai geschoren grasveld werd gespeeld. Het oude spel staat nu bekend als ‘real tennis’ en wordt nog steeds gespeeld in Engeland, Australië en de Verenigde Staten.
De neergang van het kaatsen vanaf ruwweg 1700 is toe te schrijven aan onze calvinistische volksaard. De kaatsbanen werden geassocieerd met weddenschappen, drinkgelagen en vechtpartijen. De meeste verdwenen of werden omgebouwd tot kolfbanen, zo ook in Maarssen. Dit kolfbalspel is vanaf de Middeleeuwen het meest populaire volksspel. Het wordt gespeeld met een bal en een soort hockeystick en het doel is om de palen van de kolfbaan te raken.
In deze aflevering gaan we niet verder in op de vele winkels die er door de jaren heen in onze ‘Kalverstraat’ zijn geweest. In 2022 viert de Kring haar vijftigjarig bestaan. Er zal dan een speciale jubileumversie van het Periodiek verschijnen met daarin onder andere een artikel over de middenstand in de Kaatsbaan en de ontwikkelingen in de afgelopen vijftig jaar.