48e jaargang (bladzijde 140) nr.4 / IN: Periodiek HKM
Co Grootendorst: Door toeval gedwongen
Rob Franse
Vanaf het moment dat je Co ontmoet hoef je niet veel anders meer te doen dan te luisteren. Hij is een makkelijke prater en daarbij zegt hij ook nog veel. Hij heeft wat te vertellen. Dat doet hij met een luide en heldere stem en al voordat hij mij voorziet van koffie. We zitten inmiddels op wat ooit de hooizolder was.
Met veel genoegen reed ik die middag door de prachtige Bethunepolder op weg naar Co. Zijn boerderij met een keurig aangeharkt erf was snel gevonden. Buiten achter stond hij mij op te wachten. Via de achterdeur naar boven. Wat een mooie ruimte. Co heeft zo’n zeven jaar geleden de boerderij geheel laten opknappen, je mag wel zeggen laten restaureren en renoveren.
Wat dus ooit de hooizolder was, is nu een veel gebruikte vergaderruimte. De oude stal is nu via de achterkant de ontvangstruimte met daaraan vast een ruime keuken; het blijft immers een boerderij. Het oude woongedeelte is nu, zoals Co het noemt, hun appartement. Direct daaraan vast zit een uiterst comfortabel, overdekt terras waar je, van alle gemakken voorzien, een zeer vrij uitzicht hebt over tuin, weilanden en de weidsheid van de Bethunepolder. Mooi hoor, zoals de boerderij en het erf origineel zijn en aangepast aan de wensen van de moderne mens.
Co, nu 79 jaar oud, woont daar al sinds zijn vijfde. Zijn vader, eigenlijk een veehandelaar, kwam in de gelegenheid om een boerderijtje te kopen aan de Middenweg nr. 1 wat meer ruimte had (daarvoor woonden ze in Westbroek). Twee jaar later werd de huidige boerderij gekocht waarbij vader de hoop had dat één van zijn twee zonen later boer zou worden. Vanwege de gezondheid van vader moesten de kinderen al jong meewerken, waardoor Co al op heel jonge leeftijd goed kon melken. Hij was in de loop van de jaren zestig eigenlijk van plan om naar Canada te emigreren. Daar waren al wat familieleden naar toe gegaan en dat leek Co ook wel wat. Maar toen kwam hij Nel tegen waarmee hij in 1969 trouwde en met wie hij twee dochters kreeg. Zo begon het gedwongen toeval al vroeg; een toeval wat hij altijd omarmd heeft. Co is iemand die er iets van weet te maken.
De windhoos
Op 3 januari 1978 zat Co met de kaasbezorger van de melkfabriek CMC aan de keukentafel toen ze het plotseling heel erg donker zagen worden. ‘Wat gebeurt er?’ Binnen de kortste keren werd het echt pikdonker en zat het raam onder het water en de modder. Foute boel! Hij probeerde onmiddellijk in de stal te kijken, maar dat lukte niet omdat alles vacuüm was getrokken. Een windhoos! Toen de deur eindelijk weer openging, bleken de koeien op stal rustig, maar zij keken hem verwilderd aan. De kinderen en een vriendin, die op zolder speelden, kwamen verschrikt maar gezond naar beneden. Dat was dus in orde, godzijdank. Snel naar buiten want de windhoos die vanuit de richting van jachthaven Manten kwam, was over de boerderij geraasd en had veel schade veroorzaakt aan de boerderij, de schuur en de hooiberg en was nu op weg naar de volgende boerderijen.
Daar Co vrijwillige brandweerman was, bedacht hij zich geen moment en zette het op een lopen tussen de op straat gevallen en heftig vonkende elektriciteitsdraden door, richting de volgende boerderijen. Het was snel duidelijk. De windhoos had precies daar bij de familie Verkroost z’n laagste punt bereikt. Met schrik naar binnen. Niemand gewond! Ook de baby niet. De schade al redderend verder opnemend zag hij dat de boerderij totaal vernield was en dat bij de buren het dak van de stal was gezogen. De Mercedes 608 van de kaasbezorger stond 100 meter verderop. Van de melktankwagen die bij Verkroost wegreed, werd de voorruit stukgedrukt. Bij de familie Oudhof waren de dikke, betonnen roeden van de hooiberg binnen seconden schoon afgebroken. Uiteindelijk bleken alle vier de boerderijen flink geraakt door de windhoos die als een soort stofzuiger met de punt van de slurf dan weer in de sloot en dan weer ter hoogte van het dak alles opzoog en op willekeurige plekken weer losliet. Daarna vervolgde de windhoos z’n weg naar Westbroek en Maartensdijk om nog meer schade aan te richten. Hekken en dieren en zelfs complete daken vlogen door de lucht om vaak veel verder teruggevonden te worden. Eén van de daken is zelfs nooit meer teruggevonden.
