400
700
900
Hendrick de Sandra en Maarssen
Smits, W.

Hendrick de Sandra en Maarssen

49e jaargang (bladzijde 18) nr.1 / IN: Periodiek HKM

Genre

  • Historie

Subject

  • Portretten

Plot

Hendrick de Sandra en Maarssen

Wally Smits

Wat hieraan voorafging…
In 2017 schreef ik in dit Periodiek een artikel over de eigenzinnige Anna Maria de Sandra en haar trieste leven. Dit was naar aanleiding van de historische roman die over haar geschreven werd door door L(ite).E., pseudoniem van Frauck Engelberts. 1) Voor nader onderzoek bezocht ik toen de Freylemaborch in Slochteren en het museum De Waag in Deventer, waar meer materiaal over de familie van Anna Maria te vinden was. In beide musea vond ik portretten van de familie. 2) Na het schrijven van het artikel stuitte ik toch hier en daar op nieuwe gegevens, zoals de beschrijving van de inboedel van de grootvader van Anna Maria na diens overlijden. Wat een bezit had die man opgebouwd! Het Rijksmuseum zou alleen al met zijn schilderijenverzameling menige zaal hebben kunnen vullen.
Die grootvader wordt nauwelijks genoemd in de familiehistorie in Maarssen, behalve als getuige bij de doop van een aantal van zijn kleinkinderen. Zijn dochter, de moeder van Anna Maria, Margaretha Tortarolis en haar man Hendrick de Sandra brachten echter, met de kinderen, zo’n twintig jaar lang de zomers door in Maarssen.
Tijdens het schrijven van het eerste artikel vroeg ik mij al af hoe zo’n gezin ertoe kwam om de zomers in Maarssen door te brengen en niet ergens anders. Op basis van mijn nieuwe gegevens licht ik hieronder toe dat het zeker geen toeval is dat het gezin De Sandra Maarssen koos; nu gezien vanuit de vader van Anna Maria, Hendrick de Sandra. Om verwarring te voorkomen heb ik van de vele familierelaties die in dit stuk beschreven worden een overzicht gemaakt.

De familie Tortarolis
Eerst wat informatie over de schoonfamilie van deze Hendrick de Sandra. Zijn schoonvader, Jean François Tortarolis, werd ongeveer rond 1600 geboren in Cassale Senvase in Noord-Italië. Rond 1622 zien we hem verschijnen in Leiden waar hij gaat werken in een lommerd. Hij werd ‘dienaer in de tafel’ zoals dat toen genoemd werd. Het woord lommerd, het pandjeshuis, duidt op de herkomst van de eigenaren van vele pandhuizen; die kwamen namelijk veelal uit Lombardije. Toen Tortarolis in 1627 eindelijk het poorterschap (burgerschap) van Leiden ontving en dus een eigen bedrijf mocht beginnen, ontpopte hij zich als een ware ondernemer en werd al snel zelfstandig ‘Tafelhouder’, dat wil zeggen dat hij een eigen zaak had. Hij was niet armlastig naar Leiden gekomen, want al twee jaar na zijn aankomst huwde hij met Barbara van Creenburch. Zij stamde uit een aanzienlijk Leids geslacht en hij had haar als hij een arme immigrant was geweest nooit aan de haak kunnen slaan. Het echtpaar kreeg drie kinderen: Francesco, die al vroeg overleed, Margaretha (geboren 27 december 1627) en Eva, geboren omstreeks 1630. Margaretha zou later (1646) met Hendrick de Sandra trouwen en de jongste zus Eva trouwde in 1656 met een kolonel. 3) Het zou best kunnen dat de latere overstap van Hendrick naar het leger is gemaakt onder invloed van de militaire vriend van Eva.
Intussen gingen de zaken voor vader en moeder Tortarolis bijzonder goed. Toen Jean François in 1653 overleed, moeder Barbara was al eerder overleden, bleek hij schatrijk te zijn. Door heel de Republiek had hij bezittingen: pandjeshuizen in Leiden en Leeuwarden, huizen in Leiden, Breda, Schiedam en Zoeterwoude en ook nog een paar boerderijen in Friesland. En dat is nog maar het begin van de inventarisatie van zijn bezittingen. Hij was ook een ware collectioneur van kunstwerken. Zijn bibliotheek telde honderden werken over diverse onderwerpen en door het hele huis waren schilderijen te vinden, waaronder vele Van Lievens, de concurrent van Rembrandt. Noemenswaardig zijn verder een paar ‘conterfeytsels’ en een afbeelding van een bordeeltje door Frans Hals, acht prenten van Breugel. In de keuken hing een schilderij van de schilder Swanenburch met (natuurlijk) een Italiaanse keuken als onderwerp. In de blauwe achterkamer hingen ook nog zeven schilderijen van bekende meesters. Schoonzoon Hendrick de Sandra en zijn echtgenote Margaretha Tortarolis waren toch al niet onbemiddeld, maar dankzij deze erfenis waren zij nu ineens schatrijk.

