400
700
900
Het gedichtje over korenmolen De Hoop in Zuilen nu volledig.
Bob Manten

Het gedichtje over korenmolen De Hoop in Zuilen nu volledig.

49e jaargang (bladzijde 52) nr.2 / IN: Periodiek HKM


Plot

Het gedichtje over korenmolen De Hoop in Zuilen nu volledig

Bob Manten

In Periodiek nummer 3 uit 2020 verscheen een artikel over de zestien molenaars van de verdwenen Zuilense korenmolens. De eerste molen was van hout en werd voor het eerst in 1550 genoemd. In 1829 werd een stenen molenhuis en in 1832 een stenen molen gebouwd. De molen stond langs de Vecht in wat nu de wijk Op Buuren heet en droeg vanaf 1844 de naam ‘De Hoop’.
Een goed bewaarde gevelsteen met de datum van de eerstesteenlegging op 10 mei 1832, door het driejarige zoontje van de toenmalige molenaar Gerrit Cornelis van Voorthuijzen, is dankzij de inspanningen van de Historische Kring Maarssen in 2013 ingemetseld in het huis op de hoek van de brug over de Vecht en De Hoopkade. De molen werd in 1966 afgebroken om meer ruimte te maken voor de firma Amsterdam Chemie Farmacie NV (ACF).
Dick de Ridder, een kleinzoon van de laatste eigenaar Arie Jan de Ridder, vertelde in het artikel dat de molen in de jaren van de Tweede Wereldoorlog een rol heeft gespeeld in het malen van graan voor de inwoners van Zuilen. Daarover bestond een gedichtje waarvan Dick zich alleen de eerste vier regels kon herinneren. Het artikel sloot daarom af met een oproep aan de lezers wie zich dit gedichtje kon herinneren en aanvullen. Verrassend genoeg kwam die aanvulling uit de kring van de familie De Ridder zelf.

Begin september 2021 kreeg ik een e-mail van Joke de Ridder, een kleindochter van de laatste molenaar. Joke is zelf een enthousiaste vrijwilligster op korenmolen ‘De Hoop’ in Loenen aan de Vecht, met toevalligerwijs dezelfde naam. Ze helpt daar in het winkeltje. Joke schreef mij dat haar opa het gedichtje bij zijn spullen had zitten toen hij in 1962 bij haar vader en zijn vrouw in huis in Utrecht kwam wonen. De versie die zij stuurde was bij de versiering aan de randen niet geheel volledig. Ze beloofde bij haar familieleden na te gaan of er nog een versie met de volledige randdecoratie bestond.
Dat bleek het geval te zijn. Eind oktober 2021 wist Joke mij te vertellen dat haar schoonzus, getrouwd met haar overleden broer Arie Jan, nog een volledige versie van het gedichtje in haar bezit had. De familie heeft nog pogingen gedaan te achterhalen wie het gedichtje geschreven zou kunnen hebben. De conclusie was dat waarschijnlijk een knecht die destijds op de molen werkte dit gedicht uit dankbaarheid geschreven heeft.
Het gedichtje is gedateerd op 15 mei 1945, tien dagen na de bevrijding. Het is in al zijn eenvoud en soms wat onbeholpenheid een oprechte ode aan de molen en de molenaarsfamilie. Zo werd ervoor zorggedragen dat in die oorlogsjaren, met nauwelijks voedsel voor veel inwoners van Zuilen, het gekochte of gekregen graan toch tot meel vermalen werd.