De hulpdiensten, brandweer en BB, waren razendsnel ter plekke. Burgemeester Waverijn zorgde dat er snel een crisiscentrum werd ingericht in het dorpshuis in Tienhoven en de huisarts voorzag iedereen van een kalmerend pilletje. De zo rustige Bethunepolder was in korte tijd voorzien van een chaotisch spoor van vernielingen, maar gelukkig zonder ernstige persoonlijke ongelukken. Uit het dorp Tienhoven kwamen de bewoners direct helpen met onder andere eten en drinken; ze hielpen nog dagen mee met het opruimen. De saamhorigheid was groot. De PUEM kreeg het voor elkaar om nog dezelfde avond om zeven uur iedereen weer van stroom te voorzien door met vele mensen met schoppen en houwelen – handmatig dus – een nieuwe grondkabel aan te leggen. Er kon dus weer gemolken worden. Ondertussen zorgde de BB ervoor dat diezelfde avond alles afgedekt was met grote zeilen zodat men droog kon slapen. Co was weer eens door het toeval gedwongen te handelen. Gedwongen te helpen en gedwongen om te beginnen met repareren. Het repareren van ongedekte schade. Het leven ging door voor de toen 35-jarige Co! En hoe.
Onrust in de Bethunepolder
De Bethunepolder is van meet af aan een ‘ingewikkeld verhaal’ geweest. Het is een deel van de Nieuwe Hollandse Waterlinie en ligt in het Natura 2000-gebied Oostelijke Vechtplassen. Het waterpeil is mede door de kwel een uitdaging. Het viel niet mee om er rendabel te boeren. Amsterdam haalde en haalt een deel van haar drinkwater uit de polder. Rijksoverheid en provincie wilden van alles op het gebied van natuur. Vele plannen werden gemaakt. Maar daarbij werd, zoals wel vaker, even vergeten dat er ook mensen woonden en leefden in de polder en er een boerenbedrijf hadden. Dat nu is niet slim. Het dwong de ongeveer 140 bewoners om in actie te komen met Co voorop. Het toeval dwong hem alweer. Co is namelijk goed bekend in en met de polder. Niet alleen als boer, maar onder andere ook als taxateur voor landinrichtingsprojecten (het Noorderpark) en voorzitter, tot driemaal toe, van de CBTB (christelijke landbouworganisatie). Bovendien is hij fit, goed gebekt en vol energie.
Of dat iets eenmaligs was? Welnee. Al in 1986 roerden de boeren zich naar aanleiding van de eerste plannen van het landinrichtingsproject Noorderpark. In 2000 lag er al een concept waar men niet bij betrokken was. De toon was gezet. Met als uiteindelijk hoogte- (of diepte-)punt het jaar 2008, toen de Bethunepolder plots vol met ludieke protestborden stond. Een vergadering van het Algemeen Bestuur van het Hoogheemraadschap AGV op 26 november 2008 in Amsterdam werd met 48 bewoners per bus bezocht, alwaar de zaken net niet uit de hand liepen en men teleurgesteld huiswaarts ging. Pas in maart 2011 kon het glas geheven worden op de goede afloop. Dit overigens pas nadat men daags na 26 november zelf het initiatief had genomen om tot een aanvaardbare oplossing voor de Bethunepolder te komen. Over deze periode is al veel geschreven, onder andere in dit Periodiek. Toch wil ik er na het gesprek met Co nog iets aan toevoegen en wel dat de kracht van samen de schouders eronder zetten, een goed plan ontwerpen en draagvlak (!) creëren gezorgd heeft voor het uiteindelijke, zeer bevredigende resultaat wat we nu dagelijks kunnen aanschouwen.
Co is direct op 27 november 2008, samen met twee medebestuurders van de bewonersvereniging gaan schrijven aan een plan op hoofdlijnen. Een plan wat half december, gesteund door de Bethunepolderbewoners, aan gedeputeerden van de provincie is aangeboden, want het is uiteindelijk aan Gedeputeerde Staten om alle plannen definitief goed te keuren. Aan hen ook het verzoek tot nadere uitwerking opdat het doel van de herinrichting bereikt zou worden. Daar bleken twee gedeputeerden zeer enthousiast, vooral vanwege het feit dat er nu een plan lag mét draagvlak. De provincie nam vervolgens de regie, maar wel in nauwe samenwerking met de bewoners. Zo bleef dat draagvlak er, ook tijdens de verdere ontwikkeling en uitvoering. Het toeval had Co eens te meer gedwongen.
En toen?
Zo’n tien jaar geleden, toen de rust in de polder was weergekeerd, kon Co zich terugtrekken uit veel bestuurlijk werk. Het gaf hem niet alleen de rust en de ruimte om flink te verbouwen, maar ook om wat meer aandacht te geven aan de pony’s. In het jaar 2000, hij had inmiddels geen koeien meer maar wel wat schapen, kocht hij via-via een Shetland pony, een merrie. Zonder verstand van zaken bleek het toch een gouden koop te zijn. Het dier bleek een echte stamboom te hebben en loopt nog steeds op Co’s 2 hectare rond, nu 29 jaar oud. Het nageslacht, want er is enthousiast mee gefokt, loopt voor een deel op diezelfde hectares. Het zijn allemaal merries die van tijd tot tijd vakkundig gedekt worden. Co kijkt er tevreden bij terwijl hij het mij vertelt. Wat een leven als boer, handelaar, bestuurder, trekker, initiatiefnemer en wat al niet meer. Wat mij betreft vooral als iemand die enthousiast en met een open vizier het toeval omarmt en er altijd wat van maakt. Ik ben zo vrij om het ‘gedwongen’ te noemen, omdat ik denk dat zijn waardigheid hem dwingt. Hoe mooi kan het leven zijn…