Voorlopers van De Sandra in Maarssen
Om aan te tonen dat de komst van Hendrick de Sandra naar Maarssen geen toeval is, is het nodig om zijn ‘voorgangers’ te beschrijven. In 1620 kocht de net getrouwde handelaar in specerijen Hendrick Cock (1596/97-1620/23) het op de hoek Langegracht/Zandweg liggende Huis Ten Tuck, nu restaurant Le Brasseur. Hij was drie jaar eerder, zeer tegen de zin van zijn moeder, getrouwd met de veel oudere en uit het toen nog Italiaanse Genève afkomstige Anna Pinelli-Borzoni-Savelli (Genève 1583-Maarssen 1638). Haar komen we hier in de archieven alleen tegen onder de naam Pinelli of Pinelle. Hun tweede kind, Johan, in 1618 of 1619 geboren, is voor ons interessant.
Johan ging rechten studeren in Leiden en werd advocaat. Hij trouwde met Susanna de Sandra, zowel nicht van hem als van Hendrick de Sandra. Hierna zien we hem in de aantekeningen van Hendrick de Sandra voortdurend terugkomen als ‘neef’ Johan Cock de Pinelle. Deze had na het overlijden van zijn moeder haar achternaam aan de zijne toegevoegd. Hendrick zal menigmaal bij deze neef Johan op bezoek zijn geweest en wellicht dat hier zijn liefde voor het dorpje aan de Vecht is geboren. Ook Johan woonde alleen ’s zomers in Maarssen. De rest van het jaar verbleef hij in zijn huis aan het Rapenburg in Leiden. Daar komt nog bij dat Hendricks zus Margareta een begenadigd kunstenares was; ze schilderde, maakte gedichten, bespeelde de vedel (voorloper van de viool), de bas en de fluit en zong ook nog. Zij was een regelmatige gast van Joan Huydecoper I op zijn buitenplaats Goudestein. Met de Huydecopers hadden de De Sandra’s weer gemeen dat beide families aandelen hadden in de Amsterdamse kamer van de VOC.
Na het overlijden van zijn zuster in 1647 huurt Hendrick de Sandra voor de duur van vijf jaar de buitenplaats Goudestein van Joan Huydecoper voor f 700,00 per jaar. Na afloop van deze huurtermijn huurt hij het huis Zuylenburg, het latere Huis Ter Meer, recht tegenover de woning van neef Cock de Pinelle, waar hij een warme band mee heeft. Vele malen zien we Cock de Pinelle optreden als getuige bij de doop van kinderen binnen de familie De Sandra. Als hij tegen 1660 krap komt te zitten, leent Hendrick de Sandra hem zelfs f 4.000,00 (tegen de toen alom gangbare standaardrente van 4% per jaar). Het zou echter niet baten. Met een schuld van f 26.000,00 ten gevolge van zijn luxueuze leven moet hij huizen in Amsterdam en Leiden verkopen en in 1660 wordt Huis Ten Tuck verkocht aan Johanna Maria van Palla(e)s, nicht van de Utrechtse weldoenster. Hiermee verdwijnt Johan Cock de Pinelle uit het Maarssense zomerleven.

Hendrick de Sandra
Hendricks moeder, Maria Fassijn, is geboren in Keulen en zijn vader is vermoedelijk afkomstig uit Doornik. De geschiedenis van Hendrick begint in 1619 in Amsterdam als middelste van negen kinderen. Het enige wat we van hem weten is dat hij bij zijn trouwen ‘koopman te Amsterdam’ wordt genoemd. Zijn handel is niet duidelijk, maar heeft hem in ieder geval geen windeieren gelegd. Hij trouwt in september 1646 in Leiden met de al eerdergenoemde Margaretha Tortarolis, die al een jaar later (7 september 1647) in Amsterdam bevalt van haar eerste kind, een dochter genaamd Anna Maria. Vier jaar later wordt er weer een dochter geboren (september 1651), maar ditmaal in Maarssen in het door hem gehuurde Goudestein ‘op de groote Sael’. Als laatste wordt in 1654 in Leiden Henric geboren. Bij de laatste twee kinderen is Johan Cock de Pinelle getuige bij de doop. Het gezin De Sandra brengt vanaf 1648 tot ongeveer 1669 de zomers door in Maarssen; de eerste vijf jaar op Goudestein en vervolgens op Zuylenburg.
Na de dood van zijn schoonvader is Hendrick in staat om zich te mengen in andere zaken dan de handel. Hij verstrekt leningen aan de Poolse koning Johan Casimir en wordt als dank in 1654 in de adelstand verheven. Uniek is dat hij als één van de weinige mensen in de Republiek door de Franse koning benoemd wordt tot ridder in de orde van Sint-Michel. Daarmee krijgt hij dus toestemming om de Franse lelie in zijn wapen te voeren en is dan dus al opgeklommen tot ridder. Trots noteert hij in het door hem begonnen ‘Marokijnenboek’ iedere stap in zijn carrière. Hij noteert ook al het wel en wee van de familie; geboortes, overlijdens, huwelijken, maar centraal staan toch zijn eigen, grote prestaties. Hij bekwaamt zich in de krijgskunst en komt in 1657 in Deventer terecht. Hij wordt sergeant-majoor en ritmeester en uiteindelijk (1677-1685) wordt hij door de Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden benoemd tot gouverneur, garnizoenscommandant, van de stad Deventer. Hij is uiterst tevreden over zijn carrièreverloop en laat zichzelf en zijn gezin dan ook met veel trots afbeelden op een schilderij waarop hij afscheid neemt van zijn geliefden en ten strijde trekt. Het hele gezin verhuist naar Deventer en er wordt een huis gekocht in een straat die later naar hem vernoemd zou worden. Het gezin brengt de zomer wel ieder jaar door op huis Zuylenburg te Maarssen. De kinderen hebben hier aan de Vecht de tijd van hun leven.

Tegen de tijd dat de kinderen uitvliegen, is de vriendenkring van De Sandra inmiddels ook uit Maarssen vertrokken en besluit hij definitief naar Deventer te vertrekken. Dochter Anna Maria blijft met haar eerste echtgenoot Sybrand van Jorritsma nog korte tijd op Zuylenburg, maar na het overlijden van haar echtgenoot en dat van haar zoontje, hertrouwt ze in Maarssen met Isaac van der Togt. Zij vertrekt ook, ditmaal naar Gouda, geboorteplaats en standplaats van haar tweede echtgenoot. Toch zien we haar weer terug in Maarssen, want na de dood van haar tweede echtgenoot hertrouwt ze en gaat met haar nieuwe man, Andries van Sasburg, weer in Maarssen wonen. Ditmaal huurt ze een huisje aan de Langegracht.
Het geluk lacht haar ook ditmaal niet toe. In 1679 bevalt ze van een dochtertje dat spoedig na de geboorte sterft. Hendrick is nog wel getuige geweest bij de doop. Tot overmaat van ramp sterven kort na elkaar haar zuster Barbara en haar broer Henric. In januari 1681 sterft uiteindelijk ook Anna Maria. Het echtpaar Hendrick de Sandra en Margaretha Tortarolis is binnen een jaar kinderloos. Ze nemen wel de opvoeding op zich van twee dochters van Barbara en via die lijn is de erfenis van Hendrick de Sandra in de familie gebleven.
Als korte tijd later ook Margaretha Tortarolis sterft en in Deventer wordt begraven, hertrouwt Hendrick nog wel, maar trekt zich terug in Rijswijk in het westen van De Republiek. Daar sterft hij in 1707 en hij wordt begraven in de Grote Kerk in Delft.
In Deventer herinnert men zich nog graag het optreden van Hendrick de Sandra. Net als Utrecht had de stad de wallen slecht onderhouden en was daardoor – bij de inval in 1672 door Lodewijk XIV - kansloos tegen het beleg van de bisschop van Münster, Bernard van Galen (Bommen Berend). De enige die de moed had om een uitval te doen was…Hendrick de Sandra; de magistraten gaven de stad echter al na een dag over.

Noten
1. Periodiek HKM, jaargang 43 nummer 2 2017, pagina 68-74.
2. Onder de portretten heb ik toen vermeld dat ze tot de collectie van deze musea behoorden. Dit bleek onjuist te zijn. Ze waren deels in bruikleen door de huidige bezitter afgestaan evenals het door mij geciteerde zogenaamde Marokijnenboek. De eigenaar heeft mij daarop gewezen en ik heb beloofd dat te rectificeren. Zij gaf mij een overzicht van de boedel van de grootvader van Anna Maria, Jean Francois Tortarolis. Dit was door de adjunct-archivaris van het Leidens archief, W.J.J.C. Bijleveld gevonden en naar L.E. gestuurd. Later heb ik dat teruggevonden als publicatie in: Oud Holland, tijdschrift voor kunst in de Lage Landen, januari 1927, p. 183 – 188.
3. Het huwelijk met Margaretha staat in het Marokijnenboek, genoteerd door Hendrick de Sandra op 23 september 1646 en hij schrijft er ook bij dat ze toen 18 jaar oud was.

Bronnen
Voor het gehele verhaal heb ik gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
a. Het Nieuw Biografisch Woordenboek
b. De site www.deventertoenennu.nl
c. L. Lapikas, Varia, version 1.5, Muiden 2015.
d. The New York Genealogical and Biographical Record, 2011, artikel van J.B. Dobson over de familie van Hendrick Cock van Amsterdam.
e. Periodieken HKM 1989 no. 1, 2000 no.1 2017 no.2 en 2018 no. 4
f. Als laatste, maar niet de minste, de primaire bron: De zogenaamde ‘eigenhandige Aanteekeningen’ van Hendrick de Sandra die ik gemakshalve het Marokijnenboek noem naar aanleiding van de prachtige geitenleren (marokijn) band waarin dit boek gebonden is.